Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over de bescherming van niet scha­de­lijke invasieve soorten


Indiendatum: sep. 2007

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de bescherming van niet schadelijke invasieve soorten

1. Kent u het bericht 'Exoten bijna niet meer te stuiten' (1)?

2. Is het waar dat er sprake is van een opmars van in het wild levende exotische dieren in Nederland? Zo ja, kunt u een overzicht geven van de soorten, aantallen en risico’s die daaraan zijn verbonden?

3. Is het waar dat de economische schade die veroorzaakt zou worden door “oprukkende exoten” geschat wordt op 1,3 miljard euro? Zo ja, kunt u aangeven op welk onderzoek deze schatting gebaseerd is, welke criteria zijn gebruikt om de economische schade vast te stellen en hoe de getaxeerde schade verdeeld is over exotische planten en diersoorten?

4. Kunt u aangeven of op zichzelf niet-schadelijke diersoorten vrij bejaagbaar zijn louter op grond van het feit dat ze hier van origine niet voorkomen? Zo ja, kunt u aangeven op grond van welke beleidsoverwegingen of onderzoek tot deze ongastvrije houding besloten is? Zo neen, op welke wijze zijn deze niet-schadelijke diersoorten beschermd?

5. Bent u bereid nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden om nieuwe diersoorten in Nederland bescherming te bieden, wanneer er geen andere redenen voor bestrijding zijn dan het dragen van het predicaat “exoot”?

6. Kunt u aangeven waarom het Coördinerend Orgaan Invasieve Exoten is ondergebracht bij de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen?

7. Kunt u aangeven of er voldoende expertise is bij dit instituut op het gebied van in het wild levende dieren? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo neen, hoe wilt u hier verandering in brengen?

(1) d.d. 08-09-07, de Gelderlander

Indiendatum: sep. 2007
Antwoorddatum: 6 nov. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u mijn antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de bescherming van niet schadelijke invasieve soorten.

1
Kent u het bericht 'Exoten bijna niet meer te stuiten'?

Ja.

2
Is het waar dat er sprake is van een opmars van in het wild levende exotische dieren in Nederland? Zo ja, kunt u een overzicht geven van de soorten, aantallen en risico’s die daaraan zijn verbonden?

Het aantal uitheemse diersoorten dat zich in Nederland vestigt, neemt de laatste jaren toe. (Zie hiertoe ook (1)). Het meest complete, maar niet volledige overzicht van exotische dier¬soorten staat in de database Nederlandsesoorten.nl. Het nog op te richten Coördinerend Orgaan Invasieve Exoten i.o. (COIE) (2) zal periodieke overzichten gaan publiceren van alle waargenomen exoten in Nederland. Daarnaast zal het COIE middels risicoanalyses (laten) beoordelen hoe groot de risico’s zijn van exoten die zich recent in Nederland hebben gevestigd, of dat kunnen doen. Niet elke exoot vormt een risico.

3
Is het waar dat de economische schade, die veroorzaakt zou worden door “oprukkende exoten”, geschat wordt op 1,3 miljard euro? Zo ja, kunt u aangeven op welk onderzoek deze schatting gebaseerd is, welke criteria zijn gebruikt om de economische schade vast te stellen en hoe de getaxeerde schade verdeeld is over exotische planten en diersoorten?

Het is mij onduidelijk naar welke bron de Gelderlander verwijst. In Nederland worden jaarlijks miljoenen euro’s besteed aan de bestrijding van de muskusrat en de grote waternavel.

4 en 5
Kunt u aangeven of op zichzelf niet-schadelijke diersoorten vrij bejaagbaar zijn louter op grond van het feit dat ze hier van origine niet voorkomen? Zo ja, kunt u aangeven op grond van welke beleidsoverwegingen of onderzoek tot deze ongastvrije houding besloten is? Zo neen, op welke wijze zijn deze niet-schadelijke diersoorten beschermd?

Bent u bereid nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden om nieuwe diersoorten in Nederland bescherming te bieden, wanneer er geen andere redenen voor bestrijding zijn dan het dragen van het predicaat “exoot”?

Zie mijn brief van 23 augustus jl. (Kamervragen met antwoord 2006-2007, nr. 2474) met antwoorden op Kamervragen over de opkomst van de wilde wasbeerhond en mijn brief van 12 oktober jl. (Kamerstuk 2007-2008, 26407, nr. 27), waarin ik de oprichting van het Coördinerend Orgaan Invasieve Exoten en het nieuwe beleidskader voor exoten bekend maak.

6
Kunt u aangeven waarom het Coördinerend Orgaan Invasieve Exoten is ondergebracht bij de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen?

Dit is toegelicht in de Beleidsnota Invasieve Exoten, die op 12 oktober jl. (Kamerstuk 2007-2008, 26407, nr. 27) aan uw Kamer is verzonden.

7
Kunt u aangeven of er voldoende expertise is bij dit instituut op het gebied van in het wild levende dieren? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo neen, hoe wilt u hier verandering in brengen?

Zie mijn antwoord op vraag 6.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

(1) Milieu en NatuurCompendium. www.milieuennatuurcompendium.nl

(2) Zie mijn brief over het nieuwe exotenbeleid van 12 oktober 2007

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer