Kamer­vragen aan de ministers van LNV en EZ over onte­rechte subsidie vestiging varkens­flats via het Nati­o­naal­groen­fonds


Indiendatum: sep. 2007

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de ministers van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit en Economische Zaken over onterechte subsidie vestiging varkensflats via het Nationaalgroenfonds

1. Kent u het bericht 'Groenfonds en Rabobank komen met lening voor verplaatsende veehouders' (1)?

2. Kunt u aangeven of de keuze van het Nationaal Groenfonds voor samenwerking met de Rabobank voor een bedrag van 5 miljoen euro tot stand gekomen is door middel van een openbare aanbesteding? Zijn andere banken betrokken geweest in de totstandkoming van dit project. Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet en bestond daartoe niet een wettelijke plicht of tenminste een morele plicht naar andere marktpartijen?

3. Kunt u aangeven of aan de leningverstrekking tegen niet marktconforme voorwaarden, aanvullende bovenwettelijke eisen of extra voorwaarden zijn verbonden, zoals eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en natuur bij de plannen voor de nieuwe vestiging? Zo ja, om welke bovenwettelijk eisen en voorwaarden gaat het en waarom rechtvaardigen deze eisen volgens u het hanteren van een niet marktconforme lening? Zo neen, waarom niet en op welke wijze rechtvaardigt u het verstrekken van een niet marktconforme lening aan een regulier varkensbedrijf?

4. Is de lening tegen niet marktconforme voorwaarden (250.000€ tegen 2% rente) alleen toegankelijk voor bedrijven die verplaatst worden in de intensieve veehouderij? Zo ja, welke bij de doelstellingen van het Nationaal Groenfonds passende overweging heeft hiertoe geleid en op welke wijze draagt het bij aan een duurzame leefomgeving in het Landbouw ontwikkelings gebied waar dit bedrijf zich dan zal vestigen? Zo neen, voor wie is de lening dan verder toegankelijk?

5. Is de lening toegankelijk voor bedrijven die overschakelen van intensieve veehouderij naar biologische landbouw? Zo neen, waarom niet, in het kader van de doelstellingen van het Nationaal Groenfonds? Zo ja, krijgen zij voorrang bij de verstrekking van de lening in geval van een lening-plafond?
6. Is het denkbaar dat de bouw van varkensflats of andersoortige vorming van megabedrijven via de-ze regeling op niet-marktconforme wijze gefinancierd wordt? Zo ja, welke voordelen heeft dat gezien in het licht van de doelstellingen van het nationaal Groenfonds? Zo neen, op welke wijze wordt de financiering van megabedrijven van deze regeling uitgesloten?

7. Is het verstrekken van leningen tegen niet marktconforme voorwaarden in overeenstemming met de Europese mededingingsregels? Zo ja, op welke wijze is dit getoetst en is goedkeuring van de mededingingsautoriteit verkregen?

8. Kunt u aangeven in welke bedrijfstakken nog meer vanuit de overheid of via aan de overheid gelieerde organisaties zoals het nationaal Groenfonds leningen verstrekt worden op nietmarktconforme voorwaarden? Zo ja, kunt u inzicht geven in de gevallen waarin dat gebeurt en waarom? Zo neen, op grond waarvan geeft de overheid c.q. het Nationaal Groenfonds steun aan de herhuisvesting van intensieve veehouderijen waarvan bekend is dat ze een zware belasting vormen voor het milieu?

9. Kunt u aangeven of, in het kader van het eerder in kamervragen geformuleerde regeringsstand-punt dat “vlees het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket vormt”, via deze regeling op enigerlei wijze invloed uitgeoefend wordt in de richting van een transitie van de pro-ductie van dierlijke naar die van plantaardige eiwitten? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

10. Kunt u aangeven waarom de intensieve veehouderij bevoordeeld wordt via het verstrekken van leningen op niet marktconforme basis, waar de biologische akkerbouw en biologische veehouderij waarvan meer voordelen te verwachten zijn voor dierenwelzijn, natuur en milieu, niet voor dergelijke laagrentende leningen in aanmerking komen?

(1) 03-09-2007 AgriHolland http://www.agriholland.nl/nieuws/artikel.html?id=80752

Indiendatum: sep. 2007
Antwoorddatum: 8 nov. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Economische Zaken, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over leningverstrekking aan veehouders.

1
Kent u het bericht 'Groenfonds en Rabobank komen met lening voor verplaatsende veehouders'?

Ja.

2
Kunt u aangeven of de keuze van het Nationaal Groenfonds voor samenwerking met de Rabobank voor een bedrag van vijf miljoen euro tot stand gekomen is door middel van een openbare aanbesteding? Zijn andere banken betrokken geweest bij de totstandkoming van dit project. Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet en bestond er niet een wettelijke plicht of tenminste een morele plicht naar andere marktpartijen?

De lening betreft een samenwerking tussen de Rabobank en het Nationaal Groenfonds. In dit geval is er geen sprake van een overheidsopdracht die zou moeten worden aanbesteed. Het Besluit aanbestedingsregels van Overheidsopdrachten (BAO) is alleen van toepassing als er een tegenprestatie tegenoverstaat. Dat is hier niet het geval, omdat het Nationaal Groenfonds niets betaalt aan de Rabobank voor de activiteiten die binnen de samenwerking worden verricht.

Mij is bekend dat het Nationaal Groenfonds bereid is tot een vergelijkbare samenwerking met andere banken en hierover in overleg is. Deze faciliteit voor verplaatsing van intensieve veehouderijbedrijven is dus niet exclusief voorbehouden aan de Rabobank.

3
Kunt u aangeven of aan de leningverstrekking tegen niet marktconforme voorwaarden aanvullende bovenwettelijke eisen of extra voorwaarden zijn verbonden, zoals eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en natuur, bij de plannen voor de nieuwe vestiging? Zo ja, om welke bovenwettelijke eisen en voorwaarden gaat het? Waarom rechtvaardigen deze eisen het hanteren van een niet marktconforme lening? Zo neen, waarom niet en op welke wijze rechtvaardigt u het verstrekken van een niet marktconforme lening aan een regulier varkensbedrijf?

Het doel van deze leningen is de uitvoering van de reconstructie te ondersteunen. De lening is een aanvulling op de provinciale subsidieregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij (VIV). Het Nationaal Groenfonds, dat vermogen voor deze leningen beschikbaar stelt, vraagt geen aanvullende voorwaarden ten opzichte van de VIV-regeling.
De rechtvaardiging van de leningen van het Nationaal Groenfonds volgt uit de doel¬stellingen van het Nationaal Groenfonds: het verlenen van financiële faciliteiten voor natuur, bos, landschap, recreatie en landbouw, binnen de kaders van het overheidsbeleid.

4
Is de lening tegen niet marktconforme voorwaarden (250.000 euro tegen twee procent rente) alleen toegankelijk voor bedrijven die verplaatst worden in de intensieve veehouderij? Zo ja, welke bij de doelstellingen van het Nationaal Groenfonds passende overweging heeft hiertoe geleid? Op welke wijze draagt dit bij aan een duurzame leef¬omgeving in een landbouwontwikkelingsgebied, waar dit bedrijf zich dan zal vestigen? Zo neen, voor wie is de lening dan verder toegankelijk?

Deze lening is alleen toegankelijk voor intensieve veehouderijbedrijven die gebruik maken van de VIV-regeling en tevens maximaal gebruik maken van de kredietverstrekking van hun bank. Deze lening is hierop een aanvulling. Voor de doelstelling van het Nationaal Groenfonds verwijs ik naar het antwoord op vraag 3.

5
Is de lening toegankelijk voor bedrijven die overschakelen van intensieve veehouderij naar biologische landbouw? Zo ja, krijgen zij voorrang bij de verstrekking van de lening in geval van een leningplafond? Zo neen, waarom niet, gelet op de doelstellingen van het Nationaal Groenfonds?

De lening is toegankelijk voor intensieve veehouderijbedrijven die omschakelen naar biologische landbouw wanneer zij gebruik maken van de VIV-regeling. De aanvragen worden toegekend op volgorde van binnenkomst.

6
Is het denkbaar dat de bouw van varkensflats of andersoortige vorming van megabedrijven via deze regeling op niet- marktconforme wijze gefinancierd wordt? Zo ja, welke voordelen heeft dat in het licht van de doelstellingen van het Nationaal Groenfonds? Zo neen, op welke wijze wordt de financiering van megabedrijven van deze regeling uitgesloten?

In de regeling zit een plafond waarover de vergoeding geldt zodat de verwachting is dat juist kleinere bedrijven gebruik zullen maken van de regeling.

7
Is het verstrekken van leningen tegen niet marktconforme voorwaarden in overeenstemming met de Europese mededingingsregels? Zo ja, op welke wijze is dit getoetst en is goedkeuring van de mededingingsautoriteit verkregen?

Ingevolge het mededingingsrecht is het aan partijen zelf, in deze het Nationaal Groenfonds en de Rabobank, om te toetsen of hun afspraken aan de normen van het mededingingsrecht voldoen. Partijen hoeven geen toestemming of goedkeuring aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit of de Europese Commissie te vragen. Mededingingsautoriteiten toetsen in het algemeen achteraf. De onderhavige regeling is niet door de NMa getoetst.

8
Kunt u aangeven in welke bedrijfstakken nog meer vanuit de overheid of via aan de overheid gelieerde organisaties, zoals het Nationaal Groenfonds, leningen verstrekt worden op niet marktconforme voorwaarden? Zo ja, kunt u inzicht geven in de gevallen waarin dat gebeurt en waarom? Zo neen, op grond waarvan geeft de overheid of het Nationaal Groenfonds steun aan de herhuisvesting van intensieve veehouderijen, waarvan bekend is dat ze een zware belasting vormen voor het milieu?

Het is weliswaar een vrij veel voorkomend verschijnsel dat de overheid via fiscale of via subsidiemaatregelen het gedrag van bedrijven in een bepaalde richting wil stimuleren, maar er zijn geen regelingen in de landbouw waar LNV leningen met een lage rente verstrekt aan landbouwers.

9
Kunt u aangeven of, gelet op het naar aanleiding van eerdere vragen geformuleerde regeringsstandpunt (1) dat “vlees het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket vormt”, via deze regeling op enigerlei wijze invloed uitgeoefend wordt in de richting van een transitie van de productie van dierlijke naar die van plantaardige eiwitten? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

De bedrijfsverplaatsingen dragen bij aan de (versnelde) vermindering van de milieubelasting van de intensieve veehouderij in het algemeen en in de kwetsbare gebieden in het bijzonder.

10
Kunt u aangeven waarom de intensieve veehouderij bevoordeeld wordt via het verstrekken van leningen op niet marktconforme basis, waar de biologische akkerbouw en biologische veehouderij, waarvan meer voordelen te verwachten zijn voor dierenwelzijn, natuur en milieu, niet voor dergelijke laagrentende leningen in aanmerking komen?


Deze regeling is speciaal bedoeld voor de doelstellingen van de reconstructiewet.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg


(1) Aanhangsel Handelingen nr. 122, vergaderjaar 2004–2005.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer