Ouwehand: snel verbod op neoni­co­ti­noiden


18 juli 2014

Esther Ouwehand roept staatssecretaris Dijksma op snel werk te maken van een totaalverbod op het landbouwgif imidacloprid en andere neonicotinoïden. Na jarenlange strijd van de Partij voor de Dieren tegen deze supergiffen schaarde een Kamermeerderheid zich in maart achter haar moties die vragen om een nationaal verbod. Het kabinet liet echter per brief weten deze wens van de Kamer naast zich neer te leggen. De Partij voor de Dieren vindt dat onacceptabel en wil direct na het zomerreces een debat met de staatssecretaris. Ouwehand: “Aangenomen moties moeten worden uitgevoerd, punt. En in het geval van de neonicotinoïden is daar meer reden toe dan ooit.”

Vorige week verscheen in Nature een zorgwekkende studie van Radboud Universiteit en Sovon Vogelonderzoek Nederland waarin wordt aangetoond wat biologen al langer vermoeden: neonicotinoïden zijn niet alleen gevaarlijk voor bijen, maar bedreigen ook andere diersoorten in het ecosysteem. Insectenetende vogels zoals spreeuwen en zwaluwen blijken te verdwijnen uit gebieden waar veel imidacloprid in het oppervlaktewater wordt aangetroffen. Staatssecretaris Dijksma liet weten zeer bezorgd te zijn over de studie. De Partij voor de Dieren wil dat ze niet alleen bezorgd is, maar ook daadwerkelijk in actie komt om de middelen van de markt te halen.

De Partij voor de Dieren strijdt al sinds haar komst in de Kamer voor een verbod op de bestrijdingsmiddelen neonicotinoïden en fipronil. Dat resulteerde begin 2013 in een aangenomen motie voor een Europees moratorium op deze gifstoffen. Hoewel de Europese Commissie sindsdien een aantal beperkingen heeft gesteld aan het gebruik van deze typen landbouwgif, zijn de maatregelen volstrekt ontoereikend om de gevaren voor bijen en andere organismen weg te nemen. Zo gelden de beperkingen maar voor een periode van twee jaar, en zijn er zoveel uitzonderingen gemaakt dat 80% van het Nederlandse gebruik van deze middelen buiten schot blijft.

Reden voor Esther Ouwehand om aan te blijven dringen op een nationaal totaalverbod. Op 18 maart 2014 kreeg zij steun voor haar moties die de regering daartoe oproepen. Voordat de moties werden aangenomen, heeft Ouwehand diverse malen met staatssecretaris Dijksma gedebatteerd over de juridische mogelijkheden daartoe. Europese regels, die het belang van de gifproducenten stevig hebben verankerd, zorgen ervoor dat lidstaten niet zomaar mogen afwijken van een Europees besluit om een gifstof toe te laten op eigen bodem. Desondanks staat het een lidstaat vrij om een procedure op te starten om reeds toegelaten gifstoffen van de markt te weren als er signalen zijn dat de stof risico’s met zich meebrengt. Hoewel Dijksma die mogelijkheid heeft erkend, heeft zij per brief laten weten de moties niet te zullen uitvoeren.

In reactie op de studie in Nature hebben verschillende partijen, waaronder regeringspartij PvdA, in de media laten weten dat de regering alsnog werk moet maken van het verbod op neonicotinoïden, dat in de aangenomen moties van de Partij voor de Dieren is gevraagd. Esther Ouwehand: “Fijn dat de partijen die eerder mijn moties steunden, hun rug recht houden nu de staatssecretaris ze niet wil uitvoeren. Sharon Dijksma mag zich voorbereiden op een stevig debat direct na het zomerreces. Het is te hopen dat ze goed gebruik maakt van die herkansing, anders is het voor onze ecosystemen te laat.”