Kamer­vragen aan de minister van LNV over uitbraken van runder-TBC in Nederland


Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over uitbraken van runder-TBC in Nederland (in aanvulling op vragen van 14 juli 2008)

  1. Kent u de berichten ‘Import van Dieren is spelen met vuur’1 en ’32 dieren besmet met runder-TBC’2?
  2. Kunt u aangeven wat er met de besmette runderen is gebeurd?
  3. Kunt u aangeven of de niet besmette runderen op de zes bedrijven kunnen blijven leven?
  4. Is het waar dat er al een half jaar sprake is van runder-TBC in Nederland? Zo ja, waarom is dit niet eerder gemeld en welke organisatie(s) zijn daar verantwoordelijk voor? Zo neen, hoe is dat vastgesteld?
  5. Waarom heeft u pas in zeer laat stadium naar buiten gebracht dat er sprake was van een verhoogde kans op runder-TBC in Nederland en de sector hier niet actief van op de hoogte gebracht?
  6. Kunt u aangeven op welke wijze runder-TBC zich verspreidt en of na de besmetting van 32 runderen op 6 bedrijven er een risico is dat de besmetting zich verder zal verspreiden?
  7. Kunt u aangeven op welke wijze verdere verspreiding van runder-TBC kan worden voorkomen en of achteraf bezien al eerder actie had moeten worden ondernomen?

(1) Nieuwe Oogst/LTO Noord, 19 juli 2008
(2) Agrarisch Dagblad, 22 juli 2008

Antwoorddatum: 10 aug. 2008

Geachte Voorzitter,

In antwoord op de Kamervragen, gesteld door het lid Thieme (PvdD) over uitbraken van runder-TBC in Nederland, bericht ik u het volgende:

1
Kent u de berichten ‘Import van Dieren is spelen met vuur’¹ en ’32 dieren besmet met runder-TBC’?²

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten wat er met de besmette runderen is gebeurd?

Op de zes bedrijven waar de twaalf besmette kalveren hebben gestaan, zijn alle dieren onderzocht op runder-TBC middels tuberculinatie. Na een positieve of dubieuze uitslag op de tuberculinatie zijn die dieren afgevoerd naar het Centraal Veterinair Instituut (CVI) alwaar de dieren geëuthanaseerd zijn voor nader onderzoek. Na het aanvullende onderzoek zijn de kadavers ter destructie afgevoerd.

3
Kunt u uiteenzetten of de niet besmette runderen op de zes bedrijven kunnen blijven leven?

Alle runderen op besmette bedrijven worden onderzocht middels tuberculinatie. De dieren met een positieve of dubieuze uitslag worden voor sectie afgevoerd naar het CVI. Uit sectie moet vervolgens blijken welke dieren daadwerkelijk besmet waren met runder-TBC. De dieren die negatief reageren op tuberculinatie blijven leven totdat ze de leeftijd hebben bereikt om geslacht te worden.

¹) Nieuwe Oogst/LTO Noord, 19 juli 2008
²) Agrarisch Dagblad, 22 juli 2008

4.
Is het waar dat er al een half jaar sprake is van runder-TBC in Nederland? Zo ja, waarom is dit niet eerder gemeld en welke organisatie(s) zijn daar verantwoordelijk voor? Zo neen, hoe is dat vastgesteld?

De twaalf besmette kalveren zijn in januari en februari vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland vervoerd. Op 16 juni jl. kreeg ik van het Verenigd Koninkrijk de melding dat het bedrijf van herkomst achteraf besmet bleek te zijn met runder-TBC. Ik ben met het Verenigd Koninkrijk in overleg over hoe we deze situatie in de toekomst kunnen voorkomen. Het Verenigd Koninkrijk heeft in elk geval toegezegd om de periode tussen de ontdekking van runder-TBC op een bedrijf en de melding aan andere lidstaten over verzonden dieren te verkorten.

5
Waarom heeft u pas in een zeer laat stadium naar buiten gebracht dat er sprake was van een verhoogde kans op runder-TBC in Nederland en de sector hier niet actief van op de hoogte gebracht.

Op 16 juni jl. ontving ik de melding van het Verenigd Koninkrijk over besmette dieren. Op 7 juli waren de uitslagen bekend van de twaalf besmette dieren. Op 11 juli jl. heb ik middels een persbericht het nieuws naar buiten gebracht.
Elk jaar ontvang ik vele verdenkingen van verschillende dierziekten, meestal blijkt er uiteindelijk na onderzoek niets aan de hand te zijn. Mijn beleid is om pas iets te melden over een dierziekte als er daadwerkelijk is aangetoond dat er sprake is van een besmetting.

6
Kunt u uiteenzetten op welke wijze runder-TBC zich verspreidt en of na de besmetting van 32 runderen op 6 bedrijven er een risico is dat de besmetting zich verder zal verspreiden?

Dieren raken besmet door zieke dieren die hoesten wanneer de bacterie circuleert in de luchtwegen. De bacterie komt via ingeademde lucht of via het voer in een lymfeklier terecht en kan daar tijdelijk blijven zitten zonder dat verschijnselen optreden. Op enig moment kan de kiem zich in de lymfeklier vermeerderen en een tuberkel, knobbel, vormen. Van daaruit zijn uitzaaiingen naar een of meerdere organen mogelijk. De verschijnselen die optreden, verschillen al naar gelang de organen die zijn aangetast. Bij runderen zijn dat vooral de longen en de uier. Als een open verbinding ontstaat van zo’n tuberkel met de buitenwereld is er sprake van open tuberculose. Bij open longtuberculose kan het dier door hoesten zijn omgeving besmetten. Bij uier-TBC kan een koe via de melk de besmetting op kalveren overbrengen.
De uitbraak van runder-TBC is beperkt gebleven tot de zes bedrijven waar besmette dieren uit het Verenigd Koninkrijk zijn aangevoerd. Alle contactbedrijven zijn negatief bevonden. De besmette bedrijven worden na twee negatieve tuberculinatieronden pas vrijgegeven. De kans dat de besmetting zich verder zal verspreiden, is zeer gering.

7
Kunt u uiteenzetten op welke wijze verdere verspreiding van runder-TBC kan worden voorkomen en of achteraf bezien al eerder actie had moeten worden ondernomen?

Nadat alle besmette dieren gedood zijn, worden alle dieren op de besmette bedrijven nog tweemaal onderzocht (respectievelijk 60 dagen en 4 maanden na afvoer van de besmette dieren). Pas als na twee tuberculinatierondes blijkt dat geen van de dieren besmet is met runder-TBC, dan wordt het bedrijf vrijgegeven. Op deze manier wordt verdere verspreiding van runder-TBC voorkomen. Er is adequaat gereageerd op de melding van het Verenigd Koninkrijk.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg