Vragen Ouwehand over toezicht en hand­having binnen het domein dieren­welzijn van de NVWA


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over toezicht en handhaving binnen het domein dierenwelzijn van de NVWA

1. Hoeveel toezichthouders zijn er werkzaam binnen de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA)?

2. Hoeveel NVWA-toezichthouders houden zich bezig met reguliere controles binnen het totale domein dierenwelzijn? Hoeveel van deze medewerkers hebben er een afgeronde studie diergeneeskunde?

3. Hoeveel NVWA-toezichthouders houden zich bezig met reguliere controles op primaire bedrijven in de veehouderij?

4. Hoeveel van deze medewerkers die toezicht houden op primaire bedrijven komen daadwerkelijk in stallen?

5. Hoeveel van deze medewerkers die in de stallen komen hebben een afgeronde studie diergeneeskunde? Hoeveel tijd is er voor hen beschikbaar voor inspecties? Is dit voldoende volgens u?

6. Hoeveel NVWA-toezichthouders houden zich bezig met reguliere controles op diertransporten?

7. Hoeveel van deze medewerkers die toezicht houden op diertransporten komen daadwerkelijk bij de veewagens?

8. Hoeveel van deze medewerkers die toezicht houden op veewagens hebben een afgeronde studie diergeneeskunde? Hoeveel tijd is er voor hen beschikbaar voor inspecties? Is dit voldoende volgens u?

9. Hoeveel NVWA-toezichthouders houden zich bezig met reguliere controles op het doden van dieren?

10. Hoeveel van deze medewerkers die toezicht houden op het doden van dieren komen daadwerkelijk in slachthuizen en/of op andere locaties waar dieren worden gedood?

11. Hoeveel van deze medewerkers die toezicht houden in slachthuizen en/of andere locaties waar dieren worden gedood hebben een afgeronde studie diergeneeskunde? Hoeveel tijd is er voor hen beschikbaar voor inspecties? Is dit voldoende volgens u?

12. Hoeveel NVWA-toezichthouders houden zich bezig met reguliere controles op bedrijfsmatig gehouden gezelschapsdieren?

13. Hoeveel van deze medewerkers die toezicht houden op bedrijfsmatig gehouden gezelschapsdieren komen daadwerkelijk op de locaties waar deze dieren worden gehouden?

14. Hoeveel van deze medewerkers die daadwerkelijk op locatie toezicht houden op bedrijfsmatig gehouden gezelschapsdieren hebben een afgeronde studie diergeneeskunde? Hoeveel tijd is er voor hen beschikbaar voor inspecties? Is dit voldoende volgens u?

15. Hoeveel NVWA-toezichthouders houden zich bezig met reguliere controles op dieren die worden gefokt en/of gebruikt en/of gedood voor dierproeven?

16. Hoeveel van deze medewerkers die toezicht houden op dieren die worden worden gefokt en/of gebruikt en/of gedood voor dierproeven komen daadwerkelijk op de locaties waar deze dieren worden gehouden?

17. Hoeveel van deze medewerkers die daadwerkelijk op locatie toezicht houden op dieren die worden gefokt en/of gebruikt en/of gedood voor dierproeven hebben een afgeronde studie diergeneeskunde? Hoeveel tijd is er voor hen beschikbaar voor inspecties? Is dit voldoende volgens u?

18. Herinnert u zich dat de Partij voor de Dieren-fractie u vroeg of het u bekend was dat de situatie zich weleens voordoet dat NVWA-toezichthouders geen rapporten schrijven bij misstanden, omdat ze aangeven hier geen tijd voor te krijgen van hun teammanager? 1)

19. Herinnert u zich dat de Partij voor de Dieren-fractie u vroeg of u het aannemelijk vond dat, vanwege gebrek aan tijd en capaciteit, misstanden wel worden geconstateerd maar niet gerapporteerd en dat u antwoordde dat u dat niet kon uitsluiten?

20. Deelt u de mening dat het zeer ernstig zou zijn als toezichthouders die in stallen komen of binnen andere domeinen op locaties toezicht moeten houden op diergezondheid of dierenwelzijn hun inspectieformulieren niet of nauwelijks invullen?

21. Deelt u de mening dat het zeer ernstig zou zijn als toezichthouders die in stallen komen of binnen andere (sub)domeinen op locaties toezicht moeten houden op diergezondheid of dierenwelzijn geen rapporten van bevindingen opstellen terwijl dit gezien de aangetroffen situatie wel wenselijk zou zijn?

22. Hoe vergewist u zich ervan dat toezichthouders die in stallen komen of binnen andere (sub)domeinen op locatie toezicht moeten houden op diergezondheid of dierenwelzijn hun inspectieformulieren wel invullen? En hoe kan de Kamer controleren of dit wel gebeurt?

23. Kunt u bevestigen dat het uniformiteitsteam binnen de NVWA onder andere als taak heeft om inspecteurs te begeleiden bij het invullen van formulieren en het schrijven van rapporten van bevindingen?

24. Kunt u bevestigen dat het uniformiteitsteam onderzoek doet naar de wijze waarop inspecties worden uitgevoerd en hierover rapporteert? Ontvangt u deze rapporten? Bent u bereid de rapporten naar de Kamer te sturen?

25. Hebben de reguliere toezichthouders en de inspecteurs uit de Dierenwelzijnsteams dezelfde bevoegdheden op het gebied van opsporing en handhaving? Zo nee, wat is het verschil?

26. Hoeveel NVWA-medewerkers tellen de Dierenwelzijnsteams? Hoeveel van hen hebben een afgeronde studie diergeneeskunde? Hoeveel tijd is er voor hen beschikbaar voor inspecties in de veehouderij? Is dit voldoende volgens u om jaarrond meldingen van dierverwaarlozing in de veehouderij op te pakken?

27. Als de reguliere toezichthouders bij twijfel over de situatie, bijvoorbeeld in een stal, de hulp kunnen inroepen van een dierenarts uit de Dierenwelzijnsteams, zoals u schreef in antwoord op de feitelijke vragen over de NVWA-voortgangsrapportage, hoe vaak is dat de afgelopen vijf jaar dan gebeurd? 2) Wat was hiervoor de reden?

28. Is er bij de Dierenwelzijnsteams jaarrond capaciteit beschikbaar voor dergelijke hulpvragen? Zo nee, op welk moment is het aantal beschikbare uren van de Dierenwelzijnsteams reeds opgemaakt voor de rest van het jaar?

29. Kunt u bevestigen dat de NVWA in haar jaarplan voor 2018 schreef dat financiële krimp “dwingt tot een aantal keuzes”, waardoor “de volgende taken in 2018 niet meer worden opgepakt: de nalevingsmeting en gericht inspecteren melkvee, nertsen, opfokleghennen, vleeskuikenouderdieren, paarden, konijnen en kleine grazers”?

30. Hoeveel inspecties heeft de NVWA in 2018 uiteindelijk uitgevoerd in de sectoren melkvee, nertsen, opfokleghennen, vleeskuikenouderdieren, paarden, konijnen en kleine grazers? Hoeveel hiervan hebben plaatsgevonden op basis van een melding en hoeveel op basis van het reguliere toezicht? Waar waren deze inspecties op gericht en wat waren hierbij de bevindingen?

31. Kunt u bevestigen dat de NVWA in haar jaarplan voor 2018 schreef dat de frequenties voor toezicht op dierenwelzijn zoals ze zijn opgesteld in het verbeterplan mogelijk omlaag zouden worden gebracht door een verminderd budget? Is dit ook daadwerkelijk gebeurd en zo ja, hoeveel inspecties zijn er minder uitgevoerd en in welke sectoren en welke subdomeinen?

32. Kunt u bevestigen dat de NVWA in haar jaarplan voor 2018 schreef dat de naleving met name in de pluimveeslachthuizen niet op een niveau is wat deze verlaging van de inspectiedruk rechtvaardigt? Zijn er in 2018 minder inspecties uitgevoerd in pluimveeslachthuizen dan in eerdere jaren?

33. Hoeveel rapporten zijn er in de afgelopen drie jaar door NVWA-toezichthouders geschreven over de aanvoer van niet transportwaardige dieren naar het slachthuis?

34. Bent u bereid de vragen één voor één en binnen de gebruikelijke termijn van drie weken, dus uiterlijk 22 maart beantwoorden?


1)Kamerstuk 28286, nr. 98

2)Kamerstuk 33835, nr. 112