Kamer­vragen aan de Minister President over mogelijke censuur vanuit RVD rond bericht­geving hofjacht kroon­do­meinen.


20 oktober 2007

Persvertegenwoordigers zijn door de RVD benaderd over de berichtgeving rond de hofjacht op wilde zwijnen nabij Paleis het Loo op vrijdag 19 oktober.

De RVD zou hebben laten weten “niet gelukkig” te zijn geweest met de berichtgeving en in de toekomst graag meer terughoudendheid te zien bij de mediaberichten rond dit onderwerp.

De Partij voor de Dieren acht dit een ongewenste vorm van persbreidel en wil van de Minister President weten of hij de media-interventie vanuit de RVD kan billijken. Ook wil de Partij weten op wiens initiatief de interventie heeft plaatsgevonden. Marianne Thieme wil verder van de MP weten welke gevolgen het heeft wanneer media zich niet laten beperken als de RVD dat vraagt.

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister president.

  1. Is het waar dat één of meer vertegenwoordigers van de media c.q. persbureaus door de RVD c.q. een vertegenwoordiger van de RVD benaderd zijn met de mededeling dat “de RVD ongelukkig zou zijn met de berichtgeving rond de hofjacht van 19 oktober” en/of het verzoek “in de toekomst anders om te gaan met de berichtgeving rond de hofjacht”? Zo ja, welke media zijn benaderd? Zo neen, zijn er andere mediacontacten op initiatief van de RVD geweest naar aanleiding van de berichtgeving rond de hofjacht en welke aanleiding en strekking hadden deze?
  2. Indien contact geweest is tussen RVD en media n.a.v. de berichtgeving rond de hofjacht, is dit contact dan geïnstigeerd door de RVD zelf, door de regering of door het hof?
  3. Kunt u aangeven wat de aanleiding was en of dergelijke media-interventies vanuit de RVD vaker plaatsvinden?
  4. Kunt u aangeven of genoemde interventie m.b.t de hofjacht samenhing met het feit dat de berichtgeving rond de hofjacht feitelijke onjuistheden zou bevatten, of omdat de RVD graag zou zien dat er niet bericht wordt over de hofjacht?
  5. Om welke feitelijke onjuistheden gaat het c.q. hoe verhoudt een eventuele wens tot terughoudendheid in de berichtgeving zich tot de persvrijheid?
  6. Kunt u aangeven of het eventueel geen gevolg geven aan de wens van de RVD door de media, gevolgen heeft voor de mate en wijze waarop betreffende media in de toekomst door de RVD van informatie voorzien zullen worden? Zo ja, acht u dat een correcte gang van zaken en waarom?
  7. Kunt u aangeven of er vaker in het verleden verzoeken vanuit de RVD aan de media geweest zijn om terughoudendheid te betrachten in de berichtgeving rond de hofjacht? Zo ja, kunt u aangeven wat daarvan de aanleiding is geweest?
  8. Bent u zelf van mening dat de media meer terughoudendheid zouden moeten betrachten in hun berichtgeving rond de hofjacht? Zou dit wat u betreft ook moeten gelden voor berichtgeving rond de financiering van het koninklijk jachtdepartement? Welke aanleiding ziet u voor een dergelijke terughoudendheid?
  9. Acht u censuur een geoorloofd middel in de huidige tijd waar het gaat om maatschappelijk omstreden hobbies van leden van het koninklijk huis, zoals de hofjacht? Zo ja, waarom? Zo neen, hoe wilt u garanderen dat de RVD niet (langer) zal trachten de pers het zwijgen op te leggen in kwesties als deze?
  10. Bent u op de hoogte van het feit dat Blauw Research in opdracht van de dierenbescherming vaststelde dat 97% van de Nederlanders de plezierjacht afwijst?
  11. Bent u bereid met de leden van het hof te overleggen of het hobbymatig doden van dieren nog wel een geaccepteerde vrijetijdsbesteding kan zijn van leden van het hof?
  12. Deelt u onze mening dat het binnen de genoemde maatschappelijke opvattingen niet voor de hand ligt uitgaven van het koninklijk jachtdepartement als “functionele kosten” declarabel te maken? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u hier verandering in brengen?

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief