Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM en VWS over de verspreiding van ziekten door inten­sieve vlees­pro­ductie


Indiendatum: sep. 2007

Vragen van het lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de verspreiding van ziekten door intensieve vleesproductie

1. Kent u het bericht 'Intensieve vleesproductie leidt tot groter gevaar ziekten bij de mens' (1)?

2. Deelt u de mening van de FAO wanneer gesteld wordt dat “excessieve concentratie van dieren in grootschalige industriële productie-eenheden moet worden gemeden” en “adequate investeringen voor de verhoging van bio-veiligheid en het monitoren van ziekten noodzakelijk zijn”? Zo ja, welke conclusies verbindt u daaraan voor het Nederlands beleid? Zo neen, waarom niet?

3. Kunt u aangeven hoe u de vaststelling van de FAO ziet in relatie tot de ontwikkeling van megabedrijven in Landbouw Ontwikkelingsgebieden? Bent u bereid beperkingen op te leggen ten aanzien van de schaalgrootte van veehouderijen in LOG’s?

4. Bent u bereid de maatschappelijke kosten die voortvloeien uit het gevaar van ver-spreiding van ziekten vanuit de intensieve veehouderij onder mensen, toe te rekenen aan dierlijke producten die afkomstig zijn uit de intensieve veehouderij? Zo ja, op wel-ke wijze en termijn? Zo neen, waarom niet?

5. Bent u bereid tot het instellen van aanvullend onderzoek naar de Nederlandse situa-tie, op basis van de FAO aanbevelingen, gelet op het feit dat Nederland één van de meest veedichte landen ter wereld is en een spilfunctie vervuld in de internationale veehandel? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

(1) Agrarisch Dagblad, 17-09-07

Indiendatum: sep. 2007
Antwoorddatum: 18 okt. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over de verspreiding van ziekten door intensieve vleesproductie.

1
Kent u het bericht 'Intensieve vleesproductie leidt tot groter gevaar ziekten bij mens'?

Ja.

2
Deelt u de mening van de Food and Agriculture Organization (FAO) dat “excessieve concentratie van dieren in grootschalige industriële productie-eenheden moet worden gemeden” en dat “adequate investeringen voor de verhoging van bioveiligheid en het monitoren van ziekten noodzakelijk zijn”? Zo ja, welke conclusies verbindt u daaraan voor het Nederlands beleid? Zo neen, waarom niet?

3
Kunt u aangeven hoe u de vaststelling van de FAO ziet in relatie tot de ontwikkeling van megabedrijven in Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s)? Bent u bereid beperkingen op te leggen ten aanzien van de schaalgrootte van veehouderijen in LOG’s?

5
Bent u bereid tot het instellen van aanvullend onderzoek naar de Nederlandse situatie, op basis van de FAO-aanbevelingen, gelet op het feit dat Nederland één van de landen met de hoogste veedichtheid ter wereld is en een spilfunctie vervult in de internationale veehandel? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze?” Zo neen, waarom niet?

2+3+5
Ik deel de algemene strekking en conclusies van het FAO-document. Hierin wordt aangegeven dat de overheid niet blindelings moet aannemen dat grootschalige productie¬eenheden automatisch hogere bioveiligheidsstandaarden hanteren en dat kleine bedrijven meer toezicht nodig hebben. Verder wordt er in het FAO-document op gewezen dat de diergezondheidspreventie een zeer complexe materie is; alleen een alomvattende, en op onderzoek gebaseerde benadering zowel bij bedrijven in de intensieve veehouderij als op hobbydierhouderijen, kan een veilige en economisch verantwoorde voedselvoorziening garanderen. Ik deel niet de beperkte weergave van dit stuk door het Agrarisch Dagblad.

Ik laat momenteel onderzoeken wat de kansen en risico’s zijn van dergelijke grote concentraties van dieren. Daarbij komen de aspecten diergezondheid, voedselveiligheid, volksgezondheid en dierenwelzijn aan de orde.

Op basis van bovengenoemd onderzoek zal bepaald worden of dergelijke grote concentraties, of schaalvergroting, verantwoord zijn met in achtneming van genoemde aspecten, en onder welke voorwaarden.

De eerste resultaten van dit onderzoek verwachten wij het eerste kwartaal van 2008.

4
Bent u bereid de maatschappelijke kosten, die voortvloeien uit het gevaar van verspreiding van ziekten vanuit de intensieve veehouderij onder mensen, toe te rekenen aan dierlijke producten die afkomstig zijn uit de intensieve veehouderij? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Nee, de maatschappelijke kosten die voortvloeien uit het gevaar van verspreiding van dierziekten onder mensen zijn niet alleen toe te rekenen aan de intensieve veehouderij. In het FAO-stuk wordt aangegeven dat zowel wilde dieren, als dieren in kleinschalige bedrijven, als dieren in grootschalige bedrijven bijdragen aan de risico’s. Wat de bijdrage is van elk van de onderdelen aan een volksgezondheidsrisico is niet bekend. Daarnaast is het beleidsdoel van zowel de Nederlandse als de Europese overheid het garanderen van een hoog niveau van volksgezondheid door het minimaliseren van biologische en chemische risico’s voor mensen, en daarmee worden ook mogelijke maatschappelijke kosten zo veel mogelijk voorkomen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer