Kamer­vragen aan de minister van LNV over het luchten van koeien onder de noemer weidegang op een binnen­plaats van een megastal


Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het luchten van koeien onder de noemer weidegang op een binnenplaats van een megastal

  1. Kent u het bericht ‘Ko-alitie op weg naar rijker leven’ waarbij in een illustratie een megastal wordt geschetst waar koeien worden gelucht op een binnenplaats? (1)
  2. Hoe beoordeelt u de bouwtekening van de te bouwen megastal voor 600 koeien waarbij het onderschrift luidt ‘weidegang en frisse lucht krijgen de koeien via een grote binnenplaats’?
  3. Kunt u aangeven of en zo ja, waarom het ‘weiden’ van koeien op een binnenplaats van een megastal weidegang mag heten?
  4. Acht u de binnenplaats van deze megastal geschikt vindt voor weidegang? Zo ja, waarom en kunt u daarbij aangeven hoe deze binnenplaats zich verhoudt tot uw opvattingen over de minimale voorwaarden voor weidegang? Zo neen, waarom niet en bent u voornemens misbruik van het woord ‘weidegang’ tegen te gaan?
  5. Kunt u aangeven of bij het gebruik van de term weidegang regels gelden ten aanzien van het minimale aantal uren dat nog weiden genoemd mag worden, de ruimte die koeien krijgen tijdens het weiden (aantal vierkante meters) en de gedragingen die koeien tijdens het weiden zouden moeten kunnen uiten (grazen, liggen, lopen)? Zo ja, welke en wie bepalen deze regels en acht u deze regels voldoende dwingend om misbruik te voorkomen? Zo neen, waarom niet en acht u het noodzakelijk dat er regels komen ten aanzien van het gebruik van de term ‘weidegang’ waarbij minimumeisen met betrekking tot de beschikbare ruimte per koe, de gedragingen en het aantal uren worden vastgelegd?
  6. Kunt u aangeven of u het wenselijk acht dat koeien buiten het zicht van geïnteresseerde burgers worden gelucht op een binnenplaats? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot uw streven, zoals vastgelegd in uw visie over een duurzame veehouderij, naar een veehouderij die zichtbaar is voor de burger? Zo neen, welke maatregelen gaat u nemen om het uitsluitend luchten van koeien op binnenplaatsen tegen te gaan?
  7. Kunt u aangeven of u het noodzakelijk acht dat koeien, als zij buiten verblijven onder de noemer weidegang, in staat moeten zijn om te grazen en om in het gras te liggen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn gaat u maatregelen nemen die ervoor zorgen dat weidegang betekent dat de koeien ook daadwerkelijk kunnen grazen en in het gras kunnen liggen? Zo neen, waarom niet?
  8. Is het volgens u mogelijk om de huidige gemiddelde beweiding per koe van 2100 uur per jaar te halen op een binnenplaats? Zo ja, op welke wijze acht u het mogelijk dat 600 koeien gedurende bijna zes maanden per jaar gemiddeld 12 uur per dag per koe rouleren om een binnenplaats die kleiner is dan de stal die er omheen is gebouwd? Zo neen, acht u het een wenselijke ontwikkeling dat koeien steeds minder weidegang krijgen?
  9. Acht u het na het lezen van het artikel in Zuivelzicht nog steeds wenselijk dat ‘de concrete invulling van de concepten weidegang en weidemelk het resultaat zijn van het debat tussen de sector en maatschappelijke organisaties’ en niet van een blauwdruk of definitie uwerzijds? Zo ja, waarom en hoe verhoudt dit zich tot uw streven naar een duurzame en diervriendelijke veehouderij die maatschappelijk is ingebed? Zo neen, bent u voornemens zelf een definitie van weidegang te ontwikkelen en binnen welke termijn?

(1) Antwoorden van de minister van LNV op Kamervraagnummer 2060723790, 17 oktober 2007

Antwoorddatum: 23 apr. 2008

Geachte Voorzitter,

In deze brief beantwoord ik de vragen van het lid Thieme (PvdD) over het luchten van koeien onder de noemer weidegang op een binnenplaats van een megastal.

1
Kent u het bericht ‘Ko-alitie op weg naar rijker leven ’, waarbij in een illustratie een megastal wordt geschetst waar koeien worden gelucht op een binnenplaats?

Ja.

2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
Hoe beoordeelt u de bouwtekening van de te bouwen megastal voor 600 koeien, waarbij het onderschrift luidt: ‘weidegang en frisse lucht krijgen de koeien via een grote binnen¬plaats’?

Kunt u uiteenzetten of en zo ja, waarom het ‘weiden’ van koeien op een binnenplaats van een megastal weidegang mag heten?

Acht u de binnenplaats van deze megastal geschikt voor weidegang? Zo ja, waarom en kunt u daarbij uiteenzetten hoe deze binnenplaats zich verhoudt tot uw opvattingen over de minimale voorwaarden voor weidegang? Zo neen, waarom niet en bent u voornemens misbruik van het woord ‘weidegang’ tegen te gaan?

Kunt u uiteenzetten of bij het gebruik van de term weidegang regels gelden ten aanzien van het minimale aantal uren dat nog weiden genoemd mag worden, de ruimte die koeien krijgen tijdens het weiden (aantal vierkante meters) en de gedragingen die koeien tijdens het weiden zouden moeten kunnen uiten (grazen, liggen, lopen)? Zo ja, welke en wie bepalen deze regels en acht u deze regels voldoende dwingend om misbruik te voor¬komen?

Zo neen, waarom niet en acht u het noodzakelijk dat er regels komen ten aanzien van het gebruik van de term ‘weidegang’ waarbij minimumeisen met betrekking tot de beschik¬bare ruimte per koe, de gedragingen en het aantal uren worden vastgelegd?

Acht u het wenselijk dat koeien buiten het zicht van geïnteresseerde burgers worden gelucht op een binnenplaats? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot uw streven, zoals vastgelegd in uw visie over een duurzame veehouderij, naar een veehouderij die zichtbaar is voor de burger? Zo neen, welke maatregelen gaat u nemen om het uitsluitend luchten van koeien op binnenplaatsen tegen te gaan?

Acht u het noodzakelijk dat koeien, als zij buiten verblijven onder de noemer weidegang, in staat zijn om te grazen en om in het gras te liggen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn gaat u maatregelen nemen die ervoor zorgen dat weidegang betekent dat de koeien ook daadwerkelijk kunnen grazen en in het gras kunnen liggen? Zo neen, waarom niet?

Is het volgens u mogelijk om de huidige gemiddelde beweiding per koe van 2100 uur per jaar te halen op een binnenplaats? Zo ja, op welke wijze acht u het mogelijk dat 600 koeien gedurende bijna zes maanden per jaar gemiddeld 12 uur per dag per koe rouleren om een binnenplaats die kleiner is dan de stal die er omheen is gebouwd? Zo neen, acht u het een wenselijke ontwikkeling dat koeien steeds minder weidegang krijgen?

Acht u het na het lezen van het artikel in Zuivelzicht nog steeds wenselijk dat ‘de concrete invulling van de concepten weidegang en weidemelk het resultaat zijn van het debat tussen de sector en maatschappelijke organisaties en niet van een blauwdruk of definitie uwerzijds? Zo ja, waarom en hoe verhoudt dit zich tot uw streven naar een duurzame en diervriendelijke veehouderij die maatschappelijk is ingebed? Zo neen, bent u voornemens zelf een definitie van weidegang te ontwikkelen? Zo ja, binnen welke termijn?

Het artikel handelt over samenwerking tussen en samenvoeging van melkveebedrijven, waarbij de huisvesting van het melkvee op één locatie wordt voorzien. Het onderschrift heeft betrekking op een foto van een maquette van een te bouwen stal voor 600 koeien.
Volgens het ontwerp zou via een soort batchprincipe met acht koppels van 75 koeien gebruik gemaakt kunnen worden van de binnenplaats. Op basis van onder andere de voorziene gebruiksfrequentie en -intensiteit van de binnenplaats zal onvoldoende sprake zijn van grasgroei en daarmee is geen sprake van weidegang in de zin van het betreden en begrazen van gras. Het gebruik van een binnenruimte ligt mede daarom meer in de sfeer van een uitloop in de open lucht. Het feit dat het afgebeelde schetsontwerp aan de dieren de mogelijkheid biedt om - afhankelijk van de weersomstandigheden - jaarrond in de open lucht te verblijven, is uit welzijnsoogpunt als positief te beschouwen. Ik zie geen aanlei¬ding om het luchten van koeien op een dergelijke binnenplaats tegen te gaan noch om het woord “weidegang” aan een strikte definitie of betekenis te verbinden.

In de melkveehouderij heeft het begrip weidegang een ruime betekenis. Met volledige weidegang wordt bedoeld dat koeien in het groeiseizoen de volledige tijd buiten lopen en dat het melken in de stal of in de weide gebeurt. Bij beperkte weidegang verblijven de koeien kortere tijd buiten. De maatschappelijke beleving van weidegang impliceert het kunnen zien van een grazende koe in een weide waar gras staat. Weidegang biedt boven¬dien betere mogelijkheden voor natuurlijk gedrag dan huisvesting in de bestaande stallen. In lijn met mijn toekomstvisie veehouderij heb ik daarom het project ‘Koe en Wij’ mogelijk gemaakt, dat een bijdrage wil leveren aan het behoud en stimuleren van weidegang.

Zoals ik in antwoord op eerdere vragen van het lid Thieme heb aangegeven (DL. 2007/1957 en DL. 2007/2661), acht ik het niet opportuun om regels of minimale voorwaarden voor weidegang op te stellen. De concrete invulling van de concepten weidegang en weide¬melk zal het resultaat moeten zijn van het debat tussen sector en maatschappelijke organisaties.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg