Bijen­des­kundige: 'Laakbare fouten in recent onderzoek bijen­sterfte'


31 maart 2010

Het onderzoek naar de bijensterfte dat in opdracht van het ministerie van LNV wordt uitgevoerd, staat ter discussie. Deze week liet dr. Arie Koster, deskundige op het gebied van bijenvriendelijke milieus, weten grote twijfels te hebben over de zorgvuldigheid van het onderzoek. Zo geeft hij aan dat het deelrapport van onderzoeksbureau Alterra over groenbeheer en de bijenvoedselvoorraad vele feitelijke onjuistheden bevat. Een ander lopend onderzoek neemt de bijdrage van bestrijdingsmiddelen aan de bijensterfte niet mee. Koster maakt zich grote zorgen, omdat deze onderzoeken als basis dienen voor het overheidsbeleid. Marianne Thieme heeft naar aanleiding hiervan Kamervragen gesteld aan demissionair minister Verburg. Bijensterfte dient te worden aangepakt omdat bijen van cruciaal belang zijn voor de bestuiving van een groot aantal planten. Zonder bijen is er geen voedselproductie.

De bij heeft het moeilijk. De bijenvolksterfte is in de afgelopen zes jaar verdubbeld, en het einde lijkt nog niet in zicht. Zowel het gebruik van bestrijdingsmiddelen als de afnemende biodiversiteit in Nederland zijn hiervoor belangrijke oorzaken. Bijensterfte is ernstig, want de bij heeft een onmisbare rol bij de bestuiving van een groot aantal planten. Actie vanuit het kabinet blijft echter achterwege, ondanks herhaaldelijke Kamervragen van de Partij voor de Dieren en een petitie met meer dan 40.000 ondertekenaars. De hoop rust nu op een onderzoek dat de minister van LNV laat uitvoeren naar de oorzaken en oplossingen omtrent bijensterfte. Dit onderzoek staat echter op meerdere onderdelen ter discussie.

Foutieve informatie over groenbeheer

Ten eerste is twijfel gerezen over het deelrapport dat opgesteld is door Alterra en tot doel heeft groenbeheerders handvatten te bieden om door middel van groenbeheer de bijenvoedselvoorraad te vergroten. Eén van de meest aangehaalde experts in het rapport, Dr. Arie Koster, neemt namelijk openlijk afstand van het document vanwege het grote aantal fouten dat erin staat. Volgens Koster, bekend van het Vademecum Wilde Planten en de website www.bijenhelpdesk.nl, worden planten verkeerd geclassificeerd, zijn er geen criteria geformuleerd om te komen tot een lijst van de belangrijkste drachtplanten en kloppen de opgegeven waarden voor nectar en stuifmeel niet. De volledige kritiek van Dr. Koster kunt u hier lezen. Marianne Thieme heeft de ministers van LNV en VROM daarop gevraagd of zij dit onjuiste en onvolledige rapport willen diskwalificeren voor verder gebruik door groenbeheerders.

Bestrijdingsmiddelen buiten beeld

Een tweede onderzoek naar bijensterfte is onlangs gestart in een samenwerkingsverband tussen Wageningen UR, het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek en European Invertebrate Survey. Dit onderzoek richt zich op de omvang en oorzaken van de achteruitgang van honingbijen en wilde bestuivers. Bestrijdingsmiddelen hebben een groot aandeel in dit probleem, maar het lijkt erop dat dit - ondanks een eerdere toezegging van de minister - niet in het onderzoek meegenomen wordt. Thieme heeft ook hierover de ministers bevraagd. Thieme: ‘De minister wil de schadelijke neonicotinoiden niet verbieden, omdat zij zegt dat de rol van dit gif bij de bijensterfte niet bekend is. Nu is de kans om er onderzoek naar te doen, waarom gebeurt dat niet? De neonicotinoiden handel is een miljardenbusiness. Het heeft er alle schijn van dat de economische belangen van de bestrijdingsmiddelenindustrie prevaleren boven die van het behoud van biodiversiteit.’

Klik hier voor de Kamervragen