Vragen Ouwehand over het niet naleven van de wette­lijke bepaling om de Wet dieren te evalueren


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het niet naleven van de wettelijke bepaling om de Wet dieren te evalueren

1. Bent u zich ervan bewust dat in artikel 10.11 van de Wet dieren is vastgelegd dat ‘Onze Minister binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag zendt over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk’?

2. Bent u zich ervan bewust dat de Wet dieren op 1 januari 2013 in werking is getreden, ruim zes jaar geleden dus?

3. Zouden we kunnen stellen dat u hiermee uw eigen wet hebt overtreden?

4. Kunt u uiteenzetten hoe het zo is gekomen dat u de wettelijk vastgelegde termijn voor de uitvoering van de evaluatie van de Wet dieren niet bent nagekomen?

5. Bestaan er op uw ministerie problemen met de prioriteit die aan dierenwelzijn wordt gegeven, zoals te weinig menskracht of een cultuur waarin aan dierenwelzijn te weinig gewicht wordt toegekend?

6. Is de evaluatie inmiddels wel in gang gezet? Zo ja, kunt u de Kamer informeren over de stappen die u tot nu toe hebt gezet?

7. Was u van plan de Kamer te betrekken bij de opzet van de evaluatie en de formulering van de onderzoeksvragen? Zo ja, hoe en wanneer? Zo nee, waarom niet?

8. Wie zal de evaluatie van de Wet dieren uitvoeren?

9. Welke partijen worden hier bij betrokken?

10. Worden ook alle onderliggende besluiten, zoals het Besluit houders van dieren waarin veel open normen zijn opgenomen -waarvan gerede twijfel bestaat of deze wel (kunnen) worden gehandhaafd-, meegenomen in de evaluatie? Zo nee, waarom niet?

11. Wordt de handhavingscapaciteit meegenomen in de evaluatie? Zo nee, waarom niet?

12. Kunt u deze vragen één voor één en binnen de gebruikelijke termijn van drie weken beantwoorden? Zo niet, kunt u dit onderbouwen?