Kamer­vragen aan de minister van Binnen­landse Zaken en Justitie over dood­ge­schoten schaap


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Binnenlandse Zaken en Justitie

1. Kent u het bericht 'tranen om doodgeschoten schaap' (1)?

2. Is het juist dat het bewuste schaap is doodgeschoten door een jachtopziener, terwijl het dier zich in een weiland bevond, op afstand van de weg in een niet verkeersonveilige situatie?

3. Kunt u aangeven of u van mening bent dat er in dat geval sprake was van een spoedeisend belang om het dier te doden? Zo ja, waarom? Zo neen, bent u dan van mening dat de bewuste jachtopziener zijn bevoegdheden te buiten gegaan is en in aanmerking komt voor vervolging?

4. Vond het incident plaats binnen de bebouwde kom en kunt u zeggen krachtens welke bevoegdheid de bewuste jachtopziener handelde toen hij het dier doodde? Kunt u aangeven of de bevoegdheid in dit geval juist geinterpreteerd is en zo ja, kunt u aangeven op welke gronden? Zo neen, bent u bereid een onderzoek in te stellen naar de gang van zaken en of er terechte gronden waren het schaap te doden?

5. Is er een geweldsinstructie voor politie en/of BOA’s met vuurwapenvergunning gericht op de wijze waarop ze worden geacht te handelen met dieren die een gevaar vormen? Zo ja, hoe luidt die? Zo neen, waarom is er geen dergelijke geweldsinstructie en bent u bereid die vorm te geven? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

(1) Tubantia 7 juni 2007 http://www.enschede.tctubantia.nl/132768/tranen_om_doodgeschoten_schaap

Antwoorddatum: 12 aug. 2007

Antwoorden van de minister van Justitie op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over een doodgeschoten schaap

Vraag 1
Kent u het bericht 'Tranen om doodgeschoten schaap'?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Klopt het dat het bewuste schaap is doodgeschoten door een jachtopziener, terwijl het dier zich in een weiland bevond, op afstand van de weg in een niet verkeersonveilige situatie?

Antwoord 2
Het incident waarop het krantenartikel van de Tubantia d.d. 7 juni 2007 doelt, heeft betrekking op het doodschieten van een op hol geslagen schaap in de omgeving van Enschede op 6 juni 2007.

Hiertoe is besloten nadat het bewuste schaap – met grote horens – verschillende keren was ontsnapt, op hol was geslagen en daarbij een aantal maal een doorgaande provinciale weg was overgestoken waarbij het bijna in botsing kwam met rijdende auto’s (de weg aldaar kent een maximumsnelheid van 80 km p/u). Tevens heeft dit schaap runderen in omliggende weilanden op hol doen slaan door achter deze dieren aan te rennen. Onder deze omstandigheden vormde het schaap derhalve een gevaar voor de veiligheid van personen en/of goederen. Volgens de ter plaatse aanwezige politiefunctionarissen was er, anders dan het neerschieten van dit schaap, geen reële mogelijkheid om dit dier op andere (verantwoorde) wijze onder controle te krijgen. Hierbij wordt opgemerkt dat er verschillende keren tevergeefs is getracht om de eigenaar van het dier te achterhalen. Derhalve ontstond de noodzaak om snel in te grijpen en het gevaarzettende gedrag van het schaap te beëindigen door het te doden.
Op verzoek van de politiefunctionarissen heeft de jachtopziener vervolgens het schaap doodgeschoten terwijl dit schaap zich in een weiland bevond. Dit weiland, gelegen buiten de bebouwde kom, bood daartoe een veilige gelegenheid omdat het op enige afstand van de verkeersweg was gelegen.

Vraag 3
Deelt u de mening dat er in dat geval sprake was van een spoedeisend belang om het dier te doden? Zo ja, waarom? Zo neen, deelt u dan de mening dat de bewuste jachtopziener zijn bevoegdheden te buiten gegaan is en in aanmerking komt voor vervolging?

Vraag 4
Vond het incident plaats binnen de bebouwde kom? Krachtens welke bevoegdheid handelde de bewuste jachtopziener toen hij dit dier doodde?

Vraag 5
Is de bevoegdheid in dit geval juist geïnterpreteerd? Zo ja, op welke gronden? Zo neen, bent u bereid een onderzoek in te stellen naar de gang van zaken en of er terechte gronden waren het schaap te doden?

Vraag 6
Is er een geweldsinstructie voor politie of buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) met vuurwapenvergunning, gericht op de wijze waarop ze worden geacht te handelen met dieren die een gevaar vormen? Zo ja, hoe luidt die? Zo neen, waarom is er geen geweldsinstructie en bent u bereid die vorm te geven? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

Antwoord op de vragen 3 tot en met 6
Er is geen reden om aan te nemen dat de politie op onjuiste gronden heeft besloten om het schaap door een jachtopzichter te laten doodschieten. De Circulaire Wapens en Munitie (CWM) geeft in paragraaf 5.7 regels voor het doden van losgebroken en/of gewond vee of wild dat een gevaar vormt voor de veiligheid van personen en/of goederen. De jachtopzichter was tot het handelen bevoegd nu er was voldaan aan zowel het in paragraaf 5.7 genoemde ‘noodzakelijkheidsvereiste’ als aan de gestelde formele eisen. Zo beschikte deze jachtopzichter, conform het in paragraaf 5.7 bepaalde, over een geldige jachtakte, over voldoende kennis met betrekking tot het schieten op (groot) vee en was hem door de korpschef Twente verlof verleend tot het voorhanden hebben van een groot kaliber kogelgeweer. Alhoewel er naar de mening van het OM sprake was van een belang om snel te handelen, is het bestaan van een door het lid Thieme genoemd ‘spoedeisend belang’ niet in de CWM als voorwaarde genoemd.

In het licht van de hiervoorgenoemde feiten en omstandigheden, ziet het Openbaar Ministerie geen aanleiding om een nader onderzoek naar het optreden van de jachtopzichter te gelasten dan wel over te gaan tot vervolging.