Kamer­vragen aan de minister van LNV over het laten lijden van een varken ter vermaak


Indiendatum: aug. 2007

Vragen van het lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het laten lijden van een varken ter vermaak

1. Kent u het bericht 'Echte zwienties toch te tikken' (1)?

2. Acht u het verantwoord om een varken voorafgaand aan de slacht doodsangst te laten uitstaan tijdens een volksvermaak? Zo ja, kunt u dit toelichten?

3. Acht u het verantwoord om in tijd van ziektedreiging (MKZ) een varken te laten fungeren als object van vermaak op een evenement waar veel agrariërs verzameld zijn? Zo ja, kunt u dit toelichten?

4. Acht u het Zwientie tikk’n in overeenstemming met artikel 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren, waarin wordt bepaald dat dieren niet nodeloos mogen lijden? Zo ja, kunt u dit toelichten?

5. Bent u bereid een verbod te overwegen op volksvermaak waarvan dieren het slachtoffer zijn, zoals het geval is bij Zwientie tikk’n? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

(1) www.destentor.nl/salland/article1740760.ece

Indiendatum: aug. 2007
Antwoorddatum: 30 okt. 2007

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

1. Ja.

2. Nee, dit acht ik niet verantwoord.

3. Tijdens een mogelijke dreiging of feitelijke uitbraak van een besmettelijke dierziekte, waar varkens
vatbaar voor zijn, gelden aanvullende eisen zoals bijvoorbeeld een vervoersverbod. Deze maatregelen
zijn afhankelijk van de situatie die zich op dat moment voordoet, maar kunnen betekenen dat varkens niet vervoerd mogen worden en dus ook niet naar een terrein voor evenementen of wedstrijden.

4. Of deze activiteit is toegestaan of dat opgetreden kan worden op basis van artikel 36 van de Gwwd, kan ik niet in het algemeen beantwoorden. Dat is afhankelijk van de feitelijke situatie. Het oordeel daarover is aan de rechter. Mocht blijken dat dergelijke acties bij dieren pijn of letsel veroorzaken dan
wel de gezondheid of het welzijn van het dier wordt aangetast, dan kan hier op basis van artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren tegen opgetreden worden.

5. Ik acht een verbod niet noodzakelijk aangezien artikel 36 voldoende basis biedt om, indien nodig, op te treden. Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007–2008 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer