Kamer­vragen aan de minister van LNV over de handel in Europese wilde vogel­soorten


Indiendatum: feb. 2007

Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de handel in Europese wilde vogelsoorten.

1. Kent u de radio-uitzending waarin een onderzoek van Vogelbescherming Nederland gepresenteerd werd, waaruit blijkt dat de handel in Europese wilde vogelsoorten in de afgelopen jaren is vertienvoudigd ?

2. Heeft u een verklaring voor deze toename in relatie tot toezicht en handhaving door de Algemene Inspectiedienst (AID)?

3. Deelt u de conclusies van het onderzoek dat het ringsysteem fraudegevoelig is? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid tot het nemen van spoedige maatregelen om deze fraude tegen te gaan?

4. Bent u bereid te komen tot een betere afstemming tussen politie, justitie en AID teneinde de grootschalige handel met in het wild gevangen vogels op korte termijn in te dammen?

5. Kent u het voornemen van de Europese Commissie om de import van in het wild gevangen vogels te verbieden? Kunt u aangeven welke consequenties dit importverbod voor Nederland zal hebben? Bent u bereid vooruitlopend op de inwerkingtreding hiervan al maatregelen te treffen om de handel en doorvoer van in het wild gevangen vogels in Nederland aan banden te leggen?


1). Radio-uitzending Vara’s Vroege Vogels, 25 februari 2007.

Indiendatum: feb. 2007
Antwoorddatum: 1 aug. 2007

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). (Ontvangen 3 april
2007)

1
Ik ken de genoemde radio-uitzending en het onderzoek van de Vogelbescherming.

2
In 1996 bepaalde het Hof van Justitie1 dat de Vogelrichtlijn2 niet van toepassing is op in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels en dat de handel in deze vogels derhalve
vrij is. Als gevolg van dit arrest is het in Nederland sinds 1997 toegestaan om in alle vogelsoorten te handelen die in gevangenschap zijn geboren en opgekweekt, wat tot meer handel in vogels leidt.

3 en 4
Het ringensysteem beoogt een onderscheid te maken tussen gekweekte vogels en in het wild
gevangen vogels. Alleen gekweekte vogels mogen worden gehouden onder de voorwaarde dat zij in hun eerste levensdagen zijn geringd met een passende pootring. Indien toch geprobeerd wordt een in het wild gevangen vogel te ringen, dan kan dat over het algemeen goed worden
vastgesteld. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de beschadigingen van de ringen (als geprobeerd wordt deze passend te maken voor een in het wild gevangen vogel) of beschadiging van de poot van de vogel, als geprobeerd wordt een in het wild gevangen vogel te ringen
met een niet passende ring. Indien dit wordt vastgesteld wordt proces-verbaal opgemaakt en vindt inbeslagname van de vogels plaats. De controle door AID en politie is daar ook op gericht. Daarnaast zijn regels gesteld over de exacte maat van de ring per vogelsoort en zijn
eisen gesteld aan de kwaliteit van de ringen. Kwaadwilligen zijn er echter altijd. Ook een wijziging van het huidige systeem lost dat probleem niet op. De aanpak van dit probleem vergt eerder een inzet van een mix van instrumenten, variërend van voorlichting van de onwetende overtreder tot bestuursrechtelijke- of strafrechtelijke handhaving in gevallen waarin de regels bewust worden overtreden. Dit jaar wordt gewerkt aan het opstellen van een
dergelijke handhavingsstrategie voor natuurwetgeving volgens het concept van programmatisch handhaven. Per doelgroep wordt onderzocht welke handhavingsinstrumenten het meest geschikt zijn om het nalevingsniveau van de wettelijke eisen te verhogen.
Verder wordt bezien hoe de samenwerking en afstemming tussen de verschillende betrokken diensten zo goed mogelijk kan worden vormgegeven.
Dat betekent niet dat er niets gebeurt in afwachting van deze integrale handhavingsstrategie. Integendeel, de AID heeft de bestrijding van illegale vogelhandel in 2007 als één van haar speerpunten en zal dus extra inzet plegen. De AID werkt daarbij intensief samen met regionale milieuteams (RMT’s) van de politie en ondersteunt deze met kennis die voor
de opsporing nodig is. Het Dienstonderdeel Opsporing van de AID (De bijzondere opsporingsdienst van LNV) voert ook zelfstandig verschillende (middel) zware
opsporingsonderzoeken uit op dit terrein. Hierbij wordt intensief samengewerkt met politie
milieuteams (IMT’s/RMT’s). Op deze manier kan met de inzet van IMT’s en RMT’s een grote opsporingscapaciteit worden bereikt. Door AID en politie op deze manier te laten samenwerken kan de opsporing zo efficiënt mogelijk worden ingericht.

5
Ja, dat voornemen is bekend. Vanwege het risico op insleep van het zeer besmettelijke hoogpathogene Aviaire Influenzavirus via geïmporteerde vogels uit derde landen is de Commissie voornemens de invoer in de EU van in het wild gevangen vogels uit alle derde
landen volledig te verbieden. Het voornemen is er op gericht dat enkel gekweekte vogels uit bepaalde derde landen, onder voorwaarden, mogen worden ingevoerd. De desbetreffende
beschikking, die de bestaande certificerings- en quarantainebeschikking 2000/666/EG zal vervangen, is in januari 2007 door het Standing Committee on the Food Chain and Animal Health aangenomen en zal na vaststelling door de Commissie met ingang van 1 juli 2007 in werking treden. Bij beschikking van 27 oktober 2005 (2005/760/EG) heeft de Commissie
overigens reeds een tijdelijk verbod ingesteld, vanwege de aanwezigheid van hoogpathogene Aviaire Influenza (AI) in derde landen, om in het wild gevangen vogels en gekweekte vogels uit derde landen in te voeren in de EU. Er geldt een zeer beperkt aantal uitzonderingen op het verbod. Deze betreffende beschikking is nog altijd van kracht. Aldus is de invoer vanuit derde landen van in het wild gevangen vogels ook nu reeds verboden en ontbreekt de noodzaak om nationale maatregelen te treffen, vooruitlopend op de inwerkingtreding per 1 juli 2007 van de hierboven genoemde beschikking.

1) Zie zaak C-149/94, Jur. 1996-1, p. 299.
2) Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand
(PbEG L 103).

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer