Kamer­vragen aan de minister van LNV over het onderzoek naar de toelating van Ashe­ra­katten


Vragen lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van LNV over het onderzoek naar de toelating van Asherakatten

1. Kunt u aangeven waarom het onderzoek naar en de verdere behandeling van de zaak rondom de drie Asherakatten reeds acht maanden duurt en naar schatting nog enkele maanden zal kosten 1)?
2. Bent u bereid zich in te spannen om de looptijd in te korten van onderzoeken en rechtszaken waar levende dieren bij betrokken zijn? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, kunt u dit toelichten?
3. Kunt u aangeven op welke wijze wordt voorkomen dat in de toekomst meer gekruiste dieren worden geëxporteerd naar Nederland en in de opvang belanden?
4. Kunt u aangeven wat er met de drie katten zal gebeuren indien besloten wordt deze niet naar hun oorspronkelijke bestemming te laten gaan?
5. Wat beschouwt u als de (ethische) randvoorwaarden voor het fokken of in Nederland toelaten van nieuwe (katten)rassen, mede gelet op de factoren natuurlijke leefomgeving, natuurlijk gedrag en mogelijke risico’s voor het ecosysteem en de volksgezondheid?
6. Bent u bereid duidelijk beleid te formuleren ten aanzien van het fokken en het in Nederland toelaten van nieuwe (katten)rassen, waarbij ingegaan wordt op de in de vorige vraag genoemde voorwaarden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, kunt u dit toelichten?


1) http://www.telegraaf.nl/binnenland/1613327/__Chin-San_nog_niet_naar_baasjes__.html?p=18,1

Antwoorddatum: 28 sep. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik, mede namens mijn ambtgenoot van Justitie, antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) over het onderzoek naar de toelating van Asherakatten.

  1. Kunt u uiteenzetten waarom het onderzoek naar en de verdere behandeling van de zaak rondom de drie Asherakatten reeds acht maanden duurt en naar schatting nog enkele maanden zal kosten?1

    Het openbaar Ministerie heeft mijn ambtsgenoot van Justitie bericht dat het strafrechtelijk onderzoek nog in volle gang is. Aangezien een Asherakat niet eerder in Nederland is aangetroffen, is het vaststellen van de afkomst van de in beslag genomen dieren gecompliceerd. Zo heeft het openbaar ministerie door middel van een internationaal rechtshulpverzoek verzocht om afname van het bloed van de in het buitenland verblijvende ouderdieren. Nadat de resultaten van het DNA-onderzoek bekend zijn, dient de afkomst van de dieren te worden vastgesteld. Het openbaar ministerie zal vervolgens beoordelen of er sprake is van een strafbaar feit, dat dient te worden vervolgd. Bij unieke zaken als deze is het onvermijdelijk dat het strafrechtelijk onderzoek lang duurt. Mijn ambtsgenoot van Justitie en ik beschikken niet over aanwijzingen te veronderstellen dat in zijn algemeenheid strafrechtelijke onderzoeken waarbij levende dieren zijn betrokken zonder reden dusdanig lang duren dat inspanningen onzerzijds om doorlooptijden te bekorten aangewezen zouden zijn.
  2. Zie 1.
  3. Kunt u uiteenzetten op welke wijze wordt voorkomen dat in de toekomst meer gekruiste dieren worden geëxporteerd naar Nederland en in de opvang belanden?

    Nederland hanteert hiervoor geen specifiek beleid. Ik verwijs hiervoor naar de beantwoording op eerdere kamervragen (brief van 13 februari 2008, Aanhangsel Handelingen II 2007/08, nr. 1313). Voor zover dieren bescherming genieten onder CITES kan controle vooraf bij de vergunningaanvraag plaatsvinden of import kan worden toegestaan.
  4. Kunt u uiteenzetten wat er met de drie katten zal gebeuren indien besloten wordt deze niet naar hun oorspronkelijke bestemming te laten gaan?

    Het is afhankelijk van de uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek en de te nemen vervolgingsbeslissing wat er met de katten zal gebeuren. Ik kan daarover op dit moment nog geen verdere mededelingen doen.
  5. Wat beschouwt u als de (ethische) randvoorwaarden voor het fokken of in Nederland toelaten van nieuwe (katten)rassen, mede gelet op de factoren natuurlijke leefomgeving, natuurlijk gedrag en mogelijke risico’s voor het ecosysteem en de volksgezondheid?

    De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GwwD) en de Flora- en faunawet vormen mijn toetsingskader voor de vraag of het fokken of toelaten van nieuwe (katten)rassen is toegestaan. De bescherming en instandhouding van beschermde soorten in het wild levende dieren wordt geregeld in de Flora- en faunawet. Op grond van deze wet worden beperkingen gesteld aan de invoer en het bezitten van deze diersoorten.
    Voor zover er geen sprake is van in de Flora- en faunawet beschermde uitheemse katachtigen, gelden er op grond van de GwwD en het Honden en Kattenbesluit geen beperkingen met betrekking tot het fokken van deze katten.
    Ik zie momenteel geen aanleiding om een ander beleid te formuleren ten aanzien van het fokken en het in Nederland toelaten van nieuwe (katten)rassen.
  6. Zie 5.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,



    G. Verburg

1 http://www.telegraaf.nl/binnenland/1613327/__ChinSan_nog_niet_naar_baasjes__.html?p=18,1