Kamer­vragen aan de ministers van VROM en Justitie over lange termijn effecten van lozing chloor­py­rifos en cyper­me­thrin in de Maas


Indiendatum: aug. 2007

Vragen van lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de minister van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu en Justitie over de lange termijn effecten van de lozing van chloorpyrifos en cypermethrin in de Maas

1. Kent u het bericht ‘Belgie: ruim 20.000 kilo dode vissen in de Maas’ (1)?

2. Kunt u bevestigen dat als gevolg van deze giflozing 20.000 kilo vis is gestorven?

3. Kunt u aangeven welke acties de Nederlandse staat onderneemt om vervuiling van Nederlandse wateren door chemische bedrijven in Nederland en voor Nederland belangrijke wateren in het buitenland te voorkomen?

4. Kunt u aangeven of u de mening deelt van directeur Marc Gilliquet van de milieupolitie in Luik dat ‘de vervuiling niet te verwaarlozen is, maar ook geen ramp is aangezien de maas veel water kent en in grote mate zichzelf kan corrigeren’? Zo ja, vindt u het een acceptabel gegeven dat zo nu en dan rivierwater vervuild kan worden met gevaar voor de humane gezondheid en met de dood van 20.000 kilo vis tot gevolg en waarom vindt u dat? Zo neen, op welke wijze voorkomt u dat dit soort vervuilingen vanuit het buitenland plaatsvinden?

5. Kunt u aangeven wat de risico’s zijn op de lange termijn van de aanwezigheid van de stoffen chloorpyrifos en cypermethrin op het ecosysteem en op andere dieren in de voedselketen die bijvoorbeeld besmette vis hebben gegeten? Kunt u aangeven op welke wijze u met deze risico’s om zal gaan?

6. Kunt u aangeven of wetenschappelijk onderzoek heeft plaatsgevonden of plaatsvindt naar de lange termijn effecten van de stof chloorpyrifos en cypermethrin op het ecosysteem in en rondom de maas? Zo ja, wat zijn daarvan de resultaten of wanneer worden deze resultaten bekend? Zo neen, waarom niet en bent u voornemens dit onderzoek alsnog op te starten en binnen welke termijn?

7. Kunt u aangeven op welke wijze het Nederlands recht van toepassing is op de veroorzaker van de vervuiling en op welke wijze u het chemisch bedrijf gaat vervolgen?

8. Kunt u aangeven welke strafmaten gehanteerd worden voor vervuiling van rivierwater en op basis van welke criteria de strafmaat wordt bepaald?

(1) http://www.telegraaf.nl/buitenland/article68523271.ece?cid=rss

Indiendatum: aug. 2007
Antwoorddatum: 10 sep. 2007

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat de antwoorden op vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over de lange termijn effecten van de lozing van chloorpyrifos in de Maas (ingezonden 13 augustus 2007).

Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de lange termijn effecten van de lozing van chloorpyrifos en cypermethrin in de Maas. (Ingezonden 13 augustus 2007)

1
Kent u het bericht ‘Belgie: ruim 20.000 kilo dode vissen in de Maas’?

Antwoord:
Ja

2
Kunt u bevestigen dat als gevolg van deze giflozing 20.000 kilo vis is gestorven?

Antwoord:
Ik beschouw de relatie tussen de giflozing en de vissterfte als gegeven. In Nederland zijn enkele honderden kilo dode vis geruimd.

3
Kunt u aangeven welke acties de Nederlandse staat onderneemt om vervuiling van Nederlandse wateren door chemische bedrijven in Nederland en voor Nederland belangrijke wateren in het buitenland te voorkomen?

Antwoord:
Met vergunningverlening en handhaving onder de Wm en de Wvo wordt vervuiling van Nederlandse wateren door bedrijven in Nederland zoveel mogelijk voorkomen.
In Europees verband streeft Nederland naar een ‘level playing field’ voor het bedrijfsleven; onderdeel daarvan is de Europese regelgeving ter bescherming van het milieu die dus ook de voor Nederland belangrijke wateren in het buitenland beschermt.
In de internationale riviercommissies tenslotte zet Nederland zich actief in voor een duurzaam gebruik van het water en de goede ecologische toestand ervan. De Europese kaderrichtlijn water is hierbij het aangewezen instrument. Ik zal erop aandringen dat in de Internationale Maascommissie deze calamiteit en de gevolgen ervan, waaronder de totale omvang van de vissterfte in de Maas in Wallonië, Vlaanderen en Nederland, grondig zullen worden onderzocht.

4
Kunt u aangeven of u de mening deelt van directeur Marc Gilliquet van de milieupolitie in Luik dat ‘de vervuiling niet te verwaarlozen is, maar ook geen ramp is, aangezien de maas veel water kent en in grote mate zichzelf kan corrigeren’? Zo ja, vindt u het een acceptabel gegeven dat zo nu en dan rivierwater vervuild kan worden met gevaar voor de humane gezondheid en met de dood van 20.000 kilo vis tot gevolg en waarom vindt u dat? Zo neen, op welke wijze voorkomt u dat dit soort vervuilingen vanuit het buitenland plaatsvinden?

Antwoord:
De geciteerde mening deel ik niet; wel verwacht ook ik dat de Maas zich zal herstellen. Wat betreft het voorkomen van dit soort vervuilingen vanuit het buitenland verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 3.

5
Kunt u aangeven wat de risico’s zijn op de lange termijn van de aanwezigheid van de stoffen chloorpyrifos en cypermethrin op het ecosysteem en op andere dieren in de voedselketen die bijvoorbeeld besmette vis hebben gegeten? Kunt u aangeven op welke wijze u met deze risico’s om zal gaan?

Antwoord:
Beide stoffen zijn zeer giftig voor onder meer vissen. De effecten treden snel na de blootstelling op. De grote hoeveelheid aangetroffen dode vis is daarvan het gevolg. Voor de risico’s op de lange termijn zijn andere stofeigenschappen belangrijk. Beide stoffen sorberen relatief sterk aan organisch materiaal en sediment. Voor met name cypermethrin geldt dat de afbraaksnelheid ook hoog is. Dit betekent dat de concentraties in water -mede door verdunning- snel afnemen. Door de directe effecten op vis is de opname in de vis beperkt. Mede door de snelle afname van de concentraties in water zijn de risico’s voor anderen dieren in de voedselketen daardoor laag.

6
Kunt u aangeven of wetenschappelijk onderzoek heeft plaatsgevonden of plaatsvindt naar de lange termijn effecten van de stof chloorpyrifos en cypermethrin op het ecosysteem in en rondom de Maas? Zo ja, wat zijn daarvan de resultaten of wanneer worden deze resultaten bekend? Zo neen, waarom niet en bent u voornemens dit onderzoek alsnog op te starten en binnen welke termijn?

Antwoord:
Wat betreft het onderzoek naar lange termijn effecten van de betrokken stoffen verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 5. Chloorpyrifos is een stof die opgenomen is in de routine meetprogramma’s. De ecologische toestand van de Maas, waarvoor de aanwezigheid van vissen en ongewervelde dieren mede bepalend is, wordt eveneens nauwgezet gevolgd. De resultaten hiervan komen in de loop van dit jaar beschikbaar en zullen worden gebruikt bij het opstellen van het stroomgebiedbeheerplan.

7
Kunt u aangeven op welke wijze het Nederlands recht van toepassing is op de veroorzaker van de vervuiling en op welke wijze u het chemisch bedrijf gaat vervolgen?

Antwoord:
Het Nederlandse strafrecht is slechts van toepassing ten aanzien van handelingen die plaatsvinden op Nederlands grondgebied, behoudens specifieke uitzonderingen die hier voor zover bekend niet van toepassing zijn. Vervolging van het betrokken in België gevestigde bedrijf door Nederlandse instanties is dan ook niet aan de orde. Indien in Nederland schade is opgetreden kan de betrokkene hier te lande langs privaatrechtelijke weg verhaal zoeken bij de buitenlandse veroorzaker.

9
(een vraag 8 ontbreekt)
Kunt u aangeven welke strafmaten gehanteerd worden voor vervuiling van rivierwater en op basis van welke criteria de strafmaat wordt bepaald?

Antwoord:
Onder uitdrukkelijke verwijzing naar het gestelde in het antwoord op vraag 7, beantwoord ik vraag 9 als volgt. Het zonder vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren brengen van verontreinigende stoffen, afvalstoffen of schadelijke stoffen in het oppervlaktewater (lozen), dan wel het overtreden van een ander voorschrift krachtens die wet dat direct betrekking heeft op lozen, is strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten. Wanneer het een overtreding betreft (afwezigheid van opzet) is de maximumstraf gevangenisstraf van een jaar en/of een geldboete van de vierde categorie, bij een misdrijf (wel opzet) zou dat gevangenisstraf van zes jaren en/of een geldboete van de vijfde categorie zijn.

Enkele categorieën (wederrechtelijke) lozingen met specifieke ernstige gevolgen zijn afzonderlijk strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. Ingevolge artikel 173b van dat wetboek is de maximale straf voor het zonder opzet in het oppervlaktewater brengen van een stof, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor anderen te duchten is, gevangenisstraf van een jaar of geldboete van de vierde categorie. Indien als gevolg van zodanig handelen levensgevaar voor anderen te duchten is en het feit ook daadwerkelijk iemands dood ten gevolge heeft, is het maximum gevangenisstraf van twee jaren of geldboete van de vierde categorie. De zwaarste gevallen komen aan de orde in artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht. Dat artikel bepaalt dat het opzettelijk en wederrechtelijk in het oppervlaktewater brengen van een stof, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie. Indien levensgevaar voor anderen te duchten is en het feit ook daadwerkelijk iemands dood ten gevolge heeft, is op grond van laatstgenoemd artikel de straf voor zodanig handelen ten hoogste gevangenisstraf van vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Hoogachtend,
De Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,


dr. Jacqueline Cramer

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer