Kamer­vragen aan de ministers van LNV en V&W over wegmaaien zeldzame vlinders door water­schap


Indiendatum: jul. 2007

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Verkeer en Waterstaat over wegmaaien zeldzame vlinders door waterschap

Deze vragen zijn aanvullend op de kamervragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en Justitie over het vernielen van 130 nesten op landgoed Twickel, gesteld op 14 juni 2007

1. Kent u het bericht ‘zeldzame vlinder weggemaaid door waterschap’ (1)?

2. Kunt u aangeven hoe het waterschap Aa en Maas opdracht heeft kunnen geven aan een aannemer (loonwerker) om te maaien, terwijl al langer bekend was dat het leefgebied van het Pimpernelblauwtje onder de habitatrichtlijn beschermd dient te worden en terwijl bekend was dat inde berm van het Drongelens kanaal zich pimpernelblauwtjes bevonden?

3. Deelt u de mening dat het hier om een ernstige verzaking van het voorzorgsprincipe betreft, temeer omdat het waterschap Aa en Maas inmiddels al driemaal door de Vlinderstichting was geattendeerd op de aanwezigheid van het pimpernelblauwtje en heeft geadviseerd niet voor september te maaien? Zo ja, op welke wijze wilt u dit in de toekomst voorkomen en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

4. Deelt u de mening dat de uitbesteding van publieke werken in leefgebieden van dieren en planten, zoals het maaien van bermen, alleen onder strikte voorwaarden mag gebeuren, bijvoorbeeld alleen door aannemers die voldoende kennis hebben van en respect voor in het wild levende dieren en planten? Zo ja, welke concrete voorwaarden heeft u in gedachten en wanneer gaat u deze implementeren? Zo neen, kunt u uitleggen op welke wijze u wilt voorkomen dat vlinders worden weggemaaid, nesten worden vernield, etc. en waarom u de door u te nemen maatregelen voldoende acht?

5. Bent u bereid om een verplicht certificaat te ontwikkelen voor aannemers (loonwerkers) die in opdracht van publieke instellingen werkzaamheden in leefgebieden van beschermde soorten uitvoeren met daarin opgenomen een aantal criteria gericht op het hanteren en respecteren van het voorzorgsprincipe en het verplicht handelen volgens de habitat- en vogelrichtlijn en de flora en faunawet? Zo ja, op welke wijze en binnne welke termijn? Zo neen, waarom niet en op welke wijze wilt u garanderen dat uitbesteed werk door publieke instellingen leidt tot vernieling van leefgebieden van beschermde soorten?

6. Kunt u aangeven wat de gangbare strafmaat is voor het vernielen van leefgebieden van de beschermde soorten en of u deze strafmaat voldoende acht en waarom?

(1)www.blikopnieuws.nl/bericht/52788

Indiendatum: jul. 2007
Antwoorddatum: 2 okt. 2007

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), mede namens de
staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat.

1. Ja.

2. en 3. Het Waterschap Aa en Maas heeft middels een besluit van het bestuur aangegeven de door mij
goedgekeurde gedragscode van de Unie van Waterschappen na te leven. Hiermee verplicht het waterschap zich om op plaatsen waar onder andere soorten die beschermd zijn op grond van de habitatrichtlijn worden verwacht, maaidatum en maaimethode af te stemmen op de instandhouding van deze soorten. Het waterschap heeft voor het betreffende traject in het onderhoudscontract met de
aannemer standaard afspraken gemaakt over aangepast maaionderhoud. Hier mag pas in het najaar gemaaid worden. Het waterschap stelt dat een misverstand bij de aannemer er de oorzaak van is dat er toch gemaaid is op circa 40% van het areaal. Het waterschap heeft het voorval gemeld bij de Algemene Inspectiedienst (AID) en de aannemer aansprakelijk gesteld.

4. De Unie van Waterschappen heeft in haar gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen vastgesteld dat er bij het uitbesteden van werken sprake is van ketenaansprakelijkheid. Dat wil zeggen dat het waterschap als opdrachtgever te allen tijde aansprakelijk is en blijft voor een zorgvuldige uitvoering van werkzaamheden. Ik onderschrijf dit en heb deze gedragscode in 2006 goedgekeurd. Het is vervolgens aan de waterschappen om conform deze gedragscode te werken.

5. Zoals ik ook in mijn antwoord op uw vragen over de oeverzwaluwen op Landgoed Twickel antwoord,
stimuleer ik de ontwikkeling van gedragscodes die door (maatschappelijke) organisaties zelf worden opgesteld. Om de naleving van de gedragscode te bevorderen en inzichtelijk te maken, kan een
organisatie er zelf voor kiezen om te gaan werken met certificering.

6. Op basis van de Wet op de economische delicten kan voor het vernielen van leefgebieden van
beschermde plant- en diersoorten als maximum hechtenis van zes maanden, een taakstraf of een
geldboete van de vierde categorie (€ 16 750) worden opgelegd. Dit geldt indien het feit niet opzettelijk is
begaan en er dus sprake is van een overtreding en niet van een misdrijf. Wat de gangbare strafmaat is voor het vernielen van leefgebieden van beschermde plant- en diersoorten kan ik niet verder uiteenzetten. Het strafvorderingsbeleid van het Openbaar Ministerie (OM) is vastgelegd in de «Richtlijn voor strafvordering regelgeving ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beleidsterrein
natuur». Op basis van deze richtlijn bepaalt het OM of er in een bepaald geval een transactie zal worden
aangeboden, danwel of er tot dagvaarding zal worden overgegaan. Daarbij wordt door het OM rekening
gehouden met onder meer de kwetsbaarheid van de plant- en diersoorten, de kwetsbaarheid van het gebied waarbinnen de overtreding is begaan, de mate van redelijkerwijs te verwachten deskundigheid van de verdachte in relatie tot de overtreding, de schaal waarop de soort(en)populatie is bedreigd en het oogmerk van economisch gewin/belang.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer