Vragen over de aanwe­zigheid van paar­den­vlees in rund­vlees­pro­ducten


Indiendatum: feb. 2013

Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de aanwezigheid van paardenvlees in rundvleesproducten

1. Kunt u verklaren hoe het bijmengen van paardenvlees bij rundvlees zich aan de controle op vleesverwerking heeft kunnen onttrekken en niet eerder is opgemerkt, op de schaal zoals nu het geval is, door onder andere de NVWA?

2. Hoe beoordeelt u het feit dat van paarden die voor de slacht worden aangeboden in de meeste gevallen niet bekend is of zij in het verleden zijn behandeld met medicijnen en met welke en dat dit een risico vormt voor de volksgezondheid?[1]

3. Kunt u uiteenzetten hoe het kan dat iemand die al eerder veroordeeld is tot een aanzienlijke celstraf vanwege fraude met vlees vervolgens weer door kan gaan met deze praktijken, waarmee de indruk ontstaat van onvoldoende toezicht? [2]

4. Hoe beoordeelt u het bericht over de aanwezigheid van straathonden en zieke schapen in honden –en kattenvoer in het licht van de nu gaande discussie over vleesfraude?[3]

5. Kunt u aangeven of in honden –en kattenvoer bestemd voor de Nederlandse markt ook producten van straathonden of zieke schapen kunnen zijn verwerkt en hoe dit wordt gecontroleerd?

6. Bent u bereid strenger te gaan handhaven op het illegaal mengen van vlees? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn?

7. Deelt u de mening dat consumenten eerlijk geïnformeerd dienen te worden over de ingrediënten in producten en zeker moeten kunnen zijn van het soort vlees dat zij kopen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke zekerheid kunt of gaat u de consument bieden zodat de consument zeker kan zijn van de vleessoort die hij koopt?

8. Bent u bereid de regelgeving over etikettering aan te passen zodat consumenten voortaan precies weten welke ingrediënten van welke oorsprong er verwerkt zijn in hun product? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn?

9. Hoe beoordeelt u het aandringen van de EU op het uitvoeren van DNA-tests op verwerkt vlees en het testen op de aanwezigheid van medicijnen in paardenvlees?[4]

10. Bent u bereid gehoor te geven aan dit verzoek? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo nee, waarom niet?

[1] http://www.foodlog.nl/artikel/gerommel-met-paardenvlees/
[2] Trouw, 14 februari 2013, Bredase handelaar opgepakt als spil in vleesfraude
[3] http://www.davidjackson.info/2013/petfood-is-being-made-with-stray-dogs-and-diseased-sheep-say-police-in-major-investigation.htm
[4] http://www.bbc.co.uk/news/world-21453370

Indiendatum: feb. 2013
Antwoorddatum: 5 mrt. 2013

Geachte Voorzitter,
Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de antwoorden op de vragen die door het lid Thieme (PvdD) zijn gesteld over de aanwezigheid van paardenvlees in rundvlees.

1.
Kunt u verklaren hoe het bijmengen van paardenvlees bij rundvlees zich aan de controle op vleesverwerking heeft kunnen onttrekken en niet eerder is opgemerkt, op de schaal zoals nu het geval is, door onder andere de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit?

Antwoord.
Dergelijke praktijken zijn bij het reguliere toezicht niet heel eenvoudig op te sporen. Er moet een gerede aanleiding zijn om hier nader onderzoek naar in te stellen, bijvoorbeeld als uit administratief onderzoek blijkt dat meer paardenvlees is aangevoerd dan in producten wordt uitgeleverd of op basis van signalen die bij de NVWA binnenkomen. Verder is een goede samenwerking tussen de handhavende autoriteiten in Europa essentieel, gezien de grensoverstijgende handelsstromen. Het Rapid Alert System for Safety of Food and Feed (RASFF) is een goed instrument om snel en adequaat te kunnen traceren.

Het lopende strafrechtelijk onderzoek naar het illegaal vermengen van paardenvlees met rundvlees werd al voorbereid op basis van informatie die dateert van voor de eerste signalen en meldingen over deze zaak.
Zie de brieven hierover van 14 en 25 februari jl. aan uw Kamer.

2.
Hoe beoordeelt u het feit dat van paarden die voor de slacht worden aangeboden in de meeste gevallen niet bekend is of zij in het verleden zijn behandeld met medicijnen en met welke en dat dit een risico vormt voor de volksgezondheid? 1)

Antwoord.
Bij het aanbieden van paarden voor de slacht voor menselijke consumptie moet, conform Verordening (EG) 853/2004, ook de zogenaamde “voedselketeninformatie” door het slachthuis worden opgevraagd. Deze moet na beoordeling door het slachthuis, doorgegeven worden aan de officiële dierenarts, die de levende keuring van de paarden uitvoert.
Zonder paspoort met daarin de voorgeschreven pagina met informatie over het medicijngebruik, informatie over geschiktheid van het dier voor humane consumptie en zonder voedselketeninformatie mag een paard niet worden toegelaten tot de slacht.
Wanneer bovenstaande documenten niet aanwezig en beoordeeld zijn kan het vlees niet geschikt wordt verklaard voor menselijke consumptie.

De NVWA voert naast het reguliere toezicht ook het Nationaal Plan Residuen uit. Dit is een monitoringsprogramma waarbij de NVWA monsters neemt in de vleesketen en onderzoekt op residuen van onder andere diergeneesmiddelen. Bij afwijkingen treedt de NVWA op en voert nader onderzoek uit.

In Nederland is de laatste jaren gewerkt aan het voorkomen van fraude met de paspoorten. Hierbij is geregeld dat de informatie van geslachte dieren en ter destructie aangeboden dieren wordt teruggekoppeld aan de centrale databank waarin de paarden zijn opgenomen. Desalniettemin is het nodig dat dit ook op Europees niveau gebeurt. NL heeft in de Europese Raad van Ministers van Landbouw erop aangedrongen, om de bestaande regels voor de identificatie en registratie van paarden nog eens tegen het licht te houden en nader te bezien of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

3.
Kunt u uiteenzetten hoe het kan dat iemand die al eerder veroordeeld is tot een aanzienlijke celstraf vanwege fraude met vlees vervolgens weer door kan gaan met deze praktijken, waarmee de indruk ontstaat van onvoldoende toezicht? 2)

Antwoord.
De ondernemer in kwestie is inderdaad eerder veroordeeld. Het staat de ondernemer vrij om opnieuw bedrijfsmatige activiteiten op te pakken, bijvoorbeeld de handel in vlees. Vlees dat aan de Europese eisen voldoet, kan binnen de EU vrij worden verhandeld. In Nederland houdt de NVWA toezicht op partijen vlees en bedrijven die bewerkingen op deze partijen uitvoeren. Als uit dit toezicht verdenkingen van fraude rijzen zal de NVWA hiernaar een onderzoek instellen. In Europees verband heb ik gepleit voor een Europees register, waarvoor ik u verwijs naar mijn brief aan uw Kamer van 25 februari jl..

4.
Hoe beoordeelt u het bericht over de aanwezigheid van straathonden en zieke schapen in honden –en kattenvoer in het licht van de nu gaande discussie over vleesfraude? 3)

Antwoord.
Dit incident speelt zich af in Spanje. De bevoegde autoriteiten in Spanje hebben maatregelen genomen. In Nederland zijn er geen aanwijzingen voor dergelijke praktijken in honden- en kattenvoer. Tot nu toe is de Nederlandse overheid door de Spaanse autoriteiten niet op de hoogte gebracht dat grondstoffen of petfood van dit incident naar Nederland geleverd zijn.

5.
Kunt u aangeven of in honden –en kattenvoer bestemd voor de Nederlandse markt ook producten van straathonden of zieke schapen kunnen zijn verwerkt en hoe dit wordt gecontroleerd?

Antwoord.
Het is verboden om dierlijke producten afkomstig van dode honden en katten en van zieke schapen in voeders voor gezelschapsdieren te verwerken. Voor de productie van voeders voor gezelschapsdieren mogen alleen dierlijke bijproducten gebruikt worden, die afkomstig zijn van dieren, die bij de slacht goedgekeurd zijn voor menselijke consumptie. Petfoodbedrijven hebben een erkenning en een registratie nodig en moeten een HACCP-systeem voeren. De NVWA houdt toezicht op deze bedrijven met inspecties en audits.

Dode schapen afkomstig van boerderijen moeten in Nederland gemeld worden en moeten worden afgevoerd ter destructie. Hier wordt door de NVWA op gecontroleerd. Zieke schapen die op een slachthuis worden aangevoerd mogen niet worden geslacht en moeten ook worden afgevoerd.
Bedrijven die dode gezelschapsdieren verzamelen en vervoeren moeten geregistreerd worden en worden door de NVWA gecontroleerd.

6.
Bent u bereid strenger te gaan handhaven op het illegaal mengen van vlees? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn?

Antwoord.
Op dit moment voert de NVWA een grootschalig ketenonderzoek uit om te controleren op het illegaal vermengen van rundvlees met paardenvlees. Op basis van deze resultaten en die van soortgelijk onderzoek in andere EU lidstaten zal worden bezien of aanvullende maatregelen m.b.t. de preventie van dit soort praktijken nodig zijn. Zie hiervoor tevens de brief aan uw Kamer van 25 februari jongstleden.

7.
Deelt u de mening dat consumenten eerlijk geïnformeerd dienen te worden over de ingrediënten in producten en zeker moeten kunnen zijn van het soort vlees dat zij kopen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke zekerheid kunt of gaat u de consument bieden zodat de consument zeker kan zijn van de vleessoort die hij koopt?

Antwoord.
De consument moet eerlijk geïnformeerd worden over de in het product aanwezige ingrediënten. Er is sprake van misleiding in de zin van artikel 29 van de Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen als op de verpakking een andere vleessoort vermeld staat dan in het product zit.

In de artikelen 6 en 7 van het Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen is geregeld dat op het etiket de informatie over het soort vlees dat in het product aanwezig is vermeld moet worden.

8.
Bent u bereid de regelgeving over etikettering aan te passen zodat consumenten voortaan precies weten welke ingrediënten van welke oorsprong er verwerkt zijn in hun product? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn?

Antwoord.
Zie het antwoord op vraag 7. De huidige regelgeving voorziet in het verplicht etiketteren van het soort vlees. Dit biedt voldoende basis om op te treden als in het product aanwezige vleessoorten niet conform de wettelijke bepalingen op het etiket worden vermeld.

Er zijn op dit moment geen regels om de plaats van herkomst van het vlees als ingrediënt in de producten op het etiket te vermelden. Op dit moment wordt in opdracht van de Europese Commissie een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om te bekijken wat de wenselijkheid, haalbaarheid en consequenties zijn van een verplichte etikettering van de plaats van herkomst van vlees-ingrediënten.
Deze studie vloeit voort uit de nieuwe Verordening voor voedselinformatie voor consumenten ((EG) 1169/2011). De minister van VWS is verantwoordelijk voor de etiketteringsregelgeving en wil de uitkomsten van deze studie afwachten en vervolgens bekijken of er regels moeten komen voor verplichte herkomstetikettering van deze ingrediënten. Zij verwijst hiervoor ook naar de brief van 25 februari jl. aan uw Kamer.

9 en 10.
Hoe beoordeelt u het aandringen van de EU op het uitvoeren van DNA-tests op verwerkt vlees en het testen op de aanwezigheid van medicijnen in paardenvlees?4)
Bent u bereid gehoor te geven aan dit verzoek? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
Zoals ik heb gemeld in de brief aan uw Kamer, d.d. 14 februari is het ontoelaatbaar dat consumenten doelbewust worden misleid voor eigen gewin. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 6 is de NVWA al gestart met een grootschalig onderzoek in de gehele keten.

De hierbij geplande aantallen monsters en controles gaan boven de aanbevelingen van de Europese commissie uit. Dit onderzoek zal eind maart worden afgerond.

(w.g.) Sharon A.M. Dijksma
Staatssecretaris van Economische Zaken