Kamer­vragen aan de minister van LNV over verdwijnen haring uit Noordzee


Indiendatum: mrt. 2007

Vragen van het lid Ouwehand aan de minister van LNV over verdwijnen van haring uit Noordzee
d.d. 28 maart 2007

  1. Kent u het bericht “Amper nog Noordzeeharing ondanks duurzaam vissen” (1) ?

  2. Is het waar dat er onvoldoende inzicht is over de oorzaken van het verdwijnen van haringbroed en de slechte haringstand?

  3. Bent u bereid opdracht te geven tot aanvullend onderzoek om meer inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaken?

  4. Bent u bereid tot het instellen van een spoedige vangstbeperking hangende aanvullend onderzoek naar de oorzaken van de terugloop van de haringstand?

1) uit Trouw d.d. 28-03-07

Indiendatum: mrt. 2007
Antwoorddatum: 12 apr. 2007

Naar aanleiding van de onderstaande antwoorden van de minister hebben we besloten om haar te houden aan haar uitlating dat ze bereid is om bij de Europese Commissie aandacht te vragen voor dit probleem en te zien of in Europees kader nader onderzoek kan worden gedaan. Bij de eerstvolgende gelegenheid zullen wij haar vragen op welke termijn zij van plan is om de achterblijvende aanwas van Noordzeeharing bij de Europese Commissie aan te kaarten en in Europees kader onderzoek naar dit probleem te initiëren.

Brief met de antwoorden van de minister van LNV:

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de schriftelijke vragen van mevrouw Ouwehand (PvdD) over het verdwijnen van haring uit de Noordzee.

1
Kent u het bericht “Amper nog Noordzeeharing ondanks duurzaam vissen”?


Ja.

2
Is het waar dat er onvoldoende zicht is op de oorzaken van het verdwijnen van haringbroed en de slechte haringstand?


Dat klopt inderdaad. Het haringbestand had zich sterk hersteld van de lage stand uit het midden van de jaren ’90. De afgelopen jaren en nu ook dit jaar blijkt de aanwas evenwel sterk achter te blijven. Er bestaan wel een aantal hypothesen over het achterblijven van de aanwas, maar een eenduidige oorzaak is niet bekend.

3
Bent u bereid opdracht te geven tot aanvullend onderzoek om meer inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaken?


In deze context is het doen van onderzoek op nationale basis weinig zinvol. Alleen internationaal gecoördineerd onderzoek kan mogelijk antwoorden geven op de oorzaken van de achterblijvend aanwas van Noordzeeharing. Ik ben bereid bij de Europese Commissie aandacht te vragen hiervoor en te bezien of in Europees kader nader onderzoek kan worden gedaan.

4
Bent u bereid tot het instellen van een spoedige vangstbeperking hangende aanvullend onderzoek naar de oorzaken van de terugloop van de haringstand?


Op dit moment heeft de ICES (International Council on the Exploration of the Sea) haring assessment werkgroep haar werkzaamheden afgerond. De resultaten zullen voor het opstellen van het ICES-advies aan het ACFM (Advisory Committe on Fisheries Management) worden voorgelegd. Het advies van ICES over de Noordzeeharing zal begin juni beschikbaar komen. Dit advies vormt de basis voor de vaststelling van de totaal toegestane vangsthoeveelheid van Noordzeeharing voor 2008. Daarover zal dit najaar eerst met Noorwegen worden overlegd; Noordzeeharing wordt namelijk gezamenlijk met Noorwegen beheerd. Op basis van de uitkomsten van het overleg tussen de EU en Noorwegen zal de Visserij Raad eind dit jaar besluiten nemen over de vangsthoeveelheid voor 2008. Bij deze besluitvorming zal rekening worden gehouden met de biologische adviezen over de stand van de aanwas.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer