Opinie: Veel dier­proeven zijn onnodig


17 december 2008

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad, 18 december 2008

Er heerst veel onwetendheid over dierproeven, stelt het Friesch Dagblad. Wetenschappers zijn terughoudend in het geven van openheid van zaken. Dat klopt. Maar dat gewelddadige acties van dierenrechtenactivisten daar de belangrijkste oorzaak van zouden zijn is een wel erg gemakkelijk en eenzijdig verwijt.

Laat er geen misverstand over bestaan: de Partij voor de Dieren vindt dat het maatschappelijk verzet tegen dieproeven mag alleen worden vormgegeven binnen de grenzen van onze rechtsstaat. Wie die grenzen niet respecteert, kan en moet worden opgespoord en vervolgd. De wens om de vormen van activisme die niet door de beugel kunnen aan te pakken, mag de aandacht echter niet afleiden van de kern van het probleem: experimenten op levende dieren vormen een ethisch probleem waar een ruime meerderheid van de Nederlanders zich zorgen over maakt. Die zorgen moeten we serieus nemen.

Een veel gehoorde stelling in de discussie is dat deze Nederlanders niet goed weten waar ze het over hebben, en dat ze meer zouden moeten weten over dierproeven om zich er een goede mening over te kunnen vormen. Daar valt iets voor te zeggen, maar we moeten ons realiseren dat het informatiemonopolie ligt bij de proefdierinstellingen. Juist de wetenschap zelf heeft zich altijd verzet tegen openbaarheid over de dierproeven die zij verrichten. En nu verwijt diezelfde wetenschap de dierenrechtenactivisten dat zij meer openheid in de weg zouden staan. Dat is op z’n minst opmerkelijk.

In 2004 merkte de AIVD al op dat de beslotenheid rond dierproeven het klimaat rond het dierenrechtenactivisme niet ten goede kwam. Een jaar later, toen de wetgeving die proefdieren moet beschermen werd geëvalueerd, concludeerden onafhankelijke juristen dat die wet niet aansloot bij onze algemene beginselen van de openbaarheid van bestuur. Dierproeven zijn een maatschappelijke aangelegenheid, en moeten door rechter en samenleving kunnen worden gecontroleerd. Hun aanbeveling luidde dan ook de wet op dit punt te herzien. Daarbij zouden gevoelige (persoons)gegevens –met het oog op mogelijk activisme- gewoon kunnen worden beschermd. Hier lag dus een mooie kans om dierproeven uit de beslotenheid van de laboratoria te trekken. Maar de wetenschap stond op haar achterste benen. Die openbaarheid komt er niet.

De vraag is waar de wetenschap zo bang voor is. Burgers wordt voorgehouden dat dierproeven zwaarwegende belangen dienen, en alleen worden verricht als het ‘echt niet anders kan’. Als dat waar is, zou het toch geen enkel probleem moeten zijn om deze belangen openlijk met het publiek te delen? Of is het onderzoek met proefdieren misschien niet altijd zo onmisbaar als wel wordt gesuggereerd? Hoogleraar proefdierkunde Frauke Ohl stelt dat de maatschappij nou eenmaal besloten heeft dat het welzijn en de veiligheid van mensen belangrijker is dan het welzijn van dieren. Dat is een veel te sterke versimpeling van een ingewikkelde werkelijkheid.

Zo proberen farmaceutische bedrijven hun omzet te vergroten door ongemakken als een actieve blaas te promoveren tot ziekte, en ontwikkelen ze kopieën van winstgevende medicijnen van concurrenten. Dit valt allemaal onder de categorie “Dierproeven voor geneesmiddelen”. Maar dient zulk onderzoek het welzijn van de mens of toch vooral de portemonnee van de farmaceut?

De schappen in de supermarkt zijn tegenwoordig steeds vaker gevuld met voedingsmiddelen met een gezondheidsclaim: yoghurtjes die je stoelgang verbeteren, drankjes om je bloeddruk te verlagen en zelfs koekjes om je cholesterolgehalte in bedwang te houden. Ook voor deze producten worden dierproeven verricht. Mogen we dieren laten lijden voor de marktaandelen van de levensmiddelenindustrie?

Wat waren de afwegingen van de besloten commissie om onderzoek met de zogenaamde ‘snackbarvarkens’ goed te keuren? Voor dit onderzoek worden slangen en buizen aangebracht in varkens, om een dier te creëren dat model kan staan voor mensen die hun hele leven uit de snackbar eten. Is zulk onderzoek ethisch te verantwoorden wanneer we allang weten dat zo’n leefstijl ongezond is, en er andere, meer preventieve mogelijkheden liggen om dit probleem aan te pakken?

Over dergelijke vragen mag de samenleving niet meebeslissen. Alle besluiten over de toelaatbaarheid van dierproeven worden in het grootste geheim genomen. Dat is extra ernstig wanneer je weet dat uit een onafhankelijke evaluatie bleek dat de ethische toets, die bij wet verplicht is voordat een dierproef mag worden verricht, in de praktijk niet goed wordt uitgevoerd.

Het is tijd dat wetenschap, maar ook overheid en industrie ter verantwoording kunnen worden geroepen. Zijn de beslissingen om dierproeven toe te staan in alle gevallen verdedigbaar? Wie een open discussie over dierproeven wil, zal de beginselen van onze rechtstaat moeten omarmen: over zaken van maatschappelijke betekenis moet volledige openbaarheid worden betracht, zodat de samenleving zich er een oordeel over kan vormen en de rechter kan toetsen of de wet wel naar behoren wordt uitgevoerd.

We hebben een morele plicht het aantal dierproeven terug te dringen. Via alternatieven, maar ook via een kritische blik op nut en noodzaak van dierproeven. Achterover leunen is geen optie, zeker niet wanneer je naar de cijfers kijkt.

Want tegenover de daling van het aantal experimenten op dieren staat al een paar jaar een enorme stijging van het aantal overtollige dieren dat in proefdierfokkerijen en –laboratoria ‘in voorraad’ wordt gedood. Inmiddels worden jaarlijks meer dan 400.000 dieren overbodig verklaard en afgemaakt –vooral als gevolg van genetische manipulatie. Tel je deze dieren op bij de dieren die daadwerkelijk worden gebruikt voor proeven, dan is er over de laatste jaren geen daling, maar juist een stijging te zien van het aantal slachtoffers van dierexperimenten. Rond de 1 miljoen nu, tegenover het aantal van 850.000 in 2003.

Gezien de ontwikkelingen op het gebied van genetische manipulatie, moet gevreesd worden dat het aantal laboratoriumdieren alleen nog maar zal stijgen. Leggen we ons daarbij neer, of durven we kritische vragen te stellen over het onderzoek met levende dieren? Ik zou willen pleiten voor het laatste. Vraag is of de wetenschap dat aandurft.

Esther Ouwehand, Tweede Kamerlid Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief