Opinie: Stra­te­gisch stemmen gaat ditmaal niet over de grootste partij


1 augustus 2012

Partij voor de Dieren zet aan tot groene koerswijziging

Nooit eerder was strategisch stemmen zo complex als 12 september het geval zal zijn. Was voorheen vooral bepalend welke partij de grootste was, en wie het initiatief mocht nemen in de formatie, ditmaal zal dat anders liggen.

Er zal om een aantal redenen geen progressieve, conservatieve of liberale meerderheid te vormen zijn en in het daaruit voortvloeiende behendigheidsspel zal niet de grootste bepalend zijn, maar de partij die goed zal zijn voor de doorslaggevende stem. Dat maakt deze verkiezing spannend en nodigt uit tot een andersoortige strategische afweging.

Uit de meest recente peilingen blijkt dat de kans groot is op een nek-aan-nek race tussen SP en VVD en uit onderzoek van Maurice de Hond blijkt dat veel kiezers de tweestrijd tussen Rutte en Roemer van invloed achten op hun stemgedrag. Toch zal ditmaal niet de grootste partij bepalend zijn. Het politieke landschap ligt er gecompliceerd bij doordat de PVV zich in de ogen van veel andere partijen onmogelijk gemaakt heeft als mogelijke coalitiepartner, wat betekent dat er een coalitie gevormd zal moeten worden uit de resterende 130 zetels. Omdat de grootste partij in de peilingen niet meer dan 40 zetels lijkt te gaan halen en er geen progressieve, liberale of conservatieve coalitie gevormd kan worden en de Europastandpunten van de verschillende partijen samenwerking ernstig bemoeilijken, zal een brede coalitie met deelname of gedoogsteun van 3-5 partijen de meest waarschijnlijke uitkomst vormen.

En alsof dat niet lastig genoeg is, zal de nieuwe coalitie hoe dan ook te maken krijgen met een meerderheid in de Eerste Kamer van CDA, VVD, PVV en SGP die heel veel nieuw beleid kan blokkeren mocht er een andere meerderheid in de Tweede Kamer ontstaan.

In theorie kan de Eerste Kamer weliswaar ontbonden worden voor nieuwe verkiezingen, en die zouden een andere uitslag te zien kunnen geven gelet op het feit dat er veel PVV statenleden afhaakten, er een breuk gekomen is tussen 50+ en OSF, er geen D66 statenleden meer met blauwe pen zullen stemmen en er anders omgegaan zal worden met informele lijstverbindingen. Maar sinds 1904 is de senaat niet voortijdig ontbonden, dus die mogelijkheid moet vooralsnog als hypothetisch gezien worden.

Dat betekent dat een progressieve meerderheid op een blokkerende meerderheid in de senaat zal stuiten, waarmee het voor een coalitie al snel noodzakelijk zal blijken dat CDA of VVD erbij betrokken raken, wat niet zal meevallen voor partijen als SP of PvdA, om verschillende redenen. Voor de SP omdat er wel erg veel water bij de wijn gedaan zal moeten worden en voor de PvdA omdat het de achterstand op de SP nog groter zal maken wanneer ze deelneemt aan de coalitie zonder de SP.

In de catch22 die veel potentiƫle coalitiepartijen gevangen houdt, zal blijken dat het de kleine partijen zullen zijn die een doorslaggevende stem zullen hebben, niet alleen bij de vorming van de coalitie, maar ook bij de richting van het beleid.

In de voorbije kabinetsperiode bleek dat de VVD bereid was liberale beginselen in te leveren bij vraagstukken rond weigerambtenaren, koopzondagen etc. om zich te verzekeren van de steun van de minst liberale partij van Nederland, de SGP.

Omdat binnen het CDA het besef groeit dat de bio-industrielobby van de afgelopen jaren de partij electoraal weinig goodwill heeft opgeleverd en rentmeesterschap mogelijk meer groeikansen biedt in combinatie met een socialer beleid, moet daar de buigkracht van het CDA bij coalitievorming op dit moment gezocht worden.

En omdat de VVD intrinsiek al helemaal weinig heeft met de rabiate natuurvernietiging en megastallen (Rutte zag in 2008 Groenrechts nog als de beste VVD koers), liggen bij een vergroening van het beleid de beste kansen op een radicale koersverandering die kan bijdragen aan het bijeen brengen van mogelijke coalitiepartijen.

Hoe groener de kiezer zich uitspreekt, hoe waarschijnlijker deze blijvende groene koerswijziging.

Partijen die op voorhand compromissen sluiten zoals GroenLinks, D66 en ChristenUnie, die bij het Kunduz-akkoord tekenden voor forse bezuinigingen op het natuurbeleid en bijvoorbeeld het belasten van woon-werkverkeer met de trein, gaan het verschil niet maken. In hun eigen rekkelijkheid, valt geen verankering van groen beleid te verwachten.

Een sterke Partij voor de Dieren zal als mogelijke balancing vote partijen als SP, VVD en CDA kunnen motiveren voor een zwaar accent in het beleid op mededogen en duurzaamheid. Wanneer kiezers in crisistijd laten blijken niet te kiezen voor het korte-termijn eigenbelang van de eigen soort, maar voor het algemeen belang van een duurzame toekomst, zal dat niet alleen de verkiezingen een veelzeggende uitslag geven, maar ook het toekomstig kabinetsbeleid. Niet de Grootste, maar de Groenste zal bepalend zijn voor de uitkomst.

Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief