Opinie: Megastal maakt van dier ding


25 februari 2008

Varkensflats en kippentorens zijn niet bedacht om dieren een beter leven te geven, maar om efficiënter en tegen nog lagere kosten te produceren. De komst van die megastallen zal de kansen van dieren op een beter leven dan ook eerder verder verslechteren dan verbeteren, betoogt Marianne Thieme.

Het onderzoek naar megabedrijven dat op verzoek van de Tweede Kamer is uitgevoerd, leverde een interessante mengeling van krantenkoppen op: 'megastal bedreigt gezondheid', 'kippen en varkens beter af in megastal', 'megastal megagoed noch megaslecht'. De onderzoekers leken een politieke kleuring van de resultaten te willen voorkomen, maar waren onder de streep opvallend positief over de mogelijkheden van het megabedrijf. Onterecht, zo blijkt uit hun cijfers en analyse. Megastallen leveren grote risico's op voor de volksgezondheid, zijn slecht voor het milieu en dieren schieten er niets mee op.

De onderzoekers lijken vatbaar voor het maakbaarheidsgeloof. Een geloof dat al decennialang leidt tot het maken van verkeerde keuzes, resulterend in een verregaande industrialisering van de veehouderij. En een door de overheid geaccepteerde vorm van dierenmishandeling die jaarlijks honderden miljoenen kippen en varkens treft.

De cijfers en analyses van de onderzoekers van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP), de Raad voor Dier-aangelegenheden (RDA), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) laten zien dat er duidelijk meer nadelen dan voordelen kleven aan een megastal. De uitstoot van ammoniak en fijnstof neemt nauwelijks af (met respectievelijk 2 procent en 4 procent) en in de naaste omgeving van de veefabriek wordt zelfs een toename verwacht.

Dieren in nieuwe flats stapelen met een luchtwasser op het dak lijkt misschien aantrekkelijk, maar sluit definitief de deur naar een veehouderij waar de behoeften van het dier, zoals vrije uitloop in de buitenlucht, centraal staan. Bovendien biedt een varkensflat geen enkele garantie dat dieren het daadwerkelijk beter zullen hebben dan in een gangbaar bedrijf.

Het concept is niet bedacht om dieren een beter leven te geven, maar om efficiënter en tegen nog lagere kosten te produceren. De kans is daarom des te groter dat de verbeteringen zich beperken tot wat gerommel op de vierkante millimeter en dat de daadwerkelijke en noodzakelijke stappen naar een beter dierenleven verder weg raken dan ze ooit geweest zijn.

Maar niet alleen het dier schiet niets op met de megastal. Omwonenden en werknemers zullen grote gevaren lopen, zo stellen de onderzoekers van het RIVM. En dan gaan zij niet alleen in op de hogere concentraties van fijnstof en stank, die slechts deels met technische hoogstandjes weg te poetsen zijn. De grote concentraties van dieren in de megabedrijven werken een snelle verspreiding van infectieziekten in de hand. Ook blijkt er een duidelijke relatie tussen de industrialisering van de veehouderij en het gebruik van antibiotica.

Huisartsen in veedichte gebieden maken zich in toenemende mate zorgen over de besmetting van varkens met de resistente MRSA-bacterie waarmee inmiddels de helft van de varkenshouders besmet is. Het RIVM concludeert echter niet dat megastallen op grond van deze toch alarmerende gezondheidsrisico's geen doorgang zouden moeten vinden, maar presenteert een lijst met scherpe criteria waaronder deze risico's geminimaliseerd zouden kunnen worden. In plaats van een gezond voorzorgsprincipe te hanteren, kiezen de onderzoekers ervoor mee te gaan in wat ogenschijnlijk onontkoombaar is.

Ondertussen betalen de inwoners van Grubbenvorst, die de afgelopen jaren een felle strijd hebben gevoerd tegen een veefabriek van 30.000 varkens en 1,3 miljoen kippen, de maatschappelijke rekening. Zij zullen de komende jaren worden geconfronteerd met fijnstof, stank en geluidsoverlast omdat een paar ondernemers hun megalomane dromen mogen realiseren. Het wordt tijd dat we als samenleving onze kernwaarden centraal stellen in de keuzes die we maken, in plaats van economische ontwikkeling en winstbejag leidend te laten zijn. En onafhankelijk onderzoek van gerenommeerde instituten zou daar een substantiële bijdrage aan kunnen leveren als zij niet te druk bezig waren met het wegsussen van de bezwaren en risico's door alleen te werken aan technische oplossingen.We staan op een kruispunt waarvan de ene weg leidt naar een verheviging van de industriële veehouderij, die levende wezens tot dingen reduceert. De andere weg is naar een samenleving waar dieren met respect worden behandeld. Het is onbegrijpelijk dat partijen die zeggen begrippen als rentmeesterschap hoog in het vaandel te hebben, kiezen voor de eerste weg. Pierre Troubetzkoy heeft daarvan gezegd: Hoe kunnen mensen hopen op genade van wat boven hen staat als ze zelf geen enkele genade kennen voor wat onder hen staat.

Marianne Thieme is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren

Gepubliceerd in Dagblad De Limburger op 26 februari 2008

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief