Kamer­vragen aan de minister van LNV en VWS over het gevaar van brucella besmet­tingen in Nederland en welzijns­regels voor het houden van water­buffels


Kamervragen van het lid Thieme aan de minister van LNV en VWS over het gevaar van brucella besmettingen in Nederland en welzijnsregels voor het houden van waterbuffels

  1. Kent u het bericht ‘buffels zijn slim en ruiken water’ (1) en het bericht in het NOS journaal over waterbuffels in Nederland? (2)
  2. Kunt u inzicht geven in de omvang en groei van commerciële waterbuffelhouderij? Kunt u daarbij ingaan op de in het artikel vermelde verwachte groei als gevolg van de brucella besmettingen in Italië?
  3. Kunt u aangeven of de brucella bacterie ook gevaarlijk is voor andere runderrassen? Zo ja, op welke wijze voorkomt u dat brucella bacterie naar Nederland komt en waaruit blijkt dat dat voldoende is? Zo neen, op welke wijze voorkomt u dat Nederlandse waterbuffels een besmetting oplopen met de brucella bacterie?
  4. Kunt u aangeven of de brucella bacterie gevaarlijk is voor mensen?
  5. Kunt u aangeven welke welzijnsproblemen waterbuffels ondervinden in de houderijsystemen in Nederland en welke mate van ongerief zij ervaren? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze u deze informatie inzet in het verbeteren van de houderijsystemen voor commercieel gehouden waterbuffels? Zo neen, bent u voornemens hiernaar onderzoek te doen en zo ja, binnen welke termijn?
  6. Kunt u aangeven of de overheid welzijnsregels en welzijnseisen stelt aan het commercieel houden van waterbuffels? Zo ja, welke en in hoeverre worden deze gecontroleerd en door wie? Zo neen, waarom niet en hoe voorkomt u dat waterbuffels onder omstandigheden worden gehouden die de vijf vrijheden van het dier sterk inperken?
  7. Kunt u aangeven in hoeverre het welzijn van waterbuffels wordt aangetast als zij nagenoeg permanent op stal worden gehouden en daardoor beperkt zijn in het uitoefenen van hun soorteigen gedrag?
  8. Deelt u de mening dat waterbuffels, net zoals andere melkkoeien het meest gebaat zijn bij weidegang? Zo ja, op welke wijze stimuleert u weidegang bij waterbuffels? Zo neen, waarom niet?
  9. Kunt u aangeven of u uw beleid ten aanzien van het stimuleren van weidegang, bijvoorbeeld via het financieren van weidegang adviseurs via de Stichting Weidegang, ook richt op waterbuffels? Zo ja, op welke wijze en wat zijn daarvan de resultaten? Zo neen, waarom niet?
  10. Deelt u de mening dat het opstellen van welzijnsregels voor nieuwe diersoorten die commercieel worden gehouden zoals waterbuffels, struisvogels, kangaroes, etc. noodzakelijk is om aantasting van het welzijn van deze dieren te voorkomen? Zo ja, op welke wijze gaat u dit oppakken en welke diergroepen? Zo neen, waarom niet?

(1) Volkskrant, 4 februari 2008
(2) NOS journaal, 4 februari 2008, 20.00 uur

Antwoorddatum: 27 mrt. 2008

Geachte Voorzitter,

In antwoord op vragen van het lid Thieme (PvdD) over het gevaar van brucella-besmettingen in Nederland en welzijnsregels voor het houden van waterbuffels, bericht ik u, mede namens mijn ambtgenoot de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het volgende.

1
Kent u het bericht ‘buffels zijn slim en ze ruiken water’ en het bericht over waterbuffels in Nederland ?

Ja.

2
Kunt u inzicht geven in de omvang en groei van de commerciële waterbuffelhouderij? Kunt u daarbij ingaan op de in het artikel vermelde verwachte groei als gevolg van de brucella- besmettingen in Italië?

In Nederland zijn er enkele bedrijven die in totaal enkele honderden buffels houden om de melk voor in hoofdzaak kaasproductie (mozzarella). Ik verwacht niet dat de problemen met de diergezondheid van de buffels in Italië, direct van invloed zijn op een mogelijke uitbreiding van deze tak van de veehouderij in Nederland. Een uitbreiding is afhankelijk van meerdere factoren.

3
Kunt u aangeven of de brucella-bacterie ook gevaarlijk is voor andere runderrassen? Zo ja, op welke wijze voorkomt u dat de brucella-bacterie naar Nederland komt? Waaruit blijkt dat dit voldoende is? Zo neen, op welke wijze voorkomt u dat Nederlandse waterbuffels een besmetting oplopen met de brucella-bacterie?

De brucella-bacterie is een bekende ziekteverwekker die bij veel zoogdieren, waaronder runderen, de gezondheid aantast. De brucella-bacterie komt in Nederland en veel Europese landen niet voor. In landen waar de bacterie wel aanwezig is, bij bijvoorbeeld runderen, schapen en geiten, kunnen deze dieren slechts naar Nederland worden getransporteerd en geïmporteerd voor zover de dieren zijn getest met een negatief resultaat.

4
Kunt u aangeven of de brucella-bacterie gevaarlijk is voor mensen?

In Nederland worden sporadisch gevallen van menselijke besmettingen met brucella gemeld, in het algemeen na een bezoek aan het (verre) buitenland. De meest kenmerkende verschijnselen van een brucella-besmetting bij de mens zijn wisselende koorts, (hevige) hoofdpijn, diarree, koude rillingen, algehele zwakte, slapeloosheid en zweten.

6
Kunt u aangeven of u welzijnsregels en welzijnseisen stelt aan het commercieel houden van waterbuffels? Zo ja, welke welzijnsregels en welzijnseisen zijn dat, in hoeverre worden deze gecontroleerd en door wie? Zo neen, waarom niet en hoe voorkomt u dat water¬buffels onder omstandigheden worden gehouden die de vijf vrijheden van het dier sterk inperken?

De buffel is een in het ‘Besluit aanwijzing voor productie te houden dieren’ aangewezen diersoort. Dat betekent dat voor buffels de algemeen geldende regels van toepassing zijn uit het ‘Besluit welzijn productiedieren’. De verantwoordelijkheid voor het goed houden van dieren ligt bij de ondernemer. Controle vindt plaats door de Algemene Inspectie¬dienst.

5, 7, 8 en 10
Kunt u aangeven welke welzijnsproblemen waterbuffels ondervinden in de houderij¬systemen in Nederland en welke mate van ongerief zij ervaren? Zo ja, kunt u aangeven
op welke wijze u deze informatie inzet in het verbeteren van de houderijsystemen voor commercieel gehouden waterbuffels? Zo neen, bent u voornemens hiernaar onderzoek te doen? Zo ja, binnen welke termijn?

Kunt u aangeven in hoeverre het welzijn van waterbuffels wordt aangetast als zij na¬genoeg permanent op stal worden gehouden en daardoor beperkt zijn in het uitoefenen van hun soorteigen gedrag?
Deelt u de mening dat waterbuffels, net zoals andere melkkoeien het meest gebaat zijn bij weidegang? Zo ja, op welke wijze stimuleert u weidegang bij waterbuffels? Zo neen, waarom niet?

Deelt u de mening dat het opstellen van welzijnsregels voor nieuwe diersoorten die commercieel worden gehouden, zoals waterbuffels, struisvogels, kangaroes, noodzakelijk is om aantasting van het welzijn van deze dieren te voorkomen? Zo ja, op welke wijze gaat u dit oppakken en welke diergroepen? Zo neen, waarom niet?

Er is tot op heden geen onderzoek gedaan naar ongerief bij buffels, ook niet naar weide¬gang. Ter uitvoering van de motie van Van Velzen over het welzijn van dieren die niet voorkomen in de nota Dierenwelzijn zal ik in aanvulling op de lopende quickscan naar mogelijke welzijnsproblemen bij struisvogels en herten nog in 2008 een aanvullende welzijnsanalyse starten naar de overige kleine dierlijke sectoren, waaronder ook de buffels. Afhankelijk van de uitkomst hiervan zal ik bepalen welke verdere acties, eventueel op het gebied van regelgeving, nodig zijn.

9
Kunt u aangeven of u uw beleid ten aanzien van het stimuleren van weidegang, bijvoorbeeld via het financieren van weidegangadviseurs via de Stichting Weidegang, ook richt op waterbuffels? Zo ja, op welke wijze en wat zijn daarvan de resultaten? Zo neen, waarom niet?

De Stichting Weidegang is een initiatief van de melkveehouderijsector (melkveehouders en verwerkers van koemelk) en enkele maatschappelijke organisaties (Rabobank, Natuur¬monumenten, Dierenbescherming, Centraal Bureau Levensmiddelen). De stichting heeft tot doel de weidegang van koeien te stimuleren. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ondersteunt dit initiatief door het financieren van de opleiding van adviseurs.
Het is aan de partijen die de belangen van waterbuffelhouders behartigen en weidegang van buffels willen stimuleren om aansluiting te zoeken bij de Stichting Weidegang.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg