Kamer­vragen aan de minister van LNV over aange­spoelde zand­haaien


Indiendatum: feb. 2010

Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over aangespoelde zandhaaien

1. Bent u bekend met de vondst van negentien dode zandhaaien op het strand bij Kerkwerve1 ?

2. Is het waar dat het uitzonderlijk is dat er negentien dode zandhaaien tegelijkertijd aanspoelen? Welke vragen roept dit bij u op?

3. Is het waar dat zandhaaien voornamelijk als bijvangst bij de visserij met de boomkor en bordentrawl wordt gevangen? Zo neen, hoe zit het dan?

4. Kunt u aangeven welke haaiensoorten in welke mate per jaar slachtoffer worden van bijvangst door Nederlandse vissers?

5. Kunt u aangeven wat het percentage bijvangst is van de verschillende haaiensoorten in de verschillende Nederlandse visserijsectoren? Zo neen, bent u bereid opdracht te geven tot aanvullend onderzoek naar bijvangst in het algemeen door Nederlandse vissers?

6. Welke mogelijkheden ziet u om de oorzaak te achterhalen van het aanspoelen van deze negentien haaien?

7. Welke maatregelen heeft u tot nu toe genomen om haaien te beschermen tegen o.a. de Nederlandse visserij? Acht u deze maatregelen afdoende? Zo ja, waar baseert u dat op en hoe verhoudt de vondst van de negentien aangespoelde zandhaaien zich tot uw maatregelen?

8. Bent u bereid tot een grotere inspanning om haaien en roggen te beschermen? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze?

9. Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de implementatie van het Europees Actieplan voor de instandhouding en het beheer van haaien?

1 http://www.nu.nl/binnenland/2179112/negentien-dode-zandhaaien-gevonden.html

Indiendatum: feb. 2010
Antwoorddatum: 7 mrt. 2010

Geachte Voorzitter,

Hieronder ontvangt u de antwoorden op de vragen van het lid Ouwehand (PvdD) inzake aangespoelde zandhaaien.

1
Bent u bekend met de vondst van negentien dode zandhaaien op het strand bij Kerkwerve?

Ik ben bekend met het bericht. Maar heb ook geconstateerd dat het bericht gebaseerd is op onjuiste informatie. Op 10 februari 2010 verscheen namelijk het nieuws dat het niet om 19 zandhaaien, maar om visafval ging. Door de conserva¬tor van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam is de vondst onderzocht. De conclusie was dat het restanten betrof van zeventien kabeljauwen en twee onbe¬kende haaien. Voor de goede orde kan ik u informeren dat “zandhaaien” niet bestaan.

2
Is het waar dat het uitzonderlijk is dat er negentien dode zandhaaien tegelijkertijd aanspoelen? Welke vragen roept dit bij u op?

Zie vraag 1.


3
Is het waar dat zandhaaien voornamelijk als bijvangst bij de visserij met de boomkor en bordentrawl worden gevangen? Zo nee, hoe verklaart u dan de dode zandhaaien?

Zie vraag 1.

4
Kunt u uiteenzetten welke haaiensoorten in welke mate per jaar slachtoffer worden van bijvangst door Nederlandse vissers?

Ik heb naar aanleiding van het EU-haaienactieplan, IMARES gevraagd een ‘state
of the art’-rapport te schrijven over de toestand van de haaien en roggen, de vangsten door Nederlandse vissers in de Noordzee en de mogelijke beschermings¬maatregelen. Dit is in het voorjaar van 2010 gereed.

5
Kunt u uiteenzetten wat het percentage bijvangst is van de verschillende haaien¬soorten in de verschillende Nederlandse visserijsectoren? Zo nee, bent u bereid opdracht te geven tot aanvullend onderzoek naar bijvangst in het algemeen door Nederlandse vissers?

Sommige haaien en roggen, die worden bijgevangen, mogen legaal worden aangeland, conform de TAC en Quota verordening. Over de teruggooi van ongewenste bijgevangen haaien en roggen in de Noordzee is geen informatie voorhanden. Om hier verandering in te brengen is in 2009 de datacollectie¬verordening aangepast en het verzamelen van gegevens over de teruggooi van ongewenste bijvangsten (discards) verplicht gesteld. In Nederland zijn we toen gestart met een discards bemonsteringsprogramma op een selectie van de Nederlandse vloot. Dit programma wordt in 2010 gecontinueerd. In het voorjaar van 2010 zal het rapport met de resultaten van 2009 gereed zijn.

6
Welke mogelijkheden ziet u om de oorzaak te achterhalen van het aanspoelen van deze negentien haaien?

Zie vraag 1.

7
Welke maatregelen heeft u tot nu toe genomen om haaien te beschermen tegen onder andere de Nederlandse visserij? Acht u deze maatregelen afdoende? Zo ja, waar baseert u dat op en hoe verhoudt de vondst van de negentien aangespoelde zandhaaien zich tot uw maatregelen?

Naast het ‘state of the art’-rapport, heb ik een eerste verkenning gedaan met natuurbeschermingsorganisaties en de visserijsector van wat we verder gezamenlijk kunnen doen aan de bescherming van haaien en roggen.

Op technisch vlak zijn aan boord van Nederlandse kotters mijn inziens voldoende faciliteiten om ongewenst bijgevangen haaien en roggen snel ongedeerd terug over boord te zetten. Wel valt er op het gebied van bewustwording en herkenning van de verschillende soorten nog een hoop te doen. Ik heb via een subsidierege¬ling mogelijk gemaakt dat milieuorganisaties hier meer werk van gaan maken. Ook zal er gekeken worden naar een betere verspreiding van de bestaande kennis onder de vissers, samen met de experts van IMARES en de internationale weten¬schappers van ICES. Het Nederlandse discards bemonsteringsprogramma (vraag 5) zal moeten uitwijzen of deze maatregelen afdoende zijn.

8
Bent u bereid tot een grotere inspanning om haaien en roggen te beschermen? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze?

Indien nieuwe kennis noopt tot een herziening van het beleid, zal ik dit overwe¬gen.

9
Kunt u uiteenzetten wat de stand van zaken is met betrekking tot de implementatie van het Europees Actieplan voor de instandhouding en het beheer van haaien?

Voor wat mijn nationale aanpak betreft, verwijs ik naar vraag 7. De Raad van Ministers heeft in haar conclusies over EU haaienactieplan in april 2009 aangedrongen bij de Europese Commissie om onder andere prioriteit te geven aan maatregelen om de meest bedreigde soorten te beschermen en verdere kennis te verzamelen over haaien, de visserij erop en hun rol in het ecosysteem. Op grond hiervan is de datacollectieverordening aangepast. Tevens zijn de vangstmogelijk¬heden van een aantal haaien- en roggensoorten, conform eerdere afspraken in de Raad, verlaagd. Voor de doornhaai is een bijvangstquotum vastgesteld en voor de haringhaai, zee-engel, witte rog en golfrog is er een totaalverbod ingesteld. De TAC voor roggen in de Noordzee is met 17% verlaagd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer