Opinie: Terschelling: kogels bij gebrek aan argu­menten


11 februari 2009

Minister Verburg heeft uit overduidelijke gemakzucht een doodvonnis uitgesproken over 9 edelherten op Terschelling omdat ze het eiland vrij van vreemde smetten wil houden.

Een xenofobe houding die haar in de mensenwereld zonder twijfel haar positie gekost zou hebben, maar als het over dieren gaat wordt dit soort kwesties helaas nog steeds en stuk lichter gewogen.

De minister spreekt over ‘faunavervalsing’ en mogelijke schade aan gewassen, gevaren voor de hygiëne op veehouderijen en kwetsbaarheid van de vegetatie.

Wie zich enigszins verdiept in de geschiedenis van Terschelling, ziet al snel dat de inrichting van het eiland vrijwel geheel door mensenhanden tot stand is gekomen. De bossen zijn door mensen aangelegd in de 19e eeuw en ook de fameuze cranberry is door toedoen van mensen op het eiland terecht gekomen, in het geheel niet passend binnen de natuurlijke vegetatie van een waddeneiland.

Dat de minister zich zulke zorgen maakt over de ‘natuurlijke vegetatie’ die gevaar zou kunnen lopen door de uitgezette edelherten doet daarom nogal potsierlijk aan. Er is in het geheel geen onderzoek naar verricht.

Ook rept de minister met geen woord over het feit dat er in 1992 6 reeën zijn uitgezet op het eiland, onder toeziend oog van de voorzitter van de plaatselijke jagersvereniging (nee de dader is nog niet getraceerd, maar Jan Smit stond er toevallig wel vlak bij), die prompt voorzitter werd van ‘kenniscentrum reeën’ en de ‘stichting reeënbeheer Terschelling’.

De laatst bekende wetenschappelijke opinie m.b.t. herten op Terschelling dateert van 2003 toen Staatsbosbeheer een symposium over dit onderwerp organiseerde op het eiland.

Hoogleraar ecologie H. Olff van de RU Groningen gaf aan dat in de Nederlandse duinen een erg eenzijdige flora aan het ontstaan is, waar eigenlijk alleen grazende edelherten verandering in zouden kunnen brengen. Omdat ze graag jonge boompjes en gras eten waardoor de overige flora meer kans zou krijgen.

Olff vindt Terschelling bij uitstek geschikt voor edelherten, omdat ze geen gevaar voor de omgeving opleveren. Ze kunnen niet van het eiland af en op Terschelling is nauwelijks gemotoriseerd verkeer.

Volgens de ecoloog is de afgelopen 3 decennia het aantal velduilen en blauwe kiekendieven met 50 tot 70 % afgenomen en het aantal duinpiepers en leeuweriken met 90% gedaald. De VHS ziekte kostte 90% van de konijnen het leven, waardoor er minder holen zijn en ook minder verstuiving van zand. De duinen verzuren en planten sterven uit bij gebrek aan grote grazers zoals edelherten.

Dat minister Donner namens zijn collega Verburg stelt dat het afschot van de herten plaatsvindt om de natuur een dienst te bewijzen is daarom een gotspe. Gemakzucht en gebrek aan kennis regeert in Den Haag, zeker waar het om dieren gaat. De edelherten worden daar nu het slachtoffer van, maar het is symptomatisch voor het LNV beleid dat louter oog heeft voor de belangen van grootschalige landbouw en de natuur slachtoffert op het altaar van de economie.

Marianne Thieme is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede kamer.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief