Kamer­vragen aan de ministers van LNV en van VROM over mega­kip­penfarm.


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van LNV en VROM over megakippenfarm.

1. Kent u het bericht ‘wakker dier strijdt tegen megakippenfarm’1?

2. Is het juist dat volgens het Legkippenbesluit uit 2003 sindsdien alleen legbatterijen gehuisvest mogen worden die voor 2003 bestonden? Zo ja, bent van mening dat de stallen die in 2002 in Groesbeek gebouwd werden geen legale status hadden en dus geen uitzondering kunnen vormen van het Legkippenbesluit? Zo nee, waarom niet?

3. Bent u bereid niet te wachten op eventuele vergunningverlening, maar in een vroeg stadium duidelijkheid te verschaffen over de (on)mogelijkheid van een eventuele nieuwe vergunning? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

4. Bent u met mij van mening dat slepende uitbreidingsverzoeken in geval van onhaalbaarheid in een vroeg stadium zouden moeten worden afgewezen? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u met mij van mening dat stallen die voor 2003 geen legale status hadden niet in aanmerking kunnen komen voor een uitzondering op het Legkippenbesluit uit 2003? Zo nee, waarom niet?

1www.agd.nl/1082851/Nieuws/Artikel/Wakker-Dier-strijdt-tegen-megakippenfarm.htm

Antwoorddatum: 11 okt. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over een megakippenfarm.



1
Kent u het bericht “Wakker dier strijdt tegen megakippenfarm”? 1)

Ja.

2
Is het waar dat conform het Legkippenbesluit uit 2003 alleen legbatterijen gehuisvest mogen worden die vóór 2003 bestonden? Zo ja, deelt u de mening dat de stallen die in 2002 in Groesbeek gebouwd werden geen legale status hadden en dus geen uitzondering kunnen vormen op het Legkippenbesluit? Zo nee, waarom niet?
5
Deelt u de mening dat stallen die vóór 2003 geen legale status hadden niet in aanmerking kunnen komen voor een uitzondering op het Legkippenbesluit uit 2003? Zo nee, waarom niet?

Op basis van het Legkippenbesluit 2003 mogen tot en met 31 december 2011 legkippen worden gehuisvest in een legbatterij. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat de gebruiker van dit huisvestingssysteem kan aantonen dat dit systeem vóór 1 januari 2003 is gebouwd en in gebruik is genomen. Deze overgangstermijn vloeit rechtstreeks voort uit de Europese richtlijn die toeziet op de bescherming van legkippen.
Het Legkippenbesluit 2003 stelt ten aanzien van de huisvesting in legbatterijen eisen aan het welzijn van de legkippen. Dit besluit zegt niets over de verplichting voor de houder van de legbatterij tot het hebben van een vergunning op basis van andere regelgeving, maar zegt alleen iets over de omstandigheden waaronder legkippen mogen worden gehouden.

3
Bent u bereid eventuele vergunningverlening niet af te wachten, maar in een vroeg stadium duidelijkheid te verschaffen over de (on)mogelijkheid van een eventuele nieuwe vergunning? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?
4
Deelt u de mening dat slepende uitbreidingsverzoeken in geval van onhaalbaarheid in een vroeg stadium zouden moeten worden afgewezen? Zo nee, waarom niet?

Nee, dit is niet mogelijk. Het feit dat een huisvestingssysteem niet voldoet aan de eisen van het Legkippenbesluit 2003 vormt namelijk geen reden om een milieu¬ver¬gunning te weigeren. Een aanvraag van een milieuvergunning kan alleen wor¬den getoetst aan de relevante milieu¬regelgeving. Zoals de Afdeling bestuurs¬recht¬spraak van de Raad van State in diverse uitspraken heeft bevestigd, kan het as¬pect dierenwelzijn niet in de beoordeling van een aanvraag om een milieu¬vergun¬ning worden betrokken.
De gemeente is in dit geval de bevoegde autoriteit om te bezien of aan de relevante eisen van de milieuregelgeving is voldaan. Het Legkippenbesluit 2003, dat ziet op de om¬stan¬digheden waaronder de legkippen mogen worden gehouden, speelt hierbij dus geen rol.


1) Agrarisch Dagblad, 25 augustus 2009: “Wakker Dier strijdt tegen megakippenfarm”


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg