Kamer­vragen aan de minister van LNV over vrij­stel­lingen vossen­jacht


Indiendatum: apr. 2008

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

  1. Kent u de berichten “aantal gedode vossen regio bijna 500” en “jacht op vossen moet blijven doorgaan” (1) ?
  2. Is het waar dat vossen het hele jaar door worden gedood, waardoor ook zogende vossen worden gedood en hun jongen vervolgens creperen van honger en dorst in de burcht?
  3. Is het waar dat de burchten mogen worden uitgegraven waarna de jongen kunnen worden doodgeslagen en dat tussen 1 september en 1 maart honden vossenburchten mogen worden ingestuurd waarbij de kans bestaat dat de aanwezige vos zwaar wordt verminkt of wordt doodgebeten evenals de in februari al aanwezige jongen? Zo ja, wat is hierover uw mening? Zo neen, waarin verschilt de praktijk van de in deze vraag beschreven situaties?
  4. Deelt u onze mening dat er geen landelijke vrijstelling is om vossen te doden ter bescherming van weidevogels (of andere fauna), en dat het doden van vossen ter bescherming van de fauna enkel was en is toegestaan wanneer de betrokken jager beschikt over een ontheffing op grond van artikel 68 van de Flora- en faunawet? Zo neen, waarom niet?
  5. Kunt u aangeven in hoeveel gevallen waarin in 2007 vossen werden gedood ter bescherming van de fauna, zonder dat de betrokken jager beschikte over een ontheffing op grond van artikel 68 van de Flora- en faunawet, handhavend is opgetreden door de AID of de politie? Zo ja, bent u dan bereid in het vervolg opsporingsinstanties alsnog aan te sporen tot handhaving? Zo neen, waarom niet?
  6. Kunt u aangeven welke stappen u gaat nemen om een einde te maken aan deze onwettige praktijken?
  7. Bij de beantwoording van onze Kamervragen (referentienummer DN. 2008/172) over het doden van een tam vosje in Nationaal Park de Veluwe stelt u dat “de beheerder heeft gebruikgemaakt van de landelijke vrijstelling ter voorkoming van schade aan de fauna. Daarbij wordt gestreefd naar een natuurlijk evenwicht tussen kwetsbare soorten als wulp, veldleeuwerik, boomleeuwerik, boompieper, graspieper, grutto en kraanvogel (potentieel broedgebied) enerzijds en vossen anderzijds”. Gelet op het hetgeen hiervoor is aangegeven is deze vos dus zonder wettelijke titel gedood. Is de minister bereid in deze zaak alsnog handhavend op te treden? Zo neen, waarom niet?
  8. Op welke wetenschappelijke informatie baseert u de stelling dat vossen als enige predator in het gehele land 'schade aan fauna' veroorzaken?
  9. Bent u bereid om in navolging op de conclusies uit het rapport van J.L. Mulder ‘Vossenbeheer voor hamsters, (hoe) heeft het gewerkt’ wordt geconcludeerd dat het enkel zin heeft om in een beperkte buffer (1 km) in het voorjaar om het doelgebied (hamsterburchten) de vos te bejagen en dat ’De plaatsing van de vos op de vrijstellingslijst werkt eigenlijk contraproductief’ is, de vos onmiddellijk van de landelijke vrijstellingslijst te schrappen? Zo neen, waarom niet?
  10. Bent u bereid om op basis van morele, maatschappelijke en wetenschappelijke argumenten direct de vos van de landelijke vrijstellingslijst te schrappen en er bij de provincies op aan te dringen uitsluitend ontheffing te verlenen voor het doden van vossen wanneer daartoe op basis van objectieve wetenschappelijke argumenten een noodzaak bestaat? Zo neen, waarom niet?
  11. Bent u bereid om het Besluit beheer en schadebestrijding zodanig aan te passen dat er alleen nog ontheffingen kunnen worden verleend voor methoden van bejaging waardoor de dieren geen onnodig leed wordt aangedaan? Zo neen, waarom niet?

1) in de Gelderlander d.d. 11-04-08

Indiendatum: apr. 2008
Antwoorddatum: 19 mei 2008

Antwoorden van de minister van LNV op vragen van het lid Thieme, over het doden van vossen.

1
Ja.

2
Een jager zal in principe niet in de dracht- en zoogperiode vossen doden. Zogende moervossen worden zoveel mogelijk ontzien. Zoals ik in mijn antwoord op eerdere vragen (1) reeds aangaf, kan het echter noodzakelijk zijn om beheersmaatregelen te treffen in kwetsbare weidevogelgebieden wanneer de vos een belangrijke predator is. Deze maatregelen zijn dan gericht op het doden van de uitgelopen jonge vossen met een geweerschot.

3
Ja, het is onvermijdelijk dat incidenteel vossenburchten moeten worden uitgegraven. De jongen worden daarbij met het geweer gedood. In de periode van 1 september tot 1 maart zijn er doorgaans geen jonge vossen in de burcht en mag op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel b en artikel 9, achtste lid, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren, gebruik worden gemaakt van een aardhond, waardoor de vos uit zijn burcht wordt gejaagd en vervolgens geschoten.

4
Nee. De vos is, onder meer op verzoek van de meerderheid van de Kamer (2), op grond van artikel 65 van de Flora- en faunawet juist op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst (artikel 2 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren) ter bescherming van weidevogels en andere kwetsbare fauna. Op grond van artikel 65, derde lid, van de Floraen faunawet is in artikel 1 van de Regeling beheer en schadebestrijding dieren bepaald welke handelingen met betrekking tot de landelijk vrijgestelde soorten zijn toegestaan.

Dit zijn de handelingen bedoeld in artikel 9 (doden, verwonden, vangen), artikel 10 (verontrusten), artikel 11 (beschadigen en vernielen voortplantingsplaatsen) en artikel 12 (eieren rapen en dergelijke) van de Flora- en faunawet. Deze handelingen zijn derhalve toegestaan met betrekking tot de vos. Teneinde ieder misverstand weg te nemen, zal ik de Regeling beheer en schadebestrijding dieren gaan actualiseren. Dit betekent aanpassing aan de tekst van artikel 65, tweede lid, van de Flora- en faunawet, zoals deze luidt na het toevoegen van het belang «schade aan de fauna» op grond waarvan beschermde inheemse diersoorten landelijk kunnen worden vrijgesteld. Voor het doden van vossen, zoals dat nu plaatsvindt op basis van de plaatsing van de vos op de landelijke vrijstellingslijst, heeft dit evenwel geen betekenis.

5 en 6
Door de plaatsing van de vos op de landelijke vrijstellingslijst is in de regel geen ontheffing vereist. De voorlopige afschotcijfers over 2007 zijn door de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV) verzameld en verwerkt en laten zien dat er 10599 vossen met of zonder ontheffing zijn geschoten. Zie verder mijn antwoord op vraag 4.

7
Nee, zie mijn antwoord op vraag 4 en mijn beantwoording op de Kamervragen betreffende het doden van een tamme vos (3).

8
Het onderzoek naar predatie bij weidevogels laat zien dat de vos in gebieden met 50% legselverlies de belangrijkste predator. Mede op basis van dit gegevens heeft mijn ambtsvoorganger besloten de vos op de landelijke vrijstellingslijst te plaatsen waardoor het mogelijk wordt om op te treden tegen vossen die schade aan weidevogels doen of dreigen te doen (zie verder voetnoot 1).

9 en 10
Nee, want het onderzoek naar hamsters is een te smalle basis om de plaatsing van de vos op de landelijke vrijstellingslijst te heroverwegen. De landelijke vrijstelling biedt nu juist de mogelijkheid om tegen vossen, die schade aan weidevogels toebrengen of dat dreigen te doen, adequaat op te treden.

11
Nee. Dit is al geregeld in de Flora- en faunawet. Artikel 72 bepaalt dat alleen middelen mogen worden gebruikt die geen onnodig lijden van dieren veroorzaken. Artikel 73 bepaalt dat onnodig lijden moet worden voorkomen.