Kamer­vragen aan de minister van LNV over uitla­tingen van de minister waarin zij de kinderen oproept tot stroperij


Indiendatum: okt. 2007

Vragen van het Lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over uitlatingen van de minister waarin zij kinderen oproept tot stroperij

1. Kent u het artikel dat over uzelf is verschenen in het Volkskrant magazine (1)?

2. Is de aan u toegeschreven uitspraak “Ik denk dat kinderen gelukkiger worden en meer verbondenheid voelen met de natuur, als ze daar zelf ervaring in hebben opgedaan. Laat ze maar eens een haas vangen die ze ’s avonds op kunnen eten.” correct weergegeven? Zo neen, hoe luidde de uitspraak dan en bent u bereid rectificatie te verzoeken in geval van onjuiste weergave?

3. Beveelt u kinderen daadwerkelijk aan te gaan stropen in de vorm van het vangen van hazen, om die vervolgens te doden en op te eten? Hoe ziet u een dergelijke aanbeveling in het licht van de Flora- en Faunawet, waarin dergelijk gedrag strafbaar gesteld is? Zo ja, hoe verhoudt een oproep tot wetsovertreding zich met de uitoefening van het ministersambt? Zo neen, hoe moeten we uw oproep dan verstaan?

4. Deelt u de mening dat, na actieve promotie van een zichtstallencampagne die in strijd is met de Nederlandse Reclame Code en van het “op de kaart zetten” van vlees van beschermde diersoorten, dit de derde keer in korte tijd is dat u actief steun geeft aan dieronvriendelijk gedrag? Bent u bereid meer rekening te houden met opvattingen in de samenleving die haaks staan op dit soort actieve aanbevelingen van het veroorzaken van dierenleed?

5. Bent u bereid excuses te maken indien inderdaad blijkt dat uw oproep aan kinderen tot stroperij berust op een correcte weergave van het met u gevoerde vraaggesprek?

6. Kunt u aangeven op welke manier deze persoonlijke opvatting ten aanzien van de natuurbeleving bij kinderen invloed heeft op uw standpunt omtrent de voorlichting die door jagers wordt gegeven op Nederlandse basisscholen (2)?

1) Volkskrant Magazine, 29 september 2007, pagina 10 t/m 14
2) Aanhangsel van de Handelingen, nummer 2025

Indiendatum: okt. 2007
Antwoorddatum: 29 okt. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Thieme (PvdD) over uitlatingen van de minister waarin zij kinderen oproept tot stroperij.

1
Kent u het artikel dat over uzelf is verschenen in een ochtendkrant?

Ja.

2
Is de aan u toegeschreven uitspraak “Ik denk dat kinderen gelukkiger worden en meer verbondenheid voelen met de natuur, als ze daar zelf ervaring in hebben opgedaan. Laat ze maar eens een haas vangen die ze ’s avonds op kunnen eten.” correct weergegeven? Zo neen, hoe luidde de uitspraak dan en bent u bereid rectificatie te verzoeken in geval van een onjuiste weergave?

Ja.

3
Beveelt u kinderen daadwerkelijk aan te gaan stropen in de vorm van het vangen van hazen, om die vervolgens te doden en op te eten? Hoe ziet u een dergelijke aanbeveling in het licht van de Flora- en Faunawet, waarin dergelijk gedrag strafbaar is gesteld? Zo ja, hoe verhoudt een oproep tot wetsovertreding zich met de uitoefening van uw ambt? Zo neen, hoe moet de Kamer uw oproep dan verstaan?

Nee.

4
Deelt u de mening dat, na actieve promotie van een zichtstallencampagne die in strijd is met de Nederlandse Reclame Code en van het “op de kaart zetten” van vlees van beschermde diersoorten, dit de derde keer in korte tijd is dat u actief steun geeft aan dieronvriendelijk gedrag? Bent u bereid meer rekening te houden met opvattingen in de samenleving die haaks staan op dit soort actieve aanbevelingen van het veroorzaken van dierenleed?

Nee.

5
Bent u bereid excuses te maken indien inderdaad blijkt dat uw oproep aan kinderen tot stroperij berust op een correcte weergave van het met u gevoerde vraaggesprek?

Nee.

6
Kunt u aangeven op welke manier deze persoonlijke opvatting ten aanzien van de natuurbeleving bij kinderen invloed heeft op uw standpunt omtrent de voorlichting die door jagers wordt gegeven op Nederlandse basisscholen?

Mijn opmerking is bedoeld als een oproep kinderen meer bekend te laten raken met de waarden van de natuur.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer