Opinie: Met zulke bond­ge­noten heb je geen vijanden meer nodig: CDA zet het agrarisch gezins­be­drijf op spel


27 maart 2007

Jammer dat Ger Koopmans van het CDA zo negatief reageert (ND 21 maart) op het voorstel van Milieudefensie om de sector een kwaliteitsimpuls te geven, het leed van dieren in de bio-industrie te verzachten en het agrarisch gezinsbedrijf uitzicht te bieden op een kansrijk bestaan.

Boeren hebben burgers nodig voor het veilig stellen van hun bestaansrecht in een dichtbevolkt en duur Nederland. Met marginale bulkproductie voor de internationale markt tegen hoge maatschappelijke kosten en onacceptabel dierenleed redden de gezinsbedrijven niet. Misschien hooguit de grote anonieme agrarische fabrieken. Maar daar ligt niet het hart van de agrarische sector en het gezinsbedrijf.

Alleen onderlinge solidariteit tussen gezinsbedrijven, burgers en buitenlui kan de redding betekenen voor een sector die per jaar 5% van zijn boeren verliest. Een open blik naar de samenleving is verstandiger dan lonken naar de liberale wereldmarkt.

Ger Koopmans (zelfbenoemd ‘bondgenoot van gevestigde boerenbelangen’) stelt dat de plannen van Milieudefensie rampzalig zouden zijn. Jammer dat er geen interesse is voor de visie van een maatschappelijke organisatie die juist met dit voorstel verder kijkt dan alleen naar milieu, natuur en dieren. Ook Milieudefensie maakt zich zorgen over het gezinsbedrijf als drijvende motor achter de landbouw en het platteland in Nederland. Elke boer heeft de afgelopen 25 jaar drie collega’s zien verdwijnen.. Jouw grond en productierechten vallen dan toe aan de overblijvers. Van solidariteit is geen sprake meer. De ratrace - zo vreemd aan de sector die het boeren graag blijft zien als levenswijze - lijkt ook hier zijn intrede te hebben gedaan. Het CDA en de VVD gaan daar graag in mee met een heilig vertrouwen in de vrije markt.

Het zijn niet de milieu- of dierenbeschermers die een strop om de nek van agrarisch Nederland legden (en nog minder de nog jonge Partij voor de Dieren). Het is de fantasie- en gewetenloze landbouwpolitiek van ongelimiteerde schaalvergroting die het CDA en de Rabobank de afgelopen decennia met succes propageerden. Zij zijn het die de boeren aan de rand van de afgrond brachten.

Wie met een open vizier de plannen van Milieudefensie bekijkt, kan niet anders dan met sympathie reageren. Meer dan 100.000 mensen namen de moeite een kaart in te vullen om een einde te maken aan de bio-industrie in Nederland en willen daarbij boeren in Nederland houden. Zij ageren niet tegen de boerenstand, zij eisen een verandering van het huidige systeem waar boer, burger noch dier beter van worden.

Dat is ook waar de Partij voor de Dieren voor staat: een respectvolle omgang met mensen, dieren en omgeving waar mededogen het leidend principe is. Dat vereist een verandering van denken en doen die door de samenleving moet worden gedragen, maar waar boeren zelf ook het voortouw in kunnen nemen.
De ontwikkeling van kwaliteitsproducten en zelf maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen zoals eerder de kwekers van smaaktomaten hebben gedaan en recentelijk Campina en Friesland Foods met hun weidemelk, zou ook een sector als de intensieve veehouderij niet misstaan. Met name omdat zij nog het meest onder vuur liggen van de steeds kritisch wordende burger. De fabels van het CDA hebben hun uitwerking niet gemist en worden misschien alleen nog in eigen kring geloofd:

Fabel 1: dieren hebben het hier veel beter dan elders in de wereld. Nederland is samen met Denemarken het enige land in Europa dat stro voor varkens niet heeft verplicht. Dat terwijl onderzoek heeft aangetoond dat een ketting geen effectief afleidingsmateriaal is om staartbijten te voorkomen. Slachtkuikens hebben hier aanzienlijk minder ruimte dan in Thailand of Brazilie.

Fabel 2: als wij meer doen aan dierenwelzijn dan in andere landen, dan zal goedkoper vlees worden geïmporteerd uit landen waar het slechter is geregeld. Ten eerste exporteert Nederland ruim 70% van al het vlees en de eieren die hier worden geproduceerd. We hebben de pretentie de slager én de melkboer van de wereld te zijn en komen om in enorme hoeveelheden mest. Veel van onze export bestaat uit levende dieren die dagenlang door Europa gesleept worden op weg naar een slachterij. Die 70% overproductie past niet in een klein en dichtbevolkt land als Nederland waar zelfs zonder de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door de intensieve veehouderij het al een hele toer wordt om de milieudoelstellingen van het nieuwe kabinet te halen. Het is een bekend gegeven dat de veehouderij meer broeikasgassen uitstoot dan verkeer en vervoer, CLM berekende dat één koe gelijk staat aan 70.000 autokilometers. Ten tweede zal door de voorgestelde heffing van 85 cent per kilo op ál het vlees een fonds ontstaan waaruit de benodigde investeringen en meerkosten voor diervriendelijke productie kan worden betaald. Het vlees hoeft in het schap niet duurder te zijn dan dieronvriendelijk vlees van buiten. Maar het geeft je als Nederlander wél een beter gevoel als je een diervriendelijk Nederlands product uit het koelschap kan pakken.

Fabel 3: de benodigde 1 miljard voor het uitvoeren van het plan kan niet worden opgebracht door het kabinet. De uitgaven worden betaald via de verkoop van vlees met heffing. Waarom zouden er wel accijnzen geheven kunnen worden op brandstoffen en niet op vlees, volgens de fractievoorzitter van het CDA het meest vervuilende onderdeel van ons voedselpakket. Milieudefensie stelt dat 85 cent per kilo vlees voldoende is. Als je kijkt naar de onverwachte uitgaven die het kabinet heeft moeten doen voor de uitbraken van de varkenspest van 1997, de MKZ crisis van 2001, de vogelpest van 2003 en alle crises die we nog verwachten dan lopen die uitgaven ook in de miljarden. Het is maar op welke wijze je overheidsgeld wilt inzetten en wilt verantwoorden aan de burger.

Fabel 4: de WTO verbiedt een heffing op vlees. Zoals Milieudefensie al aangeeft kunnen bepaalde heffingen wel degelijk en worden deze ook al jarenlang toegepast. Bijvoorbeeld de heffing op limonade. Voorwaarde is wel dat op al het vlees een heffing komt.

Fabel 5: Diervriendelijker wetgeving is het exporteren van verantwoordelijkheid omdat de dieronvriendelijke productie zich dan zou verplaatsen naar andere landen met minder regels.
Deze drogredenering waarmee Cees Veerman afscheid nam van het ministerschap, zou ook kunnen opgaan voor de afschaffing van kinderarbeid. Elke voorgenomen verbetering van arbeidsomstandigheden loopt tegen dit vooroordeel op. Toch zijn we er blij mee dat kinderarbeid en slavernij in ons land zijn afgeschaft hoe onmogelijk dat ook ooit leek, dat vrouwen min of meer gelijk behandeld worden en dat we onze normen niet gelijk schakelen met landen die concurrentievoordeel proberen te behalen door nog slechter met dieren om te gaan dan wij doen als meest veedichte land ter wereld.

De komende jaren zal de license to produce steeds belangrijker worden voor waar wél en geen kansen liggen voor de intensieve veehouderij in Nederland. Die license to produce wordt niet bepaald op de wereldmarkt maar door de burger die wandelt, fietst en recreëert in het steeds schaarser wordend aantrekkelijk platteland. De kiezers van de Partij voor de Dieren (180.000) zijn al overtuigd dat het beter kan. Nu de boer en zijn bondgenoten nog....

Wie z’n eieren in het mandje van het CDA legt, tekent voor het in stand houden van de morele blinde vlek van onze samenleving en een agrarische sector die beroofd wordt van z’n gezinsbedrijven en toekomst. De varkensflat in de Amsterdamse haven in plaats van het gemengde bedrijf op het platteland. Boeren hebben meer van milieudefensie te verwachten dan van Ger Koopmans. Nomen est omen!

Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede kamer.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief