Kamer­vragen aan de minister van LNV over een Neder­lands Kampi­oen­schap in het roken van een bedreigde diersoort


Indiendatum: sep. 2007

Vragen van het lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over een Nederlands Kampioenschap in het roken van een bedreigde diersoort

1. Kent u het bericht ‘Een paling waar je mee kunt speerwerpen’ (1)?

2. Kunt u aangeven op welke wijze u, 2,5 maand na de Cites-conferentie waarbij de paling als bedreigde diersoort is aangemerkt, nadat de populatie in twintig jaar door overbevissing is teruggebracht naar 1 tot 5% van de oorspronkelijke populatie, invulling geeft aan het herstellen van de palingstand binnen uw beleid en op welke consequenties uw beleid heeft voor de vangst en consumptie van palingen in Nederland?

3. Deelt u de mening dat het aanmerken van paling als bedreigde diersoort bij de CITES conferentie van juni 2007, en het ondertekenen van het herstelplan Aal van de Europese Unie door de Nederlandse regering inhoudt de Nederlandse regering alles op alles dient te zetten om de palingstand te beschermen? Zo ja, op welke wijze geeft u hier inhoud aan en wat betekent dit voor het vangen, roken, klaarmaken en consumeren van de paling? Zo neen, waarom niet en waar houdt volgens u de verantwoordelijkheid van de overheid op bij het beperken van de vangst en consumptie van de paling in Nederland?

4. Deelt u de mening dat de palingstand niet gebaat is bij het vangen, roken en consumeren van palingen in Nederland en dat dit indruist tegen de maatregelen die moeten worden genomen om deze bedreigde diersoort te beschermen? Zo ja, op welke wijze gaat u de vangst en de consumptie van paling in Nederland beperken en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en wat zijn volgens u de maatregelen die nodig zijn om de palingstand in Nederland te herstellen?

5. Acht u het toelaatbaar, gezien het feit dat de paling een bedreigde diersoort is, een kampioenschap te organiseren waarbij deze vissoort massaal gevangen en gerookt wordt ter vermaak van de deelnemers? Zo ja, kunt u toelichten hoe zich dit verhoudt tot de maatregelen die moeten worden genomen om deze bedreigde diersoort te beschermen? Zo neen, wat voor maatregelen wilt u treffen om dergelijke wedstrijden in de toekomst te voorkomen?

6. Acht u wedstrijden waarbij vissen worden gerookt nadat zij op een zeer dieronvriendelijke manier in een zoutbad zijn gedood toelaatbaar? Zo ja, kunt u toelichten in hoeverre het ontslijmen van palingen pijnlijk is voor de palingen en waaruit dat blijkt en in hoeverre palingen volgens uw regelgeving pijn moeten lijden? Zo neen, wat voor maatregelen wilt u treffen om dit in de toekomst te voorkomen?

7. Kunt u aangeven hoe dit zich volgens u verhoudt tot artikel 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren?

8. Bent u bereid beleid te ontwikkelen om dieronvriendelijke evenementen of evenementen die aanzetten tot dieronvriendelijk gedrag te verbieden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn wilt u dit vormgeven? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.gooieneemlander.nl/article2373256.ece

Indiendatum: sep. 2007
Antwoorddatum: 4 okt. 2007

Geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van uw bovenvermelde brief doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Ouwehand (PvdA) inzake Nederlands Kampioenschap in het roken van een bedreigde diersoort.

1
Kent u het bericht ‘Een paling waar je mee kunt speerwerpen’?

Ja.

2
Kunt u aangeven op welke wijze u, tweeënhalve maand na de CITES-conferentie waarbij de paling als bedreigde diersoort is aangemerkt, nadat de populatie in twintig jaar door overbevissing is teruggebracht naar één tot vijf procent van de oorspronkelijke populatie, invulling geeft aan het herstellen van de palingstand binnen uw beleid? Welke consequenties heeft uw beleid voor de vangst en consumptie van paling in Nederland?

Ten eerste constateer ik dat de teruggang in het bestand van de aal alle levensstadia van de aal (glasaal, rode aal en schieraal) betreft, en dat er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan deze achteruitgang. Visserij is hier één van, maar ook waterkrachtcentrales, gemalen en andere kunstwerken, milieuvervuiling en factoren op de oceaan spelen een belangrijke rol.
Het herstel van de aalstand is een prioriteit in het binnenvisserijbeleid. De afgelopen tijd zijn er nationaal reeds enkele belangrijke stappen gezet, zoals een reductie van de aalvisserij op het IJsselmeer. Maar omdat de aal in geheel Europa voorkomt en het dus een Europees bestand betreft, heeft het ministerie van LNV zich sterk gemaakt voor Europese afspraken. Ik kan dan ook gerust zeggen dat de Europese Aalverordening (welke afgelopen juni door de Landbouw en Visserij Raad werd aangenomen) vooral op Nederlands initiatief en door onze inzet tot stand is gekomen.

Verdere maatregelen voor het herstel van de aalstand zal ik dan ook nemen in het kader van deze Europese aalverordening. Alle lidstaten zullen uiterlijk op 31 december 2008 een aalbeheersplan moeten indienen. Met dit plan moet op termijn 40% van de schieraal weer kunnen terugkeren naar de zee. Als eerste stap naar de invulling van een nationaal aalbeheersplan laat ik momenteel de vangsten van sport- en beroepsvisserij inventariseren en werk ik aan een systeem voor monitoring en registratie. Met de uitkomsten ervan verwacht ik begin 2008 over voldoende bouwstenen te beschikken voor het opstellen van een eerste versie van een nationaal beheersplan. Mogelijke maatregelen zijn onder andere: een tijdelijke sluiting van het visseizoen, maatregelen bij waterkrachtcentrales en uitzet van (glas)aal.

3
Deelt u de mening dat het aanmerken van paling als bedreigde diersoort bij de eerder genoemde CITES-conferentie en het ondertekenen van het herstelplan Aal van de Europese Unie door de Nederlandse regering inhoudt dat de Nederlandse regering alles op alles dient te zetten om de palingstand te beschermen? Zo ja, op welke wijze geeft u hier inhoud aan en wat betekent dit voor het vangen, roken, klaarmaken en consumeren van de paling? Zo neen, waarom niet? Waar houdt volgens u de verantwoordelijkheid van de overheid op bij het beperken van de vangst en consumptie van de paling in Nederland?

Ik deel uw mening dat de palingstand beschermd en hersteld dient te worden. Mijn antwoord bij vraag 1 geeft aan op welke wijze ik invulling geef aan dit beleid.
Tijdens de CITES-conferentie, die plaatsvond van 3 tot en met 15 juni 2007 in Den Haag, is met ruime meerderheid besloten de Europese aal (Anguilla anguilla) op Bijlage II van CITES te plaatsen. Dit houdt in dat internationale handel aan vergunningplicht onderhevig wordt. Handel binnen de Europese Unie zal niet aan vergunningplicht onderhevig worden omdat de EU één vrije binnenmarkt is waar de CITES-regelgeving verankerd is middels de geldende EU-Verordening (EC 338/97). Voor wat betreft de implementatie van de CITES-regelgeving is een overgangstermijn van 18 maanden overeengekomen. Dit betekent dat na inwerkingtreding hiervan (eind 2008) de vangst, het roken, klaarmaken en consumeren van de paling binnen de Europese Unie is toegestaan. Echter, binnen de Europese Unie is vooral de Europese Aalverordening en de nationale invulling van het beheersplan bepa¬lend voor de toekomstige visserijmogelijkheden.

4
Deelt u de mening dat de palingstand niet gebaat is bij het vangen, roken en consumeren van palingen in Nederland en dat dit indruist tegen de maatregelen die moeten worden genomen om deze bedreigde diersoort te beschermen? Zo ja, op welke wijze gaat u de vangst en de consumptie van paling in Nederland beperken en binnen welke termijn?

De Europese Aalverordening gaat uit van een duurzame benutting van het bestand van de Europese aal in de wateren van de Gemeenschap. Doel van de verordening is niet het verbieden van de visserij op of de consumptie van aal, maar het herstel van de aalstand door middel van een duurzame benutting.

5
Acht u het toelaatbaar een kampioenschap te organiseren waarbij de paling, die een bedreigde diersoort is, massaal gevangen en gerookt wordt ter vermaak van de deelnemers? Zo ja, kunt u toelichten hoe dit zich verhoudt tot de maatregelen die moeten worden genomen om deze bedreigde diersoort te beschermen? Zo neen, welke maatregelen wilt u treffen om dergelijke wedstrijden in de toekomst te voorkomen?

Ja. In mijn antwoord bij vraag 3 en 4 heb ik al aangegeven dat ik uit ga van een duurzame benutting binnen de kaders van het beheersplan.

6
Acht u wedstrijden waarbij vissen worden gerookt nadat zij op dieronvriendelijke manier in een zoutbad zijn gedood toelaatbaar? Zo ja, kunt u toelichten in hoeverre het ontslijmen van palingen pijnlijk is voor palingen? Waaruit blijkt dat en in hoeverre moeten pa¬lingen volgens de regelgeving pijn lijden? Zo neen, welke maatregelen wilt u treffen om dit in de toekomst te voorkomen?

Omdat er tot op heden weinig wetenschappelijke kennis aanwezig was omtrent de pijnbeleving bij vissen en welzijnsvriendelijke dodingsmethoden heb ik veel onderzoek op dit gebied gefinancierd. Inmiddels staat onomstotelijk vast dat vissen een pijnbeleving hebben. Het onderzoek naar welzijnsvriendelijke dodingsmethoden is inmiddels in een vergevorderd stadium. Wij zijn nu zo ver dat op praktijkschaal proeven worden gedaan. De laatste noodzakelijke stap betreft het opschalen van dit prototype naar een gebruiksklaar apparaat. Ik verwacht dat er nog 1,5 tot 2 jaar nodig is voor het verder ontwikkelen van dit prototype naar een commercieel apparaat wat geschikt is voor meerdere vissoorten. Ik ben momenteel in gesprek met de sector over deze fase in het onderzoek en over hun inbreng hierin. Zodra het onderzoek is afgerond zal ik de Europese Commissie inlichten. Hiermee is een belangrijke stap gezet om uiteindelijk tot Europese regelgeving te komen. In mijn nota dierenwelzijn die ik nog dit jaar zal uitbrengen, ga ik eveneens in op de dodingsmethode van onder andere paling.

7
Kunt u aangeven hoe zich dit verhoudt tot artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren?

In het reglement van het evenement waar u naar verwijst, is opgenomen dat er geen levende vis mag worden meegebracht. De alen die worden gerookt, worden dus dood aangeleverd voor de rookwedstrijd. Er wordt bij de wedstrijden dan ook geen pijn of letsel veroorzaakt. Artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wordt bij rookwedstrijden dan ook niet overschreden.
Voor wat betreft het dodingsproces van alen in het algemeen verwijs ik naar het antwoord op vraag 6.

8
Bent u bereidt beleid te ontwikkelen om dieronvriendelijke evenementen of evenementen die aanzetten tot dieronvriendelijk gedrag te verbieden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn wilt u dit vormgeven? Zo nee waarom niet?

Indien tijdens evenementen geldende regels worden overtreden zal ik daar uiteraard tegen optreden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer