Vervolg­vragen over de aanwe­zigheid van furazo­lidon in de voed­sel­keten en het lopende straf­rech­te­lijke onderzoek


Vervolgvragen[1] van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van Economische Zaken over de aanwezigheid van furazolidon in de voedselketen en het lopende strafrechtelijk onderzoek

1. Erkent u dat de aanwezigheid van het potentieel kankerverwekkende stoffen, zoals furazolidon, in vlees mogelijke volksgezondheidsrisico’s kan leveren voor de consument? Zo nee, waarom niet? Deelt u de mening dat consumenten te allen tijde in staat moeten worden gesteld om zichzelf te beschermen tegen mogelijke bedreigingen van hun gezondheid uit de voedselketen? Zo nee, waarom niet?

2. Erkent u dat bij een mogelijk risico voor de volksgezondheid door de aanwezigheid van verboden middelen in de voedselketen, het voorzorgsbeginsel zou moeten gelden in de informatievoorziening naar de consument? Bent u bereid om, ook al is de schuld en aansprakelijkheidsvraag nog niet beantwoord wegens het nog lopende strafrechtelijk onderzoek, het voorzorgsbeginsel toe te passen en de consument alsnog te informeren over de producten waarin mogelijk het verboden middel in kan zitten c.q. heeft kunnen zitten opdat de consument zelf kan bepalen of het een zeker risico wil lopen? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

[1]Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2013 – 2014, nr 2744

Antwoorddatum: 29 sep. 2014

1. Ja, het gebruik van furazolidon in dieren is vanwege het feit dat het mogelijk kankerverwekkend is niet toegestaan. Overigens heeft het Bureau Risicobeoordeling van de NVWA in het geval van de casus waar deze vraag betrekking op heeft een risicobeoordeling uitgevoerd waaruit bleek dat het risico voor de volksgezondheid in dit geval verwaarloosbaar was.

2. Bij een volksgezondheidsrisico waarbij de mogelijk besmette of verontreinigde producten de consument bereikt kunnen hebben is het informeren van de consument in eerste instantie de verantwoordelijkheid van het betrokken bedrijfsleven waaronder ook de verkooppunten van de betreffende producten. Indien het bedrijfsleven haar taak onvoldoende op zich neemt zal de NVWA en het Voedingscentrum hierover communiceren. In de casus furazolidon was er geen sprake van een direct volksgezondheidsrisico en was daarom het informeren van de consument niet aan de orde (zie ook de beantwoording van vraag 1.). Omdat het gebruik van furazolidon bij dieren verboden is, zijn dieren waarbij de stof of metabolieten daarvan zijn aangetoond, conform de Europese Richtlijn 96/23 vernietigd.