Opinie: Met een groen etiket is het probleem niet weg


13 februari 2009

Gepubliceerd in Trouw, 14 februari 2009

De gemeente Zeewolde geeft het goede voorbeeld, schrijft Trouw: een hele wijk wordt verwarmd met behulp van een mestvergister bij een lokale boer (9 feb). Het goede voorbeeld voor wat? Mestvergisting is niets meer dan een eindbewerking van een restproduct uit een ernstig vervuilende industrie. De overheid heeft dit bestempeld als ‘groene’ energie. Niet zo netjes, want het ‘groene’ etiket van mestvergisting is onder de huidige omstandigheden net zo donkerbruin als dat van de kolencentrale.

Nederland zit al decennialang in de maag met z’n mestproblematiek. Een immense veestapel (500 miljoen dieren per jaar) produceert maar liefst 70 miljard kilo mest per jaar, 4000 kilo per Nederlander. Het resultaat is een bijna onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen, met alle gevolgen voor natuur en klimaat van dien. Het is de sector er veel aan gelegen om deze problemen weg te poetsen onder de groene vlag van duurzaamheid. Maar een systeem dat in zijn volle omvang bijdraagt aan de opwarming van de aarde laat zich niet verduurzamen met doekjes voor het bloeden.

Want hoe duurzaam is mest als grondstof voor energie? Allereerst moet worden geconstateerd dat het structurele mestoverschot wordt veroorzaakt door de nogal brute verstoring van de natuurlijke kringloop. Nederland importeert enorme hoeveelheden veevoer uit Latijns Amerika. Bij de productie van dit veevoer wordt op grote schaal gebruik gemaakt van energieverslindend kunstmest. Daar komt bij dat voor de veevoerproductie miljoenen hectares tropisch regenwoud zijn gekapt. Bij die kap, die zich nog altijd voortzet, komen eveneens grote hoeveelheden CO2 vrij. Koeien zelf stoten bij het herkauwen flink methaan uit, een broeikasgas dat 23 keer schadelijker is dan CO2. De veehouderij is zo verantwoordelijk voor maar liefst 18% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Veel meer dan die van verkeer en vervoer (13%).

Wie de duurzaamheid van mest wil beoordelen, zal de productie van vlees en zuivel dus in zijn totaliteit moeten bezien. Dan wordt duidelijk dat de verwoesting van biodiversiteit en de uitstoot van broeikasgassen in de productieketen van dierlijke eiwitten buitenproportioneel is, en bij lange na niet kan worden goedgemaakt door de opwekking van energie uit het uiteindelijke restproduct.

Duurzaamheid houdt bovendien niet op bij natuur en klimaat. De pogingen om een deel van de problemen van de veehouderij op te lossen, staan haaks op de oplossingen die nodig zijn voor andere pijnpunten rond de vlees- en zuivelindustrie: het wereldvoedselvraagstuk en het welzijn van de dieren. Grootschalige mestvergisting is alleen mogelijk als de mest wordt opgevangen in een kelder, en alleen lucratief als koeien zoveel mogelijk op stal worden gehouden. Dat druist lijnrecht in tegen het welzijn van melkkoeien, die beter af zijn in de wei.

Minstens zo prangend is de structurele honger in de wereld. De VN gaf jaren geleden al aan dat de consumptie van vlees en zuivel in het rijke Westen sterk zal moeten dalen om alle monden in de wereld te kunnen voeden. Terwijl een sterke krimp van de dierlijke productie geboden is, dreigen we ons afhankelijk te maken van een grote veestapel voor onze energievoorziening. Dat staat het oplossen van de voedselcrisis ernstig in de weg.

Op papier is ‘integrale duurzaamheid’, waarin mens, milieu, natuur en dierenwelzijn centraal staan, het adagium van alle beleidsvoorstellen. In de praktijk bestaat er geen enkele bereidheid om de grote problemen op het gebied van klimaat, natuur en voedselvoorziening in hun samenhang te bezien. Wie de klimaatcrisis duurzaam wil bestrijden, zal alle factoren in ogenschouw moeten nemen. Van de veroorzakers van uitstoot van broeikasgassen tot de ongelijke verdeling van voedsel in de wereld. Zolang dat niet gebeurt, is een ‘duurzaam product’ als ‘groene energie’ uit mest niet meer dan een schijnoplossing, waarmee burgers welbewust voor het lapje worden gehouden. Het is kwalijk dat gemeenten in hun zoektocht naar duurzame energie kritiekloos aanhollen achter de commerciële energiebedrijven. Wie echt een bijdrage wil leveren aan een duurzame energievoorziening investeert in zonnepanelen. Niet in mest.


Esther Ouwehand
Woordvoerder milieu Tweede Kamerfractie Partij voor de Dieren

Natasja Oerlemans
Senior beleidsmedewerker Tweede Kamerfractie Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief