Kamer­vragen aan de minister van LNV over de broedplek van een lepe­laar­ko­lonie in Sloe­gebied (Zeeland)


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Justitie over de broedplek van een lepelaarkolonie in Sloegebied (Zeeland).

  1. Kent u het bericht ‘Vernielen van nesten lepelaars toegestaan’?1
  2. Bent u bekend met het gegeven dat er plannen zijn om het betreffende perceel aan de Frankrijkweg in Vlissingen-Oost, waar de nesten van de lepelaars zich bevinden, bouwrijp te maken?
  3. Deelt u de mening dat bij het bouwrijp maken van het terrein de nesten van de lepelaars zullen worden vernield en dat dit in strijd is met het Europese beleid, voortvloeiende uit de Vogelrichtlijn, zoals verwoord in de Guidance 2007? Hierin is immers bepaald dat ‘breeding sites’ jaarrond dienen te worden beschermd. Deze worden omschreven als broedplaatsen/nesten waar vogels jaarlijks, of met tussenpozen van meerdere jaren terugkeren om te komen broeden. Zo ja, deelt u dientengevolge de mening dat het bouwrijp maken van het terrein in strijd is met artikel 11 van de Flora- en faunawet? Zo neen, waarom niet?
  4. Bent u bereid om wanneer activiteiten om het bouwrijp maken van het betreffende terrein starten zonder dat er een ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet is verleend, handhavend op te treden vanwege strijdigheid met de Flora- en faunawet? Zo neen, waarom niet?
  5. Deelt u de mening dat er een oplossing in deze kwestie mogelijk is door als voorwaarde in een ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet op te nemen dat op zijn vroegst ná het broedseizoen het bouwrijp maken van het perceel een aanvang mag nemen en dat het terrein dusdanig zal worden ingericht en onderhouden dat de lepelaars er kunnen blijven broeden? Zo ja, bent u bereid hierover in overleg te treden met het Havenschap Zeeland Seaports en met bijvoorbeeld de landelijke werkgroep Lepelaar die over veel expertise hierover beschikt? Zo neen, waarom niet?

1 Provinciale Zeeuwse Courant van 15 januari 2009
Toelichting: Op een braakliggend terrein op het bedrijventerrein Sloegebied in Vlissingen broedt al jaren een kolonie van lepelaars. Lepelaars zijn zéér plaatstrouw aan hun geboorteplek. Na hun geboorte trekken de jongen met hun ouders naar overwinteringplaatsen in Afrika. In februari, maart komen de dieren terug in Nederland, waar ze meteen aan het broeden slaan. Nederland is voor het voortbestaan van de lepelaars in Noordwest-Europa bijzonder belangrijk.

Antwoorddatum: 19 feb. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij ontvangt u, mede namens de minister van Justitie, mijn antwoorden op vragen van het lid Thieme (PvdD) over de broedplek van een lepelaarkolonie in het Sloegebied (Zeeland) (ingezonden 29 januari 2009).

1
Kent u het bericht “Vernielen van nesten lepelaars toestaan”?

Ja.

2
Bent u bekend met het gegeven dat er plannen zijn om het betreffende perceel aan de Frankrijkweg in Vlissingen-Oost, waar de nesten van de lepelaars zich bevinden, bouwrijp te maken?

Ja.

3
Deelt u de mening dat bij het bouwrijp maken van het terrein de nesten van de lepelaars zullen worden vernield en dat dit in strijd is met Europees beleid, voortvloeiende uit de Vogelrichtlijn, zoals verwoord in de Guidance 2007?
Zo ja, deelt u dientengevolge de mening dat het bouwrijp maken van het terrein in strijd is met artikel 11 van de Flora- en faunawet? Zo nee, waarom niet?

Het Guidance document waar u naar verwijst en de daarin opgenomen definitie van “breeding sites” heeft betrekking op de diersoorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dat zijn zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen en lagere dieren, maar géén vogels. De definitie van “breeding sites” in het Guidance document is niet van toepassing op vogels.
De Vogelrichtlijn vereist bescherming van nesten van vogels, niet van “breeding sites”. Voor zover vogels elk jaar of voor elk broedsel een nieuw nest maken, geldt die bescher¬ming slechts gedurende de periode dat er gebroed wordt of dat er nog jongen in het nest verblijven. De reikwijdte van artikel 11 van de Flora- en faunawet is met betrekking tot vogels geen andere dan die onder de Vogelrichtlijn. Lepelaars keren vaak terug naar hetzelfde terrein om te broeden, maar zij bouwen ieder jaar een nieuw nest. Dat betekent dat de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Flora- en faunawet slechts gedurende het broedseizoen op de nesten van de lepelaars van toepassing zijn. Het buiten het broed¬seizoen bouwrijp maken van het terrein is niet in strijd met de Vogelrichtijn of artikel 11 van de Flora- en faunawet. Een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 21 april (dossiernummer 07/2775 en registratienummer WET 07/2775-FRC) in een vergelijkbare zaak bevestigt dat.

4
Bent u bereid, wanneer activiteiten om het bouwrijp maken van het betreffende terrein starten zonder dat er een ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet is verleend, handhavend op te treden vanwege strijdigheid met de Flora- en faunawet? Zo nee, waarom niet?

Nee. Er is buiten het broedseizoen geen ontheffing vereist. Zie mijn antwoord op vraag 3.

5
Deelt u de mening dat er een oplossing in deze kwestie mogelijk is door als voorwaarde in een ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet op te nemen dat op zijn vroegst ná het broedseizoen het bouwrijp maken van het perceel een aanvang mag nemen, en dat het terrein dusdanig zal worden ingericht en onderhouden dat de lepelaars er kunnen blijven broeden? Zo ja, bent u bereid hierover in overleg te treden met het Havenschap Zeeland Seaport en met bijvoorbeeld de landelijke werkgroep Lepelaar die over veel expertise beschikt? Zo nee, waarom niet?

Nee. Er staan mij geen wettelijke middelen ter beschikking om uitvoering te geven aan wat u vraagt. Zie mijn antwoord op vraag 3.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg