Kamer­vragen aan de ministers van VWS, LNV, VROM en aan Justitie over uitspraken van de Raad van State.



1. Kent u het bericht ‘Raad van State steekt om milieuredenen stokje voor grote bouwprojecten '*?

2. Bent u met mij van mening dat uit de uitspraken van de Raad van State over dreigende milieu- en natuurschade bij projecten zoals de aanleg van de Tweede Maasvlakte, de snelweg A4, de bouw van drie kolencentrales, de kokkelvisserij op de Waddenzee en het uitbaggeren van de Westerschelde valt af te leiden dat het kabinet in toenemende mate vergunningen afgeeft die in strijd zijn met de natuur- en milieuwetgeving? Zo ja, bent u bereid zorgvuldiger om te gaan met het toepassen van natuur- en milieuwetgeving? Zo neen, waarom niet?

3. Vindt u dat in de besluitvorming rond infrastructurele projecten in voldoende mate rekening gehouden wordt met de Europese vogel- en habitatrichtlijnen en de Nederlandse wetgeving op het gebied van natuur en milieu? Zo ja, hoe verklaart u dan het grote aantal voor de Staat negatieve uitspraken door de Raad van State? Zo neen, waarom houdt u onvoldoende rekening met Europese en Nederlandse wet- en regelgeving en bent u bereid daarin verandering te brengen?

4. Bent u met mij van mening dat er een verkeerd signaal uitgaat van een overheid die keer op keer moet worden teruggefloten door het hoogste rechtsorgaan vanwege besluiten die niet rechtsgeldig zijn? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om het goede voorbeeld te geven aan burgers bij het respecteren van bestaande regelgeving op het gebied van natuur en milieu? Zo neen, waarom niet?

5. Vormt het grote aantal voor de Staat negatieve uitspraken van de Raad van State voor u aanleiding om in de toekomst meer aandacht te besteden aan de belangen van natuur en milieu, of ervaart u de uitspraken vooral als hinderlijke barrière in uw voorgenomen beleid?

6. Bent u met mij van mening dat de financiële crisis geen aanleiding mag vormen tot het niet respecteren van bestaande wet- en regelgeving op het gebied van natuur en milieu? Zo ja, op welke termijn en wijze bent u voornemens om de natuur en het milieu bescherming te bieden tegen infrastructurele projecten die in strijd zijn met de wet? Zo neen, waarom niet?

*Donker, S., arc.nd.x-cago.com/compositions/Raad-van-State.pdf

Antwoorddatum: 10 sep. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Justitie, de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid Thieme (PvdD) over uitspraken van de Raad van State (ingezonden 5 augustus 2009).

1. Kent u het bericht “Raad van State steekt om milieuredenen stokje voor grote bouwprojecten”?

Ja.

2. Deelt u de mening dat uit de uitspraken van de Raad van State over dreigende milieu- en natuurschade bij projecten zoals de aanleg van de Tweede Maasvlakte, de snelweg A4, de bouw van drie kolencentrales, de kokkelvisserij op de Waddenzee en het uitbaggeren van de Westerschelde valt af te leiden dat het kabinet in toenemende mate vergunningen afgeeft die in strijd zijn met de natuur- en milieuwetgeving? Zo ja, bent u bereid zorgvuldiger om te gaan met het toepassen van natuur- en milieuwetgeving? Zo nee, waarom niet?

5. Vormt het grote aantal voor de Staat negatieve uitspraken van de Raad van State voor u aanleiding om in de toekomst meer aandacht te besteden aan de belangen van natuur en milieu, of ervaart u de uitspraken vooral als hinderlijke barrière in uw voorgenomen beleid?

Nee. Uiteraard is voor ieder betrokken bevoegd gezag de toepasselijke Nederlandse en Europese wet- en regelgeving ter bescherming van natuur en milieu uitgangspunt bij het maken van zijn afweging voor het nemen van zijn besluit. Voor zover de juridische implicaties van deze wet- en regelgeving op de betrokken beleidsterreinen nog niet geheel zijn uitgekristalliseerd, verschaft de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van geval tot geval meer duidelijkheid.

3. Vindt u dat in de besluitvorming rond infrastructurele projecten in voldoende mate rekening gehouden wordt met de Europese vogel- en habitatrichtlijnen en de Nederlandse wetgeving op het gebied van natuur en milieu? Zo ja, hoe verklaart u dan het grote aantal voor de Staat negatieve uitspraken door de Raad van State? Zo nee, waarom houdt u onvoldoende rekening met Europese en Nederlandse wet- en regelgeving en bent u bereid daarin verandering te brengen?

4. Deelt u de mening dat er een verkeerd signaal uitgaat van een overheid die keer op keer moet worden teruggefloten door het hoogste rechtsorgaan vanwege besluiten die niet rechtsgeldig zijn? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om het goede voorbeeld te geven aan burgers bij het respecteren van bestaande regelgeving op het gebied van natuur en milieu? Zo nee, waarom niet?

De vragen schetsen het beeld van een overheid, die keer op keer wordt terechtgewezen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat beeld deel ik niet.
U noemt een aantal voorbeelden, waarin de Afdeling bestuursrechtspraak, of de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak bij wijze van voorlopig oordeel in voorlopige voorziening, – soms slechts op onderdelen – tot een ander oordeel is gekomen dan het bevoegd gezag. Daar staan veel besluiten tegenover, waarbij belanghebbenden geen aanleiding zagen de rechtmatigheid in twijfel te trekken en zij geen beroep hebben ingesteld, of waarin de Afdeling het bevoegd gezag in het gelijk heeft gesteld, dan wel de Voorzitter heeft geweigerd een voorlopige voorziening te treffen.


6. Deelt u de mening dat de financiële crisis geen aanleiding mag vormen tot het niet respecteren van bestaande wet- en regelgeving op het gebied van natuur en milieu? Zo ja, op welke termijn en wijze bent u voornemens om de natuur en het milieu bescherming te bieden tegen infrastructurele projecten die in strijd zijn met de wet? Zo nee, waarom niet?

Het is voor de overheid een basisbeginsel dat zij handelt in overeenstemming met de vigerende wet- en regelgeving, ook op het gebied van natuur en milieu. Crisis of geen crisis. Juist om dat rechtmatig handelen te waarborgen, staan bij de bestuursrechter beroepsmogelijkheden open tegen besluiten van de overheid. Daarmee wordt de gewenste bescherming van natuur en milieu dus verzekerd.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg