Kamer­vragen aan de ministers van LNV en BZK over het bericht dat Nederland is gestegen op de lijst van landen met meldingen over dierenleed


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat Nederland opnieuw is gestegen op de lijst van landen waar meldingen over dierenleed grootschalig voorkomt

1. Kent u het bericht “Nederland in top tien dierenleed[1]’?

2. Deelt u de mening dat het feit dat twee onderdelen van het Koninkrijk voorkomen in de top 10 beschamend is? Zo neen, waarom niet?

3. Bent u van mening dat de stijging van Nederland op de lijst eerder samenhangt met een vergroot bewustzijn en vergrote meldingsbereidheid onder burgers van gesignaleerd dierenleed, of door een hogere incidentie van dierenleed of een combinatie daarvan?

4. Bent u bereid zowel in de overzeese gebiedsdelen als in eigen land actief te gaan werken aan het verbeteren van de positie op het gebied van het welzijn van dieren? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

5. Bent u het eens met de signalering van de stichting Dierenhulp? Zo neen, waarom niet?

[1]http://www.duurzaamnieuws.nl/bericht.rxml?id=57078&title=Nederland%20in%20top%20tien%20dierenleed

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de antwoorden op de Kamervragen van het lid Thieme (PvdD) over het bericht dat Nederland opnieuw is gestegen op de lijst van landen waar meldingen over dierenleed grootschalig voorkomen.

1. Kent u het bericht ‘’Nederland in top tien dierenleed’’(1)?

Ja, inmiddels wel.

2. Deelt u de mening dat het feit dat twee onderdelen van het Koninkrijk voorkomen in de top tien beschamend is? Zo nee, waarom niet? 5. Bent u het eens met de signalering van de Stichting Dierenhulp, zo nee, waarom niet?

Ik maak mij sterk voor dierenwelzijn en er zouden geen meldingen over dierenleed in Nederland moeten zijn. Het ontbreekt echter aan voldoende informatie om valide uitspraken te doen over deze top tien. Stichting Dierenhulp heeft aangegeven, dat er geen onderzoeksrapport ten grondslag ligt aan de ranglijst. De stichting heeft zelf meldingen geteld op basis waarvan de rangorde is bepaald. Volgens de stichting komen de meldingen voor meer dan 95% van Nederlanders, al dan niet op vakantie in de landen die in de top tien staan vermeld. De plaats van Nederland op deze top tien lijkt daarmee in ieder geval en in zekere mate bepaald door het feit dat de respondenten grotendeels uit Nederland afkomstig zijn.

3. Bent u van mening dat de stijging van Nederland op de lijst eerder samenhangt met een vergroot bewustzijn en vergrote meldingsbereidheid onder burgers van gesignaleerd dierenleed, of door een hogere incidentie van dierenleed of een combinatie daarvan?

Ook voor deze vraag geldt dat de onderzoeksmethode van de Stichting Dierenhulp te weinig informatie biedt om de oorzaak van de gestelde stijging te kunnen beoordelen. De Stichting Dierenhulp zelf schrijft de toename van de door haar getelde meldingen toe aan grotere bewustwording bij de burger en het toegenomen gebruik van communicatiemiddelen. Ten algemene kan worden gesteld dat het bewustzijn van de burger in Nederland voor het welzijn van dieren toeneemt.

4. Bent u bereid, zowel in de overzeese gebiedsdelen als in eigen land, actief te gaan werken aan het verbeteren van de positie op het gebied van het welzijn van dieren? Zo niet, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

In de Nota Dierenwelzijn heb ik uiteengezet hoe ik in Nederland verder aan verbetering van het dierenwelzijn wil werken. Ik heb daarover veelvuldig met u van gedachten gewisseld. De Nederlandse wetgeving op het gebied van dierenwelzijn is niet op de Nederlandse Antillen van toepassing. De Nederlandse Antillen zijn met betrekking tot dierenwelzijn autonoom.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg