Schrif­te­lijke vragen Wassenberg over Neder­landse schuld aan Europese auto­ma­tische verlen­gingen van land­bouwgif


Indiendatum: 25 sep. 2020

Schriftelijke vragen van het lid Wassenberg (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over Nederlandse schuld aan Europese automatische verlengingen van landbouwgif

  1. Kunt u bevestigen dat de Europese Commissie voortdurend voorstelt pesticiden automatisch te verlengen, zonder dat de voorgeschreven wetenschappelijke veiligheidstoets voor mensen, dieren en het milieu heeft plaatsgevonden?
  2. Kunt u bevestigen dat dit alleen al in het laatste halfjaar om 75 soorten landbouwgif ging (26 automatische verlengingen in mei, 22 automatische verlengingen in juli en 27 bij de komende SCoPAFF-vergadering)?
  3. Erkent u dat door deze automatische verlengingen zonder veiligheidstoets landbouwgiffen te lang op de markt kunnen blijven, omdat na toetsing dikwijls blijkt dat ze toch schadelijk voor mens, dier of milieu zijn?
  4. Kunt u bevestigen dat de Tweede Kamer de regering heeft verzocht om tegen automatische verlenging van toelatingen van stoffen te stemmen, waarvan bekend is dat ze een grote bedreiging vormen voor de biodiversiteit (in het bijzonder bijen en hommels) of die kankerverwekkend, mutageen, hormoonverstorend en/of giftig voor de voortplanting zijn? [1]
  5. Kunt u bevestigen dat u deze automatische verlengingen al meerdere malen een “doorn in het oog” heeft genoemd, maar dat u desondanks voor de pakketten van automatische verlengingen blijft stemmen? [2]
  6. Erkent u dat een stemverklaring tegen één van de schadelijke stoffen uit het pakket – terwijl u wel voor verlenging van het pakket als geheel stemt – een machteloos en vooral symbolisch signaal is?
  7. Erkent u dat u met de uitspraak “Het is mij een doorn in het oog dat wij elke keer over zo’n pakket moeten stemmen, en niet voor de aparte middelen. Die discussie heb ik nog niet gewonnen in Europa” de indruk wekt dat de oorzaak van de automatische verlengingen (een vertraging in de toelatingsprocedure) uitsluitend bij Europa ligt, zonder dat u daar iets tegen kunt doen? [2]
  8. Kunt u bevestigen dat uit de fact finding missie van de Europese Commissie naar de implementatie van de Biocidenverordening door lidstaten blijkt dat het Nederlandse College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (het Ctgb) 60% van alle aanvragen voor toelatingen van biociden in de EU beoordeelt? [3]
  9. Kunt u bevestigen dat uit bovengenoemde fact finding missie blijkt dat er vertragingen plaatsvinden in het beoordelingsproces voor biociden?
  10. Kunt u bevestigen dat het Ctgb als reactie hierop onder andere medewerkers heeft overgeplaatst van aanvragen voor landbouwbestrijdingsmiddelen naar biociden-aanvragen? Hoe beoordeelt u dit?
  11. Kunt u bevestigen dat Nederland, Duitsland, Frankrijk en, tot voor kort, het Verenigd Koninkrijk samen 80% van de Europese toelatingsaanvragen voor landbouwbestrijdingsmiddelen voor hun rekening namen? [4] Welk percentage van de Europese aanvragen voor toelating of vernieuwing van landbouwbestrijdingsmiddelen wordt nu door het Ctgb beoordeeld?
  12. Kunt u bevestigen dat de beoordelende instanties van verschillende lidstaten met elkaar concurreren – ze worden namelijk betaald voor de beoordelingen – waardoor het Ctgb een prikkel heeft om zijn diensten goedkoop aan te bieden? Deelt u het inzicht dat dat kan leiden tot onderbezetting en daardoor vertragingen in toelatingsprocedures?
  13. Kunt u zich herinneren dat u in antwoord op feitelijke vragen heeft geschreven: “De reden voor de vertragingen liggen veelal niet bij EFSA, maar bij de beoordelende instanties van lidstaten”? [5]
  14. Welk percentage van de beoordelingsprocedures van het Ctgb loopt vertraging op, leidend tot automatische verlengingen, en hoe verhoudt dit percentage zich tot dat van bevoegde autoriteiten van andere lidstaten?
  15. Kunt u bevestigen dat het Ctgb verantwoording aan u af moet leggen? Kunt u bevestigen dat u daarmee invloed heeft en verantwoordelijkheid draagt voor de werkzaamheden van het Ctgb?
  16. Kunt u bevestigen dat u in mei 2020 een brief van de Europese Commissie heeft ontvangen waarin u gewaarschuwd wordt dat de Nederlandse bevoegde autoriteit (dus het Ctgb) de toelatingsprocedures op tijd uit moet voeren, omdat de vertragingen nu leiden tot “unjustified extensions op approvals”? [6] Hoe beoordeelt u deze reprimande?
  17. Kunt u bevestigen dat de Europese Commissie erop wijst dat het Ctgb de benodigde middelen hiervoor dient te verhalen op de aanvragers van de toelatingen?
  18. Erkent u dat de Europese Commissie in deze brief waarschuwt voor een inbreukprocedure (“decisive legal action”) wanneer regels systematisch geschonden worden? Hoe beoordeelt u dit?
  19. Welke actie gaat u ondernemen om te garanderen dat het Ctgb toelatingsprocedures op tijd afhandelt, waardoor Nederland niet langer de oorzaak is van automatische verlengingen? Bent u voornemens sancties te verbinden aan vertragingen vanuit het Ctgb? Zo nee, waarom niet?
  20. Hoe gaat u ervoor zorgen dat het Ctgb de kosten voor het op tijd uitvoeren van het werk verhaalt op de aanvragers?

[1] Motie Ouwehand, Kamerstuk 21 501-32-1176

[2] Tijdens het AO Gewasbeschermingsmiddelen van 31-10-2019

[3] Staatssecretaris Van Veldhoven schrijft dit in de Kamerbrief Beleidsreactie Europese fact-finding mission biociden, 12 juni 2020

[4] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/twijfels-over-instantie-die-beslist-over-landbouwgif~b1c2a33b/

[5] Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2019, Kamerstuk 35470-XIV-1

[6] https://pro.politico.eu/news/brussels-confronts-eu-countries-over-pesticides-and-animal-welfare