Kamer­vragen aan de ministers van VROM en van LNV en de staats­se­cre­taris van V en W over het wegvissen van brasem en karper als maatregel voor de verbe­tering van de water­kwa­liteit


Indiendatum: feb. 2010

Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over het wegvissen van brasem en karper als maatregel voor de verbetering van de waterkwaliteit

1. Is het waar dat Hoogheemraadschap Delfland1 en Waterschap Rivierenland2 op zeer korte termijn bij wijze van experiment gaan ingrijpen in de visstand als maatregelen voor de waterkwaliteit?

2. Hoe beoordeelt u dit experiment, waarbij grote aantallen karpers en brasem uit het water worden gevist, als middel om de waterkwaliteit te verbeteren? Hoe verhoudt zich dit tot de Kader Richtlijn Water, die stelt dat deze maatregel zeer terughoudend en alleen als aanvullende instrument mag worden toegepast 3?

3. Wat gebeurt er met de vissen die worden weggevangen? Welke gevolgen zijn er voor het dierenwelzijn en hoe beoordeelt u die?

4. Bent u van mening dat de nodige terughoudendheid is betracht alvorens is besloten over te gaan tot deze ingrijpende maatregel? Zo ja, waar baseert u dat op en kunt u uitleggen welke toetsing hierop heeft plaatsgevonden? Welke randvoorwaarden gelden voor toepassing van deze maatregel tot verbetering van de waterkwaliteit?

5. Kunt u aangeven hoe vaak deze maatregel wordt toegepast en of hierbij de voorgeschreven terughoudendheid wordt betracht? Wie ziet erop toe dat de terughoudendheid in acht wordt genomen?

6. Kunt u bevestigen dat de slechte waterkwaliteit vooral het resultaat is van eutrofiering door uitspoeling van meststoffen van landbouwgronden? Zo ja, bent u bereid juist de bron van deze vervuiling aan te pakken, zodat de plannen voor het leegvissen van de wateren van tafel kunnen?

7. Bent u bereid het Hoogheemraadschap en Waterschap tot orde te roepen ten aanzien van het voorgestelde experiment?

1 http://www.hhdelfland.nl/actueel/@36369/hengelsporters/
2 http://www.waterschaprivierenland.nl/actueel/nieuws/@172288/pagina
3 KRW Decembernota 2006 en Ex Ante Evaluatie KRW

Indiendatum: feb. 2010
Antwoorddatum: 23 mrt. 2010

Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over het wegvissen van brasem en karper als maatregel voor de verbetering van de waterkwaliteit. (Ingezonden 19 februari 2010)

Vraag 1
Is het waar dat het Hoogheemraadschap van Delfland1 en het Waterschap Rivierenland2 op zeer korte termijn bij wijze van experiment gaan ingrijpen in de visstand als maatregelen voor de waterkwaliteit?

Antwoord
Het Waterschap Rivierenland, het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard hebben het voornemen om een praktijkexperiment uit te voeren voor de toepassing van actief visstandbeheer in lijnvormige wateren. Daartoe is een projectplan opgesteld. In het projectplan is aangegeven dat eerst wordt nagegaan of de randvoorwaarden van de watersystemen zodanig zijn dat ingrijpen in de visstand zal leiden tot een kosteneffectieve verbetering van de waterkwaliteit. Verder maakt een belevingsonderzoek deel uit van het projectplan. Pas als de randvoorwaarden goed zijn en er draagvlak is voor de maatregel, zal worden overgegaan tot het ingrijpen in de visstand.

Vraag 2
Hoe beoordeelt u dit experiment, waarbij grote aantallen karpers en brasem uit het water worden gevist, als middel om de waterkwaliteit te verbeteren? Hoe verhoudt zich dit tot de Kaderrichtlijn Water, die stelt dat deze maatregel zeer terughoudend en alleen als aanvullend instrument mag worden toegepast?

Antwoord
Ik beoordeel het als een kansrijk experiment, dat moet leiden tot inzicht van mogelijkheden om op een kosteneffectieve wijze de goede toestand van het water te realiseren.

Met het huidige maatregelenpakket voor de KRW zal niet overal de goede ecologische toestand worden gehaald. Het uitvoeren van de bekende maatregelen is in bepaalde gevallen zeer kostbaar. Er is daarom behoefte aan nieuwe kosteneffectieve maatregelen om de goede ecologische toestand te realiseren. Actief visstandbeheer in meren is in de Ex ante evaluatie KRW van het Milieu en Natuurplanbureau aangewezen als een zeer kosteneffectieve maatregel. Het is echter niet de bedoeling actief biologisch beheer en de daarmee samenhangende drastische ingreep in de vispopulatie als een structurele maatregel in te zetten. Het doel van het huidige onderzoek is om een optimale combinatie aan maatregelen te vinden om de KRW doelen te realiseren.

Ik heb in het Nationaal Waterplan aangegeven dat actief biologisch beheer in meren (het eenmalig drastisch uitdunnen van de witvisstand, voornamelijk brasem) een kosteneffectieve maatregel kan zijn. In de Decembernota 2006 heb ik eerder aangegeven dat dit incidenteel plaats kan vinden en altijd aanvullend aan brongerichte maatregelen. Dit laatste is nodig, omdat uit eerdere experimenten in meren is gebleken dat het fosfaatniveau in het water voldoende laag moet zijn om de aanvullende maatregel succesvol te laten zijn. Zoals ik in het antwoord op vraag 1 heb aangegeven, krijgt deze randvoorwaarde in het experiment voldoende aandacht voordat tot de daadwerkelijke ingreep wordt overgegaan.

Vraag 3
Wat gebeurt er met de vissen die worden weggevangen? Welke gevolgen zijn er voor het dierenwelzijn en hoe beoordeelt u die?

Antwoord
De vissen worden weer uitgezet in wateren waar dit geen probleem oplevert voor de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. Hiermee wordt maximaal rekening gehouden met het dierenwelzijn. De intentie is om zoveel mogelijk vis terug te zetten in hengelwater in de buurt. Als er geen geschikte bestemming voor is, wordt de vis levend als pootvis verkocht. De vis wordt ook wel aan dierentuinen geleverd als voedervis of op de markt afgezet voor menselijke consumptie.

Vraag 4
Bent u van mening dat de nodige terughoudendheid is betracht alvorens is besloten over te gaan tot deze ingrijpende maatregel? Zo ja, waar baseert u dat op en kunt u uitleggen welke toetsing hierop heeft plaatsgevonden? Welke randvoorwaarden gelden voor toepassing van deze maatregel tot verbetering van de waterkwaliteit?

Antwoord
Ik ben van mening dat de nodige terughoudendheid wordt betracht alvorens wordt overgegaan tot het ingrijpen in de visstand. Ik baseer dat op het projectplan. Zie ook mijn antwoord op vraag 1. Het experiment wordt gesteund vanuit de KRW innovatiesubsidie en is in dat kader getoetst.

Voor de toepassing als beheersmaatregel geldt in het algemeen als voorwaarde dat het fosfaatniveau in het oppervlaktewater voldoende laag moet zijn, terwijl de biologische ontwikkeling wordt geblokkeerd door een overmaat aan bodemwoelende brasem. Zie ook mijn antwoord op vraag 2.

Vraag 5
Kunt u uiteenzetten hoe vaak deze maatregel wordt toegepast en of hierbij de voorgeschreven terughoudendheid wordt betracht? Wie ziet erop toe dat de terughoudendheid in acht wordt genomen?

Antwoord
De toepassing van deze maatregel vindt incidenteel plaats in meren. Daarbij wordt de terughoudendheid zoals geformuleerd in de Decembernota 2006 betracht. Zie ook mijn antwoord op vraag 2. Bovendien dient de visserij te worden uitgevoerd conform de hiervoor gestelde regels in de Visserijwet en dient door de visrechthebbende voor het schubvis-visrecht (veelal de sportvisserij) toestemming te zijn verleend voor uitoefening van de visserij.

Vraag 6
Kunt u bevestigen dat de slechte waterkwaliteit vooral het resultaat is van eutrofiering door uitspoeling van meststoffen van landbouwgronden? Zo ja, bent u bereid juist de bron van deze vervuiling aan te pakken, zodat de plannen voor het leegvissen van de wateren van tafel kunnen?

Antwoord
In het Nationaal Waterplan (p. 105-106) is aangegeven dat er nog een resterende opgave bestaat ter verbetering van de waterkwaliteit. Landbouwgronden dragen nog steeds bij aan de eutrofiering van het oppervlaktewater door overbemesting in het verleden en huidige mestgiften. Het Kabinet houdt vast aan een combinatie van aanpak bij de bron, hergebruik en zuivering als het gaat om de reductie van verontreinigende stoffen in het water. Met de maatregelen uit het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn (2010-2013) wordt hiermee een volgende stap gezet door het aanscherpen en differentiatie van de fosfaatgebruiksnormen.

Het kabinetsstandpunt over de Ex ante evaluatie KRW maakt duidelijk dat de hoge nutriƫntengehalten in het water na 2015 een belangrijke beperkende factor blijven voor een goede waterkwaliteit. Actief biologisch beheer lijkt een kosteneffectieve aanvullende maatregel te zijn voor het bereiken van een goede ecologische toestand.

Vraag 7
Bent u bereid het Hoogheemraadschap van Delfland en het Waterschap Rivierenland tot orde te roepen ten aanzien van het voorgestelde experiment?

Antwoord
Dit is niet aan de orde. Ik verwijs u voor een toelichting naar het antwoord op de voorgaande vragen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer