Kamer­vragen aan de ministers van LNV en van VROM over de uitspraak van de Raad van State over de Brabantse recon­struc­tie­plannen


Indiendatum: mrt. 2010

Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de vernietiging van de Raad van State van reconstructieplannen in Brabant

1. Heeft u kennis genomen van de uitspraak van de Raad van State waarin de Raad een streep haalt door een groot deel van de reconstructieplannen van het buitengebied in Brabant1, en kent u de berichtgeving hierover?

2. Is het waar dat u het Brabantse plan, dat de Raad van State nu heeft vernietigd, heeft goedgekeurd op 12 augustus 20082? Zo ja, kunt u uiteenzetten hoe het mogelijk is dat u een ondeugdelijk besluit heeft goedgekeurd?

3. Deelt u de mening dat u onzorgvuldig bent geweest, en kunt u dit nader toelichten? Zo neen, waarom niet?

4. Zijn er nog meer besluiten die u in dit kader heeft goedgekeurd, en die momenteel aangevochten worden bij de rechter, of waar de rechter al negatief over heeft geoordeeld?

5. Kunt u uiteenzetten hoe het mogelijk is dat er meerdere landbouwontwikkelingsgebieden binnen de door de provincie zelf vastgesteld grens van 500 m van o.a. natuur, zijn aangewezen zonder een deugdelijke toelichting ? Welke conclusies verbindt u hieraan?

6. Kunt u uiteenzetten hoe het kan dat er zonder toelichting werd afgeweken van de 250 m grens rond kwetsbare natuurgebieden? Wat concludeert u hieruit?

7. Kunt u toelichten het kan dat een landbouwontwikkelingsgebied overlapt met een grondwaterbeschermingsgebied?

8. Ziet u naar aanleiding van deze uitspraak de noodzaak om andere reconstructieplannen nog eens tegen het licht te houden? Zo neen, waarom niet? Zo ja, welke plannen zijn dat en op welke manier en wijze bent u bereid deze tegen het licht te houden?

9. Welke partij had de bescherming van flora en fauna in de reconstructieplannen moeten garanderen, waarom is dit in onvoldoende mate gedaan, en op welke wijze houdt u toezicht op deze processen?

10. Speelt de problematiek van het uitvoeren van het reconstructiebeleid ook in andere provincies waar de reconstructie uitgevoerd wordt?

11. Kunt u uiteenzetten hoever de reconstructie gevorderd is, hoeveel gelden er nog gereserveerd zijn voor de uitvoering hiervan, en welke knelpunten er spelen bij het uitvoeren van de reconstructie?

12. Deelt u de mening dat de uitspraak van de Raad van State een nieuwe bevestiging is van het failliet van het reconstructiebeleid en dat de grote hoeveelheden belastinggeld die hiermee gemoeid zijn, dus eigenlijk worden verspild? Zo ja, bent u bereid het reconstructiebeleid te herzien? Zo neen, waarom niet?

13. Bent u bereid de reconstructiegelden die nog beschikbaar zijn om te (laten) buigen naar een warme sanering van de veehouderij in deze gebieden, zodat de kosten voor natuurherstel, de vervuiling van bodem en grondwater en de effecten op het klimaat van de veehouderij niet nog verder oplopen en dat een daadwerkelijke start kan gemaakt worden met de aanpak van al deze problemen?

14. Is het waar dat de Provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat het landbouwbelang altijd zwaarder zal wegen dan het natuurbelang, en dat de Raad van State mede naar aanleiding hiervan heeft moeten concluderen dat het besluit ondeugdelijk genomen is? Zo ja, hoe beoordeelt u deze uitspraak en welke consequenties verbindt u hieraan? Zo neen, waarom niet?

1 http://www.omroepbrabant.nl/?news/132482812/Raad+van+State+haalt+streep+door+plannen+Brabants+buitengebied.aspx
2 http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?zoeken_veld=reconstructieplannen%20brabant&verdict_id=42559&utm_id=1&utm_source=Zoeken_in_uitspraken&utm_campaign=uitspraken&utm_medium=internet&utm_content=200807643/1/R1&utm_term=reconstructieplannen%20brabant

Indiendatum: mrt. 2010
Antwoorddatum: 2 mrt. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Ouwehand (PvdD) over de uitspraak van de Raad van State over de Brabantse reconstructieplannen.

1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de Raad van State waarin de Raad een streep haalt door een groot deel van de reconstructieplannen van het buitengebied in Brabant? Kent u de berichtgeving hierover?

Ik heb kennisgenomen van de uitspraak van de Raad van State en de bericht­geving hierover. De uitspraak heeft betrekking op die onderdelen van het reconstructieplan die bij de eerste zitting in 2007 niet door de Raad van State zijn goedgekeurd. Het overgrote deel van de reconstructieplannen staat niet ter discussie. De uitspraak van de Raad van State heeft voor de reconstructie in Brabant slechts beperkte consequenties.

2
Is het waar dat u het Brabantse plan, dat de Raad van State nu heeft vernietigd, heeft goedgekeurd op 12 augustus 2008? Zo ja, kunt u uiteenzetten hoe het mogelijk is dat u een ondeugdelijk besluit heeft goedgekeurd?

De minister van VROM en ik hebben op 12 augustus 2008 zeven correctief herziene reconstructieplannen goedgekeurd (artikel 17, lid 2, Reconstructiewet concentratiegebieden). Zoals opgenomen in de memorie van toelichting bij de Reconstructiewet concentratiegebieden richt het besluit van de ministers zich op het garanderen van de “onderlinge samenhang tussen reconstructie en vigerend rijksbeleid, zoals deze samenhang in de rijksuitgangspunten en daarop gebaseerde bestuurlijke afspraken nader is gepreciseerd” (Kamerstukken II 1998/99, 26356, nr. 3 punt 4.4.2). Vanuit dit perspectief zijn de correctief herziene constructieplannen door ons goedgekeurd.

3
Deelt u de mening dat u onzorgvuldig bent geweest? Kunt u dit nader toelichten? Zo nee, waarom niet?

Nee, zie het antwoord op vraag 2.

4
Zijn er nog meer besluiten die u in dit kader heeft goedgekeurd en die momenteel aangevochten worden bij de rechter of waar de rechter al negatief over heeft geoordeeld?

Momenteel lopen er nog beroepen tegen de partiële herziening van het reconstructieplan Salland-Twente. Deze partiële herziening is op dezelfde wijze getoetst zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2. De partiële herziening is goedgekeurd op 19 augustus 2009.

5
Kunt u uiteenzetten hoe het mogelijk is dat er meer landbouwontwikkelings­gebieden binnen de door de provincie zelf vastgesteld grens van 500 meter van onder andere natuur, zijn aangewezen zonder een deugdelijke toelichting? Welke conclusies verbindt u hieraan?

Het opstellen van reconstructieplannen is een verantwoordelijkheid van de provincie. Voor beantwoording van deze vraag verwijs ik u daarom naar de provincie Noord-Brabant.

6
Kunt u uiteenzetten hoe het kan dat er zonder toelichting werd afgeweken van de 250 meter grens rond kwetsbare natuurgebieden? Wat concludeert u hieruit?

Zie het antwoord op vraag 5.


7
Kunt u toelichten hoe het kan dat een landbouwontwikkelingsgebied overlapt met een grondwaterbeschermingsgebied?

Zie het antwoord op vraag 5.


8
Ziet u naar aanleiding van deze uitspraak de noodzaak om andere reconstructie­plannen nog eens tegen het licht te houden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke plannen zijn dat? Op welke manier en wijze bent u bereid deze tegen het licht te houden?

Nee, zie mijn antwoorden op de vragen 1 en 2.

9
Welke partij had de bescherming van flora en fauna in de reconstructieplannen moeten garanderen, waarom is dit in onvoldoende mate gedaan, en op welke wijze houdt u toezicht op deze processen?

Het opstellen van de reconstructieplannen is een verantwoordelijkheid van de provincie. De provincie maakt hierin een integrale afweging en heeft andere overheden en maatschappelijke organisaties, waaronder de Brabantse Milieufederatie, betrokken bij dit proces. Voor de rol van het Rijk verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 2.

10
Speelt de problematiek van het uitvoeren van het reconstructiebeleid ook in andere provincies waar de reconstructie uitgevoerd wordt?

Zie antwoord op vraag 4.

11
Kunt u uiteenzetten hoever de reconstructie gevorderd is, hoeveel gelden er nog gereserveerd zijn voor de uitvoering hiervan, en welke knelpunten er spelen bij het uitvoeren van de reconstructie?

De reconstructie van zandgebieden is als Rijksdoel opgenomen in de ILG-bestuursovereenkomsten. Hierover rapporteer ik jaarlijks de Tweede Kamer via een voortgangsrapportage. Ik verwijs u daarom naar de meest recente voortgangsrapportage ILG 2008, TK 2008-2009, 30825, nr. 49.

12
Deelt u de mening dat de uitspraak van de Raad van State een nieuwe bevestiging is van het failliet van het reconstructiebeleid en dat de grote hoeveelheden belastinggeld die hiermee gemoeid zijn, dus eigenlijk worden verspild? Zo ja, bent u bereid het reconstructiebeleid te herzien? Zo nee, waarom niet?

Nee, zie mijn antwoord op de vragen 1 en 2.

13
Bent u bereid de reconstructiegelden die nog beschikbaar zijn om te (laten) buigen naar een warme sanering van de veehouderij in deze gebieden, zodat de kosten voor natuurherstel, de vervuiling van bodem en grondwater en de effecten op het klimaat van de veehouderij niet nog verder oplopen en dat een daadwerkelijke start kan gemaakt worden met de aanpak van al deze problemen?

Nee.

14
Is het waar dat de Provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat het landbouwbelang altijd zwaarder zal wegen dan het natuurbelang en dat de Raad van State mede naar aanleiding hiervan heeft moeten concluderen dat het besluit ondeugdelijk genomen is? Zo ja, hoe beoordeelt u deze uitspraak en welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Nee, zie het antwoord op vraag 9.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer