Wereld­proef­die­rendag: Partij voor de Dieren stelt 85 vragen over dier­proeven in Nederland


24 april 2008

Den Haag, 24 april 2008 - De Partij voor de Dieren heeft vandaag, op Wereldproefdierendag, een groot aantal Kamervragen gesteld over het proefdierbeleid van de huidige regering. In 14 sets heeft Partij voor de Dieren-Kamerlid Esther Ouwehand in totaal 85 vragen gesteld aan de ministers van VWS, OCW, Justitie, Defensie en LNV.

De Partij voor de Dieren wil onder andere weten welke dierproeven precies worden verricht voor defensie, zoals de experimenten die gedaan worden met zenuwgas bij apen, of het kabinet bereid is het afknippen van tenen ter identificatie van genetisch gemanipuleerde muizen te verbieden en waarom er jaarlijks meer dan 408.000 dieren in proefdierlaboratoria- en fokkerijen ‘in voorraad’ worden gedood of doodgaan zonder voor een proef te zijn gebruikt en die niet worden meegeteld in de officiële cijfers. Verder is de partij benieuwd naar het oordeel van de onderwijs- en vws-minister over voorlichtingspakketten die de farmaceutische industrie ontwikkeld heeft over dierproeven en gericht zijn op scholieren in groep 7 en 8 van de basisschool.

Belangrijke vragen betreffen ook de handhaving van de Wet op de dierproeven (Wod) en de opsporingsmogelijkheden van de minister van Justitie. Uit een evaluatie van de wet bleek dat de handhavingscapaciteit bij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) minimaal is, dat overtredingen van de wet niet strafrechtelijk worden gesanctioneerd en dat Justitie feitelijk buiten spel staat. “Onder de gegeven omstandigheden heeft de Minister van Justitie onzes inziens geen schijn van kans zijn politieke verantwoordelijkheid voor de opsporingsaspecten van de Wod waar te maken”, aldus de auteurs van het evaluatierapport ‘Noodzakelijk kwaad’.

Ook de openbaarheid rond dierproeven bleek een belangrijk pijnpunt in de verouderde wetgeving die proefdieren moet beschermen. De AIVD merkte in 2004 al op dat de geslotenheid over dierproeven het klimaat rond het verzet tegen dierexperimenten niet ten goede zou komen. De auteurs van het evaluatierapport wezen eveneens op de noodzaak de informatie over proefdieronderzoek openbaar te maken.

Esther Ouwehand: “Er valt veel te verbeteren aan de wetgeving die proefdieren moet beschermen. Desondanks gaat de politieke aandacht vooral uit naar het dierenrechtenactivisme dat zich verzet tegen dierproeven, en blijft de problematiek zelf onderbelicht. Ook voor de ontwikkeling en toepassing van alternatieven is de afgelopen jaren nauwelijks geld en aandacht geweest.” De Partij voor de Dieren wil daar verandering in aanbrengen en het debat aanzwengelen via het grote aantal Kamervragen dat ze vandaag gesteld heeft over het proefdierbeleid in Nederland.

De Kamervragen van Esther Ouwehand aan de ministers van VWS, OCW, Justitie, Defensie en LNV zijn hier te vinden.

Wij staan voor:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief