Opinie: Van wie is de zee?


14 augustus 2009

Gepubliceerd in Trouw, 15 augustus 2009

Vijftien jaar overleg en verdragen over de zee hebben niets opgeleverd. Dus mag Greenpeace ingrijpen.

Minister Verburg is boos op Greenpeace, dat natuurstenen heeft neergelegd op de bodem van het Kattegat om de bescherming van natuurgebieden op zee af te dwingen. Stenen in zee gooien, zo zegt de minister verontwaardigd, is niet de manier om natuurgebieden op zee te realiseren. Eerder riep de minister Greenpeace al op om plaats te nemen ’aan de overlegtafel’ in plaats van op een actieboot. De milieuorganisatie weigerde beleefd. Terecht, want dat gepolder van Verburg levert niets op.

Ruim vijftien jaar overleg, verdragen en papierwerk hebben nog geen vierkante meter mariene natuur daadwerkelijk beschermd. Veel te laat en met veel te weinig ambitie zet minister Verburg nu pas een paar eerste stappen om tot beschermde gebieden op zee te komen. Volgens de internationale verdragen waar de Nederlandse regering zelf haar handtekening onder heeft gezet hadden we al veel verder moeten zijn. Is het dan raar dat burgers en maatschappelijke organisaties geen vertrouwen meer hebben in de lange, lange weg van het overleg?

Het tempo waarin de rijke ecosystemen van de zee worden verwoest is angstaanjagend. Visbestanden zijn uitgeput, vele zeedieren staan op de rand van uitsterven en waar de zeebodem voorheen een plek was voor bijzondere biodiversiteit rest er weinig meer dan levenloze moddervlaktes, omgeploegd door de boomkorren die jagen op de platvis. De natuurlijke rijkdommen raken zo heel snel uitgeput: als we zo doorgaan zijn de zeeën en oceanen in minder dan 40 jaar tijd resoluut leeggevist. In die wetenschap dringt de vraag zich op van wie de zee eigenlijk is. Hebben we de zee weggegeven aan de vissers, een handvol wereldbewoners die eruit mag roven wat erin zit, op jacht naar geld? Of blijft de zee van ons allemaal, en hebben we allemaal iets te zeggen over de manier waarop we met deze natuurlijke rijkdom moeten omgaan?

De minister zou het publieke belang van een gezonde zee moeten dienen, maar kiest duidelijk de kant van de vissers. Pas in 2012 gaat ze beginnen met een zeer beperkte vorm van bescherming in een klein gedeelte van de Noordzee. Het gaat voorlopig om slechts drie gebieden, en aan een vangstverbod denkt ze niet. Net zo min als aan een verbod op de destructieve boomkor, die het bodemleven letterlijk verwoest en 75 procent van haar vangst dood overboord kiepert als ongewenste bijvangst. Dit beleid vormt hooguit enig uitstel van executie voor een stervende zee. De minister houdt de schijn op dat ze werkt aan bescherming van de zee, terwijl achter de schermen allang duidelijk is dat haar maatregelen nauwelijks effect zullen hebben.

Willen het leven in zee nog een kans krijgen te herstellen, dan moeten er volgens onafhankelijke wetenschappers zeereservaten komen die samen 40 procent van het zeeoppervlak beslaan. Dat het werkt, is bewezen bij Goat Island in Leigh, Nieuw-Zeeland, reservaat sinds 1975. Toen het gebied niet meer werd bevist, konden snappers en rivierkreeften weer ongestoord opgroeien. De zee-egelpopulatie, die door het opvissen van deze natuurlijke vijand was geëxplodeerd, slonk terug naar normale proporties. En zo konden de kelpwouden, in de jaren zestig praktisch gedecimeerd, zich herstellen en op hun beurt weer voedsel en bescherming bieden aan vele andere vissoorten en schaal- en schelpdieren in het water.

Goat Island is nu een pleisterplaats waar toeristen en bewoners genieten van de rijke mariene natuur. Ook de vissers zijn heel tevreden met de situatie. Zij hebben met bijzonder weinig moeite zeer goede vangsten aan de grens van het gebied.

De minister verzaakt haar taak als hoeder van het algemeen belang. Een maatschappelijke organisatie die daar aandacht op weet te vestigen, verdient niets dan lof. Het geweeklaag over de zogenaamde gevaren waaraan Greenpeace de vissers zou blootstellen (vissersboten zouden wel eens kunnen kapseizen als een steen in hun net blijft hangen) is niks meer dan een doorzichtige poging de boodschapper van het nieuws zwart te maken.

Stenen horen bij de dagelijkse obstakels die een visser kan tegenkomen op de bodem en waar hij zich op voorbereidt. Niets gevaarlijks aan, zeker niet wanner de coördinaten van de geplaatste stenen gewoon bekend zijn. Het enige dat vissers hoeven te doen, is uit de buurt blijven. Daarmee zou de uiterst noodzakelijke verschuiving van de balans op zee eindelijk zijn aanvang kunnen nemen: het jachtgebied van de vissers zal moeten worden ingeperkt om daarmee ruimte te maken voor de maatschappelijke claim op beschermde natuurgebieden op zee. De minister moet zich de ogen uit haar hoofd schamen dat ze die taak aan Greenpeace overlaat.

Esther Ouwehand
Tweede Kamerlid Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief