Partij voor de Dieren stelt kamer­vragen over over­tre­dingen regels dier­proeven


17 december 2006
Den Haag, 18 december 2006 - De Partij voor de Dieren heeft kamervragen gesteld over overtredingen van de regels voor dierproeven door het Nijmeegse Centraal Dierenlaboratorium (NCD). Uit een artikel in het Nederlands Dagblad van 11 december jl. blijkt dat het NCD dit jaar al twee keer is gewaarschuwd door de inspectie. Deze waarschuwingen hebben echter niet geleid tot ingrijpen door de Voedsel- en Warenautoriteit, die belast is met de controle op dierproeven. De Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud, eindverantwoordelijke voor het dierenlaboratorium, besloot daarop zelf een dierproefstop af te kondigen tot 1 januari 2007.
In juni van dit jaar constateerde de inspecteur van de Voedsel- en Warenautoriteit dat het Nijmeegse Centraal Dierenlaboratorium (NCD) de wettelijke regels overtrad. Waar een ondergrond van stro verplicht is, bleken dieren op kale roosters te leven. Ook werd de dieren de wettelijk verplichte speeltjes of muziek, bedoeld om hen enige afleiding te bieden in hun hokken, onthouden. Daarnaast is gebleken dat verschillende wetenschappers tijdens de experimenten hun onderzoeksopzet veranderden zonder daarvoor toestemming te vragen aan de Dierexperimentencommissie (DEC). De inspecteur van de VWA heeft het dierenlaboratorium gewaarschuwd nadat de situatie in oktober niet verbeterd bleek. Sancties bleven echter achterwege. De Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud, eindverantwoordelijke voor het NCD, heeft nu zelf een tijdelijke proefdierstop afgekondigd. Tot 1 januari 2007 mogen geen nieuwe dierexperimenten worden gestart en de medewerkers van het laboratorium moeten de vereiste verbeteringen doorvoeren.
De kwestie-NCD maakt duidelijk dat de regelgeving voor het verrichten van dierproeven onvoldoende functioneert, een conclusie die ook al door onafhankelijke onderzoekers werd getrokken in de Evaluatie van de Wet op de dierproeven in 2005. De belangen van de proefdieren blijken nauwelijks mee te wegen bij de beoordeling van de onderzoeksaanvragen door de Dierexperimentencommissies. Informatie over dierproeven is vrijwel niet openbaar, er is geen zicht op het functioneren van de inspectie en overtredingen worden niet bestraft. Het welzijn van proefdieren lijkt daarmee te worden overgelaten aan de willekeur van de vergunninghouders zelf. Het kabinet heeft de Tweede Kamer eind 2005 laten weten de aanbevelingen uit het evaluatierapport niet over te nemen omdat daar ‘onvoldoende draagvlak’ voor zou bestaan. De zittende politieke partijen hebben deze mededeling destijds voor kennisgeving aangenomen. Geen van hen heeft nadere aandacht besteed aan de gefundeerde kritiek die door wetenschappers van o.a. de leerstoelgroep Recht en Bestuur van de Universiteit Utrecht in de evaluatie is geuit op het functioneren van de Wet op de dierproeven (Wod). De Partij voor de Dieren wil de Wod alsnog geagendeerd hebben en vraagt een debat aan over het evaluatierapport.

Wij staan voor:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief