Opinie: Eigen voedsel eerst. Goed plan van Buma!


29 augustus 2014

Gepubliceerd in Volkskrant, 29 augustus

CDA-leider Sybrand Buma pleit voor een energie- handels- en voedselpolitiek die is gericht op zelfvoorziening. Een goed plan, dat haaks staat op het beleid dat het CDA in de afgelopen decennia heeft gevoerd en bevorderd. Is er sprake van voortschrijdend inzicht bij het CDA? Dat zou zeer toe te juichen zijn, maar is nog allerminst zichtbaar in het beleid dat de landbouwwoordvoerders van de partij in Nederland en Europa voorstaan.

Het was CDA landbouwminister Cees Veerman die bij zijn afscheid in 2007 vaststelde dat het systeem zoals hij dat mede vorm had gegeven, was vastgelopen. Hij stelde vast dat we grote hoeveelheden veevoer importeren, grote hoeveelheden varkens en hun vlees exporteren en blijven zitten met 70 miljard kilo mest, omgerekend ruim 4100 kilo per Nederlander, 60 keer je eigen gewicht in poep. Probeer het eens voor te stellen, in plaats van 1 sneeuwpop, 200 mestpoppen in de tuin van elke doorzonwoning. Zo kon het niet langer, volgens Veerman die vervolgens afscheid nam.

Voormalig Rabo-topman Wijffels (CDA) heeft begin deze eeuw op verzoek van het kabinet de toekomst van de landbouw in kaart gebracht. De conclusie luidde dat er geen toekomst was voor de intensieve veehouderij in haar huidige vorm. De CDA-bewindslieden Veerman, Verburg en Bleker hebben de belofte van het kabinet om de aanbevelingen uit te voeren op geen enkele wijze waargemaakt. Bleker stelde dat er wat hem betreft ethische grenzen waren aan de bouw van megastallen, maar deed intussen niets anders dan de megamorfose van het platteland verder bevorderen.

De wijze waarop met name Nederland z’n geld verdient met voedsel, is niet gericht op duurzaamheid, maar op roofbouw, uitputting van kostbare en niet hernieuwbare hulpbronnen. Het doorgeslagen megadenken zorgt ervoor dat nu al bijna de helft van de wereldgraanoogst wordt opgeslokt door de veehouderij. Een sector die geen duurzame oplossing kan bieden voor prangende problemen op het gebied van honger, klimaat, dierenwelzijn en volksgezondheid. Integendeel, de veehouderij veroorzaakt die problemen. Wereldwijd wordt 30% van het biodiversiteitsverlies veroorzaakt door de veehouderij. In ons land is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving nog maar 15% van de oorspronkelijke biodiversiteit over.

Zodra onderdelen van de bio-industrie in Nederland verboden worden, zorgen ondernemers, bankiers en politici dat de verboden huisvestingssytemen direct geëxporteerd worden naar landen zoals Oekraïne waar ondernemers als Myronivsky met Nederlandse technologie, Nederlandse subsidies en Nederlands kapitaal kippenfabrieken bouwen die permanent 35 miljoen kippen huisvesten. Het agrarisch gezinsbedrijf is als gevolg van tientallen jaren CDA beleid ten dode opgeschreven. Nu al stoppen 7 boeren per dag met hun bedrijf omdat ze de ratrace niet meer kunnen bijbenen.

Kortom, de Nederlandse landbouwsector is niet gericht op het gezond en duurzaam voeden van de eigen regio, maar op het snel verdienen van groot geld via export van kennis en kapitaal, los van de vraag wat dat betekent voor de voedselvoorziening. De Nederlandse landbouw is allesbehalve zelfvoorzienend. Hij is compleet afhankelijk van de aanvoer van goedkoop veevoer en kunstmest. Bovendien wordt er juist in Nederland al zoveel aan bulkproducten geproduceerd, dat een boycot van een van de afzetmarkten ervoor zorgt dat boeren massaal hun hand bij de overheid moeten ophouden .

Om die reden verdient de oproep van Buma naast lof ook argwaan. Zijn het woorden gericht op zijn eigen partij? Ziet hij in dat het juist het CDA is die Nederland afhankelijk heeft gemaakt van volatiele aanvoer- en afzetmarkten? Zet hij in op een compleet nieuw geluid? Of pleit Buma, gemakkelijk gebruik makend van de rampspoed die ook zijn eigen partij onder boeren en ondernemers heeft veroorzaakt, voor meer business as usual. Voor nog meer landbouwsubsidies voor kiloknallers.

De enige manier om te zorgen voor voldoende voedsel voor iedereen, zonder afhankelijk te zijn van instabiele landen, is een regionalisering van de landbouw. En dat kan. Dan nemen we afscheid van de massale importen van veevoer en kunstmest en export van kiloknallers en kippenvleugels, en maken we de veehouderij weer grondgebonden. Als elke boer die dieren wil houden ook z’n eigen veevoer verbouwt, kunnen we de massaverpaupering van het platteland nog keren.

Als het Buma ernst is, zou hij kennis moeten nemen van het recente onderzoek van de Universiteit van Minnesota dat zegt dat we met de huidige mondiale akkerbouwgewassen 4 miljard monden extra zouden kunnen voeden, als we er geen veevoer meer van maken of biobrandstof.

Als we in Nederland de teelt van eiwitrijke gewassen zoals lupine en soja(!) bevorderen, kunnen we stoppen met het kappen van regenwoud voor de Nederlandse veehouderij.

Als we onze bio-industriële systemen niet langer exporteren naar opkomende economieën, kunnen we mensen daar en hier behoeden voor het dupliceren van onze fouten die de huidige systeemcrisis veroorzaken.

Zorgen dat we zelf te eten hebben en houden, betekent een mondiale verantwoordelijkheid die zich ook bekommert om de regionale voedselvoorziening van anderen. Alles wat we nu doen aan exportbevordering van melk naar China, Indonesië en Vietnam, met onze Koning en Koningin als mascottes, is contraproductief aan duurzaamheid, hongerbestrijding en regionalisering van de landbouw. En houdt onze landbouw ook afhankelijk van instabiele afzetmarkten.

In een wereld waar 1 miljard mensen lijden aan ernstig overgewicht en 1 miljard mensen elke avond met honger naar bed gaan als gevolg van een ontspoord mondiaal landbouwbeleid, past het Buma het boetekleed aan te trekken en echt de steven te wenden. Pas dan kunnen we werk maken van een stabiel voedselsysteem.

Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief