Kamer­vragen aan de ministers van Justitie en LNV over controle op vakbe­kwaamheid bij gebruik schiet­maskers door veehan­de­laren


Indiendatum: okt. 2007

Kamervragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Justitie en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over controle op vakbekwaamheid bij gebruik schietmaskers door veehandelaren

1. Kunt u aangeven op welke gronden en eisen de politie een vergunning kan verstrekken voor het gebruik van een schietmasker en bijbehorende munitie?

2. Kunt u aangeven op welke wijze wordt gecontroleerd of er voldoende kennis en vakbekwaamheid aanwezig is bij de aanvrager van de vergunning om een schietmasker en bijbehorende munitie te gebruiken?

3. Kunt u aangeven of een verplichte cursus en/of training in het gebruik van een schietmasker een voorwaarde is om een vergunning af te geven voor het gebruik van een schietmasker en bijbehorende munitie? Zo ja, welke aspecten komen in deze verplichte cursus aan bod en waarop worden kandidaten beoordeeld? Zo neen, waarom niet en acht u het wenselijk dat mensen zonder kennis van zaken een schietmasker kunnen gebruiken waarmee zij het dier een pin in de hersenen drijven om het vervolgens te doden?

4. Kunt u aangeven of u bekend bent met signaleringen bij de regionale politie dat het schietmasker door belanghebbenden op een oneigenlijke manier ingezet kan worden, waardoor dieren onnodig lijden, worden gedood en in het grijze of illegale circuit belanden? Zo ja, op welke wijze wilt u dit oneigenlijk gebruik tegengaan, welke wettelijke mogelijkheden staan hiervoor ter beschikking ? Zo neen, kunt u aangeven op welke wijze de Wet Wapens en Munitie of andere wettelijke kaders voorkomen dat het schietmasker wordt gebruikt voor oneigenlijke doeleinden?

5. Kunt u aangeven welke vormen van toezicht op een juist gebruik van het schietmasker voorhanden zijn en of deze volgens u afdoende zijn?

6. Kunt u aangeven wat volgens de Wet Wapens en Munitie onder een redelijk belang wordt verstaan op grond waarvan een vergunning voor munitie voor een schietmasker wordt afgegeven?

7. Kunt u aangeven welke mogelijkheden de politie heeft om een vergunning te weigeren in geval ze niet zeker is van correct gebruik daarvan door aanvrager?

8. Kunt u aangeven of en zo ja, op welke gronden van redelijk belang agrariërs, veehandelaren en andere aanvragers buiten het slachthuis een schietmasker mogen gebruiken om zo dieren te verdoven?

9. Kunt u aangeven of zij op grond van het verlof ook verplicht zijn het dier na verdoving te doden? Zo ja, op welke wijze en onder welke wettelijke voorwaarden en wie controleert dat? Zo neen, op welke wijze wordt dan zorg gedragen voor een pijnloze dood van het dier en op welke wijze wordt gegarandeerd dat dit op de juiste manier gebeurt?

Indiendatum: okt. 2007
Antwoorddatum: 1 jan. 2008

Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Justitie en van LNV over controle op vakbekwaamheid bij gebruik schietmaskers door veehandelaren.

Vragen 1 en 7
Kunt u aangeven op welke gronden en eisen de politie een vergunning kan verstrekken voor het gebruik van een schietmasker en bijbehorende munitie?
Kunt u aangeven welke mogelijkheden de politie heeft om een vergunning te weigeren in geval ze niet zeker is van correct gebruik daarvan door aanvrager?


Antwoord op de vragen 1 en 7
Er bestaan twee soorten schietmaskers. Bij de ene soort, het schietpentoestel, wordt door middel van een losse patroon een pen uit de monding van het toestel in de kop van een dier gedreven, waardoor het wordt bedwelmd en aansluitend kan worden gedood. Bij de andere soort wordt het dier gedood door een kogel. Het schietpentoestel is vrij verkrijgbaar, de bijbehorende losse munitie is echter vergunningplichtig. Bij de tweede soort zijn zowel het apparaat als de munitie vergunningplichtig.
In beide gevallen wordt bij de vergunningverlening (verlof in de zin van artikel 28 van de Wet wapens en munitie, hierna: WWM) van geval tot geval bekeken of een redelijk belang vordert dat het verlof wordt verleend, of aanvrager geen gevaar voor zichzelf, de openbare orde of veiligheid kan vormen en of aanvrager ten minste de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt.
Op basis van art. 7 lid 1 WWM wordt een verlof geweigerd indien a) de aanvrager niet de door Onze Minister bij regeling vastgestelde gegevens en bescheiden heeft overgelegd, b)
er reden is om te vrezen dat aan de aanvrager het onder zich hebben van wapens of munitie niet kan worden toevertrouwd, c) er reden is om te vrezen dat daarvan dan wel van wapens of munitie misbruik zal worden gemaakt, of d) wanneer daartoe dringende, aan het algemeen belang ontleende, redenen bestaan.

Vragen 2, 3 en 9
Kunt u aangeven op welke wijze wordt gecontroleerd of er voldoende kennis en vakbekwaamheid aanwezig is bij de aanvrager van de vergunning om een schietmasker en bijbehorende munitie te gebruiken?
Kunt u aangeven of een verplichte cursus en/of training in het gebruik van een schietmasker een voorwaarde is om een vergunning af te geven voor het gebruik van een schietmasker en bijbehorende munitie? Zo ja, welke aspecten komen in deze verplichte cursus aan bod en waarop worden kandidaten beoordeeld? Zo neen, waarom niet en acht u het wenselijk dat mensen zonder kennis van zaken een schietmasker kunnen gebruiken waarmee zij het dier een pin in de hersenen drijven om het vervolgens te doden?
Kunt u aangeven of zij op grond van het verlof ook verplicht zijn het dier na verdoving te doden? Zo ja, op welke wijze en onder welke wettelijke voorwaarden en wie controleert dat? Zo neen, op welke wijze wordt dan zorg gedragen voor een pijnloze dood van het dier en op welke wijze wordt gegarandeerd dat dit op de juiste manier gebeurt?

Antwoord op vragen 2, 3 en 9
Het gevolgd hebben van een cursus of een training in het gebruik van een schietmasker is geen voorwaarde bij de vergunningverlening. Ik verwijs u hiervoor naar mijn antwoord bij de vragen 1 en 7. Slachters en dierenartsen hebben uit hoofde van hun opleiding of beroep de vereiste kennis en vaardigheid in het gebruik van het schietmasker.
Het Besluit doden van dieren bevat regels om het welzijn van dieren rond het dodingsproces zowel binnen als buiten het slachthuis te waarborgen. In artikel 5 van het Besluit doden van dieren is bepaald dat dieren worden gedood door toepassing van een dodingsmethode die onmiddellijk na aanvang van de dodingshandeling leidt tot de dood van het dier, dan wel door toepassing van een dodingsmethode die zonder onaanvaardbare pijn of opwinding leidt tot de bewusteloosheid, gevolgd door de dood van het dier voordat de bewusteloosheid is geweken, of door toepassing van een bedwelmingsmethode, die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid, gevolgd door een dodingshandeling die leidt tot de dood voordat de bewusteloosheid is geweken.
De Algemene Inspectiedienst ziet toe op de naleving van het Besluit doden van dieren.

Vragen 4 en 5
Kunt u aangeven of u bekend bent met signaleringen bij de regionale politie, dat het schietmasker door belang¬hebben¬¬den op een oneigenlijke manier ingezet kan worden, waardoor dieren onnodig lijden, worden gedood en in het grijze of illegale circuit belanden? Zo ja, op welke wijze wilt u dit oneigenlijk gebruik tegengaan, welke wettelijke mogelijkheden staan hiervoor ter beschikking ? Zo neen, kunt u aangeven op welke wijze de Wet Wapens en Munitie of andere wettelijke kaders voorkomen dat het schietmasker wordt gebruikt voor oneigenlijke doeleinden?
Kunt u aangeven welke vormen van toezicht op een juist gebruik van het schietmasker voorhanden zijn en of deze volgens u afdoende zijn?

Antwoord op vragen 4 en 5
Een schietmasker mag uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vergund. Bij misbruik kan de vergunning worden ingetrokken. In zijn algemeenheid geldt dat met het toezicht op de naleving van de wapenwetgeving de in art. 45 WWM genoemde opsporingsambtenaren zijn belast. Op de naleving van het Besluit doden van dieren wordt toegezien door de Algemene Inspectiedienst. Ik acht deze vorm van toezicht voldoende.
Mij hebben geen signalen van de politie bereikt dat schietmaskers op een oneigenlijke wijze worden gebruikt.


Vragen 6 en 8
Kunt u aangeven wat volgens de Wet Wapens en Munitie onder een redelijk belang wordt verstaan op grond waarvan een vergunning voor munitie voor een schietmasker wordt afgegeven?
Kunt u aangeven of en zo ja, op welke gronden van redelijk belang agrariërs, veehandelaren en andere aanvragers buiten het slachthuis een schietmasker mogen gebruiken om zo dieren te verdoven?

Antwoord op vragen 6 en 8
Wat onder redelijk belang wordt verstaan, wordt per geval bezien. Nu mij noch signalen van de politie, noch van de AID hebben bereikt dat schietmaskers op een oneigenlijke wijze worden gebruikt, bestaat er op dit moment geen reden voor nadere regelgeving.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer