Kamer­vragen aan de minister van LNV over finan­ciering van een project voor de culinaire verwerking en promotie van consumptie van beschermde wilde ganzen


Indiendatum: aug. 2007

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit over financiering van een project voor de culinaire verwerking en promotie van consumptie van beschermde wilde ganzen

1. Kent u het bericht ‘Ministerie zet wilde gans weer op de kaart’ (1)?

2. Kunt u aangeven waarom u de culinaire verwerking en promotie van jachtbuit, verkregen door het doodschieten van beschermde vogels, financiert met publieke middelen?

3. Kunt u aangeven waarom u deze besteding van publieke middelen terecht vindt en of u in dat kader ook bereid bent om onderzoek naar de ontwikkeling en promotie van (culinaire verwerking van) vleesvervangers te financieren?

4. Kunt u aangeven of jagers financieel baat hebben bij het afschot van ganzen als deze worden aangeboden aan de poelier of op andere wijze worden verwerkt tot voedsel? Zo ja, vindt u het terecht dat jagers financieel gewin hebben bij ‘populatiebeheer’, kunt u aangeven hoe dit past in het natuurbeleid en of u het juist vindt dat uw ministerie via deze subsidie op deze wijze dienstbaar is aan winst van derden? Zo neen, wie heeft er dan financieel gewin bij de afschot van ganzen en kunt u aangeven of en waarom u dat terecht vindt in het kader het natuurbeleid?

5. Kunt u aangeven hoeveel ganzen er jaarlijks worden afgeschoten ter verjaging van andere ganzen; welke soorten worden afgeschoten en dit zich hoe verhoudt tot de bescherming van deze dieren die flora en faunawet beoogt te bieden?

6. Deelt u de mening dat het terecht is dat de rechter bij herhaling afschotvergunningen heeft vernietigd? Zo ja, bent u voornemens om een totaalverbod af te kondigen op het doodschieten van ganzen waarbij geen provinciale vrijstellingen meer mogelijk zijn? Zo neen, waarom niet?

7. Deelt u de mening dat het beter is om voldoende foerage gebieden voor ganzen te realiseren zodat overlast van ganzen op agrarische gronden en andere particuliere terreinen voorkomen kan worden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn wilt u dit realiseren? Zo neen, waarom niet en wat is volgens u een structurele oplossing om ganzenoverlast te voorkomen?

8. Kunt u aangeven welke andere methoden u inzet om overlast van ganzen te voorkomen en of en waarom deze methoden effectief zijn of niet? Bent u bereid nader wetenschappelijk onderzoek te laten verrichten naar alternatieve vormen van bestrijding van mogelijke schade?

9. Bent u voornemens een lange termijn strategie te ontwikkelen voor de bescherming van ganzen, onderverdeeld naar wintergasten, overzomeraars en nieuwe soorten? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn en kunt u aangeven of de strategie uitgaat van de bescherming van ganzen en waar blijkt dat uit? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt dit zich tot het door de flora- en faunawet beoogde beschermingsregime?

(1) Trouw, 14 augustus 2007, pag. 4

Indiendatum: aug. 2007
Antwoorddatum: 3 okt. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Thieme (PvdD) over financiering van een project voor de culinaire verwerking en promotie van de consumptie van beschermde wilde ganzen (ingezonden 16 augustus 2007).

1
Kent u het bericht ‘Ministerie zet wilde gans weer op de kaart’?

Ja.

2 en 3
Kunt u aangeven waarom u de culinaire verwerking en promotie van jachtbuit, verkregen door het doodschieten van beschermde vogels, financiert met publieke middelen?
Kunt u aangeven waarom u deze besteding van publieke middelen terecht vindt en of u in dat kader ook bereid bent om onderzoek naar de ontwikkeling en promotie van (de culinaire verwerking van) vleesvervangers te financieren?


Provincie Zuid-Holland en ik hebben gemeend om de mogelijkheden voor culinaire verwerking van in het kader van beheer en schadebestrijding verkregen ganzen te moeten onderzoeken.

4, 5 en 6
Kunt u aangeven of jagers financieel baat hebben bij het afschot van ganzen als deze worden aangeboden aan de poelier of op andere wijze worden verwerkt tot voedsel?
Zo ja, vindt u het terecht dat jagers financieel gewin hebben bij ‘populatiebeheer’?

Kunt u aangeven hoe dit past in het natuurbeleid en of u het juist vindt dat u via deze subsidie dienstbaar bent aan winst van derden?

Wie heeft er financieel gewin bij afschot van ganzen? Kunt u aangeven of en waarom u dit terecht vindt in het kader van het natuurbeleid?

Jagers verjagen ganzen van schadegewassen. Dat is erg arbeidsintensief en daarbij mag slechts op beperkte schaal afschot plaatsvinden. De lasten, met name de te investeren tijd in het veld, wegen niet op tegen de baten. Er is dus geen sprake van dat jagers winst maken bij de uitvoering van het ganzenbeleid.

7
Kunt u aangeven hoeveel ganzen er jaarlijks worden afgeschoten ter verjaging van andere ganzen, welke soorten worden afgeschoten en hoe dit zich verhoudt tot de bescherming die de Flora- en faunawet deze dieren beoogt te bieden?

Zie Kamerstuk 29446, nr. 55.

8
Deelt u de mening dat het terecht is dat de rechter bij herhaling afschotvergunningen heeft vernietigd? Zo ja, bent u voornemens om een totaalverbod af te kondigen op het doodschieten van ganzen, waarbij geen provinciale vrijstellingen meer mogelijk zijn? Zo neen, waarom niet?

De provincie Noord-Holland is onlangs in hoger beroep gegaan en de Raad van State heeft de provincie in het gelijk gesteld over de rechtmatigheid van de verleende ontheffingen. Dit ondersteunt de in het Beleidskader faunabeheer geformuleerde aanpak, inclusief begeleidend afschot.

9
Deelt u de mening dat het beter is om voldoende foerageergebieden voor ganzen te realiseren, zodat overlast van ganzen op agrarische gronden en andere particuliere terreinen voorkomen kan worden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn wilt u dit realiseren? Zo neen, waarom niet? Wat is een structurele oplossing om ganzenoverlast te voorkomen?

De structurele oplossing voor de ganzenschade is dat de ganzen foerageren in de daarvoor aangewezen foerageergebieden en niet daarbuiten. Er is inmiddels voldoende (80.000 ha) foerageergebied gerealiseerd. Dat neemt niet weg dat ganzen nog steeds schade veroorzaken buiten de foerageergebieden. Het is om die reden dat ganzen buiten de foerageergebieden actief moeten worden verjaagd, totdat de ganzen weten waar zij wel en waar zij niet kunnen foerageren.

10
Kunt u aangeven welke andere methoden u inzet om overlast van ganzen te voorkomen en zo ja, waarom deze methoden effectief zijn of niet? Bent u bereid nader wetenschappelijk onderzoek te laten verrichten naar alternatieve vormen van bestrijding van mogelijke schade?

Zie Kamerstuk 29446, nr. 55.

11
Bent u voornemens een langetermijnstrategie te ontwikkelen voor de bescherming van ganzen, onderverdeeld naar wintergasten, overzomeraars en nieuwe soorten? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Kunt u aangeven of de strategie uitgaat van de bescherming van ganzen? Zo ja, waar blijkt dit uit? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt dit zich tot het door de Flora- en faunawet beoogde beschermingsregime?

Er is reeds een beschermingsstrategie voor de lange termijn ontwikkeld voor de van nature in Nederland voorkomende ganzen. De gunstige staat van instandhouding van de overwinteraars moet worden gegarandeerd door de 80.000 ha foerageergebied. Voor de overzomerende grauwe gans, die zich in Nederland weer als broedvogel heeft gevestigd en die inmiddels weer in een gunstige staat van instandhouding verkeert, wordt gestreefd naar stabilisatie van de huidige populatie. Afschot maakt onderdeel uit van dat streven.

Voor soorten die niet van nature in Nederland voorkomen, zoals bijvoorbeeld Canadese gans, Nijlgans, Indische gans en overzomerende kolgans, wordt gestreefd naar een nulstand. Het spreekt vanzelf dat afschot belangrijk onderdeel is van dat streven.

Tot op heden hebben geen nieuwe soorten hun natuurlijke verspreidingsgebied op eigen kracht tot Nederland uitgebreid. Mocht dat op termijn wel gebeuren, dan zal een strategie voor de lange termijn worden ontwikkeld over hoe daarmee om te gaan. Het spreekt vanzelf dat voor ganzensoorten die hun natuurlijke verspreidingsgebied op eigen kracht uitbreiden naar Nederland een instandhoudingsverplichting geldt. De Europese Vogelrichtlijn schrijft een dergelijke instandhoudingsverplichting voor.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer