Kamer­vragen aan de ministers van LNV en Defensie over oefe­ningen met laag­vlie­gende heli­kopters in natuur­ge­bieden


Indiendatum: okt. 2007

Vragen van het lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Defensie over oefeningen met laagvliegende helikopters in natuurgebieden

1. Bent u op de hoogte van de klachten over de vele laagvliegoefeningen die defensie houdt boven Veluwse natuurgebieden (1)?

2. Kunt u aangeven of er directe aanleiding is tot verhoging van de frequenties van dergelijke oefeningen en verlaging van de vlieghoogtes?

3. Kunt u aangeven wat gedaan wordt om verstoring van en schade aan dieren, natuur en milieu bij deze oefeningen te vermijden?

4. Wat is de minimale vlieghoogte die is toegestaan voor legerhelikopters en heeft u de indruk dat deze minimale vlieghoogte gerespecteerd wordt?

5. Welke garanties kunt u bieden dat verdere overlast en schade door dergelijke oefeningen vermeden zullen worden?

(1) http://www.dumpert.nl/mediabase/29033/57957b8d/heli_s_maken_veluwe_stuk.html

Indiendatum: okt. 2007
Antwoorddatum: 7 nov. 2007

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de antwoorden aan op vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over oefeningen met laagvliegende helikopters in natuurgebieden (2070802920).

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE


1. Bent u op de hoogte van de klachten over de vele laagvliegoefeningen die Defensie houdt boven Veluwse natuurgebieden?

Ja.

2. Kunt u aangeven of er een directe aanleiding is om de frequenties van dergelijke oefeningen te verhogen en de vlieghoogtes te verlagen?

Voorafgaand aan de uitzending van eenheden en personeel naar Afghanistan in het kader van ISAF Stage III wordt iedere vier maanden een grote afsluitende integratieoefening gehouden. Dit gebeurt met een hogere frequentie dan in het verleden. De vlieghoogtes zijn niet aangepast.

3. Kunt u aangeven wat gedaan wordt om verstoring van en schade aan dieren, natuur en milieu bij deze oefeningen te vermijden?

Defensie streeft er naar om verstoring, overlast en schade als gevolg van oefeningen te vermijden. Oefeningen worden zoveel mogelijk gespreid over de verschillende laagvlieggebieden. Ook binnen het laagvlieggebied worden oefeningen gespreid. Sinds twee jaar wordt bijvoorbeeld in de bronsttijd, naar aanleiding van gesprekken met de Veluwecommissie en in goed overleg met de “Vereniging ter Behoud van het Veluws Hert”, rekening gehouden met de belangrijke bronstgebieden. Dit geschiedt zowel in tijd als in ruimte. Hiermee wordt door Defensie naar vermogen invulling gegeven aan het in stand houden van de natuurwaarden op de Veluwe.

4. Wat is de minimale vlieghoogte die is toegestaan voor legerhelikopters? Heeft u de indruk dat deze minimale vlieghoogte gerespecteerd wordt?

De algemene vlieghoogte van helikopters in Nederland is 50 meter. Binnen een laagvlieggebied is de minimale hoogte 30 meter of zoveel lager als noodzakelijk is voor het uitvoeren van de opdracht, zoals bijvoorbeeld het in- of uitstappen van personeel, het aanhaken van lading of het uitvoeren van verkenningen met gebruikmaking van sluipvliegtechnieken. De minimale vlieghoogten worden gerespecteerd.

5. Welke garanties kunt u bieden dat verdere overlast en schade door dergelijke oefeningen vermeden zullen worden?

Ik verwijs naar het antwoord bij vraag 3. Overigens is het niet mogelijk een garantie te geven dat overlast of verstoring als gevolg van dit type oefeningen in alle gevallen vermeden kan worden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer