Kamer­vragen aan de ministers van OCW en LNV over de finan­ciering van de uitgave ‘Circus, een rijk verleden met een gouden toekomst’


Indiendatum: dec. 2007

Vragen van het lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de financiering van de uitgave ‘Circus, een rijk verleden met een gouden toekomst’

1. Kent u de uitgave ‘Circus, een rijk verleden met een gouden toekomst’(1)?

2. Kunt u aangeven wat de totale bijdrage vanuit het ministerie van OCW is geweest aan deze uitgave, direct en indirect via het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Fonds voor de Podiumkunsten?

3. Wat is de reden geweest voor het meefinancieren van deze publicatie?

4. Wat zijn de voorwaarden die zijn verbonden aan het financieren van deze publicatie? Op welke wijze is bij dit project getoetst of er is voldaan aan deze voorwaarden?

5. Deelt u de mening dat beschouwende publicaties die mede door de overheid worden gefinancierd objectief dienen te zijn of, wanneer dit niet het geval is, dat eventuele betrokkenheid van een belanghebbende organisatie duidelijk herkenbaar moet zijn? Zo ja, bent u van mening dat daar bij deze publicatie sprake van is en zo ja, waarom? Zo neen, kunt u dit toelichten?

6. Bent u van mening dat dieren in het circus het goed hebben, zoals wordt gesuggereerd in het hoofdstuk ‘Circus in Nederland’? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo neen, hoe verhoudt de overheidsfinanciering van deze publicatie zich tot uw standpunt?

7. Wat is uw mening over de passage in het hoofdstuk ‘Circus in Nederland’ waarin gesproken wordt over het advies van de Raad voor Dieraangelegenheden over de welzijnsrichtlijnen en de manier waarop dit (openbare) advies zou zijn uitgelekt?

(1) Nederlands Centrum voor Volkscultuur, 2007. Circus, een rijk verleden met een gouden toekomst. Drukkerij Libertas, Bunnik

Indiendatum: dec. 2007
Antwoorddatum: 14 jan. 2008

Antwoorden op de schriftelijke vragen van het kamerlid Oudehand van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Ingezonden 14 december 2007, kenmerk 2070806750)

1. Vraag: Kent u de uitgave ‘Circus, een rijk verleden met een gouden toekomst’?

Antwoord: Ja, deze uitgave is mij bekend.

2. Vraag: Kunt u aangeven wat de totale bijdrage vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is geweest aan deze uitgave, direct en indirect via het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Fonds voor de Podiumkunsten?

Antwoord: Dat is niet te zeggen omdat de subsidie aan het Nederlands Centrum voor Volkscultuur (NCV) een 4-jarige exploitatiesubsidie is van een kleine € 5 ton per jaar waaruit allerlei kosten worden betaald, waaronder bijvoorbeeld deze boekuitgave. Het jaar 2006 is door diverse partijen, waaronder het NCV, uitgeroepen tot het jaar van het circus. Van de vele activiteiten dat jaar is de uitgave van het boek een gevolg.
De eenmalige projectsubsidie van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten bedroeg
€ 4.000 en was bedoeld voor de organisatie van het congres ‘De toegevoegde waarde van het circus’. Tijdens dit congres op 20 oktober 2006 is gesproken over nationaal, provinciaal en lokaal beleid met betrekking tot het circus. Een van de onderwerpen die daarbij aan bod kwamen was het beleid met betrekking tot dierenwelzijn. In het bovengenoemde boek zijn de belangrijkste lezingen en een verslag van die dag opgenomen.

3. Vraag: Wat is de reden geweest voor het meefinancieren van deze publicatie?

Antwoord: Er is geen sprake van een directe relatie tussen subsidie en deze publicatie. Het NCV wordt als gezegd met een meerjarige exploitatiesubsidie ondersteund om bij te dragen in de financiering van de organisatie en activiteiten op het gebied van volkscultuur. Binnen het goedgekeurde beleidsplan onderneemt het NCV activiteiten zoals rond het themajaar Circus in 2006. Overigens ben ik wel van mening dat het wenselijk is dat activiteiten gepaard gaan met publicaties om de opgedane kennis te verzamelen, te behouden en te ontsluiten.

4. Vraag: Wat zijn de voorwaarden die zijn verbonden aan het financieren van deze publicatie? Op welke wijze is bij dit project getoetst of er is voldaan aan deze voorwaarden?

Antwoord: Zoals reeds gemeld, er is geen sprake van een directe relatie tussen de OCW subsidie en deze publicatie. De voorwaarden die verbonden zijn aan de 4-jarige exploitatiesubsidie zijn van algemene aard en hebben te maken met de uitvoering van het goedgekeurde meerjaren beleidsplan en de meerjarenbegroting van het NCV. In het beleidsplan is sprake van het voornemen tot het organiseren van nationale (thema)dagen en –jaren. Het jaar van het circus is een voorbeeld van zo’n themajaar. Er wordt achteraf getoetst of het beleidsplan naar behoren is uitgevoerd.

5. Vraag: Deelt u de mening dat beschouwende publicaties die mede door de overheid worden gefinancierd objectief dienen te zijn en dat, wanneer dit niet het geval is, eventuele betrokkenheid van een belanghebbende organisatie duidelijk herkenbaar moet zijn? Zo ja, deelt u de mening dat daar bij deze publicatie sprake van is? Zo ja, waarom? Zo neen, kunt u dit toelichten?

Antwoord: De bovengenoemde publicatie bestaat uit bijdragen van verschillende deskundigen of bij het circus betrokken personen. Uit het voorwoord van de directeur van het NCV, mevrouw Ineke Strouken, blijkt dat de belangrijkste lezingen van het congres van 20 oktober 2006 en het verslag van de dag in het boek opgenomen zijn. Onderaan ieder hoofdstuk staat geschreven wie de schrijver is, wat zijn of haar betrokkenheid bij het circus is of voor welke organisatie hij of zij werkzaam is. Het hoofdstuk ‘Circus in Nederland’ waarin onder andere het welzijn van circusdieren aan bod komt is geschreven door de heer Gerrit Reus. Dat staat bovenaan pagina 27 en onderaan het stuk op pagina 33 staat nogmaals zijn naam en zijn functie genoemd: voorzitter van de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) en organisator van Kerstcircus Cascade. Ik ben van mening dat het NCV op deze manier de betrokkenheid van deskundigen en belanghebbenden aan deze publicatie herkenbaar heeft aangegeven.

6. Vraag: Deelt u de mening dat dieren in het circus het goed hebben, zoals wordt gesuggereerd in het hoofdstuk ‘Circus in Nederland’? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo neen, hoe verhoudt de overheidsfinanciering van deze publicatie zich tot dit standpunt?

Antwoord: In zijn bijdrage aan het boek zegt de heer Reus: ‘Het circus is sowieso een plek waar dieren het in vergelijking met andere plekken goed hebben’. Deze opmerking is zijn eigen verantwoordelijkheid en die van de VNCO.
De minister van LNV heeft in haar brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer, d.d. 13 juli 2007, (Kamerstukken II 2006/07, 28 286, nr. 53) onderzoek aangekondigd naar het welzijn van dieren in circussen. De Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit en Research Centre is inmiddels dit onderzoek gestart en zal eind 2008 hierover een rapportage gereed hebben.

7. Vraag: Wat is uw mening over de passage in het hoofdstuk ‘Circus in Nederland’ waarin gesproken wordt over het advies van de Raad voor Dieraangelegenheden over de welzijnsrichtlijnen en de manier waarop dit (openbare) advies zou zijn uitgelekt?

Antwoord: Het gestelde in het boekje is de verantwoordelijkheid van de VNCO. De mededelingen in deze passage beschouw ik als een zaak tussen de Raad voor Dieraangelegenheden en de VNCO.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


dr. Ronald H.A. Plasterk

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer