Schrif­te­lijke inbreng over oprichting 100% beleids­deel­neming Bonaire Brandstof Terminals B.V.


15 april 2021

De leden van de Partij voor de Dierenfractie betreuren het dat zij nog steeds niet alle antwoorden hebben gekregen op alle vragen die zij hebben ingediend bij het schriftelijk overleg van 3 december 2020.

De leden vinden het teleurstellend dat de minister desalniettemin de druk opvoert om toch over te gaan tot oprichting van de 100% beleidsdeelneming Bonaire Brandstof Terminals B.V. (BBT). Zij zijn van mening dat het democratische proces op deze manier verstoord wordt, terwijl dat niet nodig is. De minister van EZK had de Kamer er namelijk ook over geïnformeerd dat hij goed functionerende noodvoorzieningen met dieselleveringen heeft getroffen die er al geruime tijd voor zorgen dat het eiland op veilige manier dagelijks wordt voorzien van voldoende energie. Zij zijn ook van mening dat de oprichting van BBT een risicovol project is, midden in de klimaat- en biodiversiteitscrisis, met een fossiele lock-in als gevolg. Het is logisch dat dat vragen oproept.

De leden van de fractie van de PvdD verzoeken het ministerie om alsnog alle openstaande vragen uit het schriftelijk overleg van 3 december 2020 te beantwoorden. Omdat de minister van EZK, onder meer na aandringen van de minister van Financiën, heeft nagelaten de openstaande vragen te inventariseren, hebben de leden dit nu zelf gedaan, ook al vinden zij het de taak van de minister om alle vragen te beantwoorden. De minister kan de openstaande vragen vinden in onderstaand kader.

Naast dat de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren antwoorden op vragen missen, vinden zij de kwaliteit van veel antwoorden bedroevend. Terwijl de leden doortastende vragen hebben geformuleerd om een begrip te vormen van de situatie op Bonaire, zijn de antwoorden op de vragen incompleet en ontwijkend, worden er vaak geen antwoord op de gestelde vragen gegeven, ontbreken er stukken en andere onderbouwingen, en wordt er té vaak verwezen naar geheime stukken, waardoor het moeilijk is om hier openlijk een goed gesprek over te voeren. Over het algemeen roepen de antwoorden meer vragen op dan ze beantwoorden.

Openstaande vragen van Kamerlid Van Raan (PvdD) m.b.t. Oprichting Bonaire Brandstof Terminals B.V. (3 december 2020)

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie krijgen graag meer inzicht in de problematiek rondom de huidige brandstofopslag- en overslagvoorzieningen.

1. Klopt het dat het hier gaat om de problematiek met betrekking tot de brandstofopslag- en overslagvoorzieningen van BOPEC? Zo ja, waarom is het BOPEC niet gelukt om de problematiek zelfstandig op te lossen?

2. Welke private partijen, inclusief financiële instellingen, zijn er betrokken bij BOPEC en waarom hebben zij het zo ver laten komen?

3. Wat is de rol van de autoriteiten, zowel de Bonairiaanse als de Europees-Nederlandse, om private partijen aan hun verantwoordelijkheden te houden?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie komen zodoende bij de vraag hoe de minister de afweging heeft gemaakt tussen de verschillende alternatieven die uit doelmatig- en doeltreffendheidsoverwegingen overwogen moeten worden, conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet.

4. Welke mogelijkheden heeft de minister onderzocht en kunnen stukken hieromtrent met de Kamer worden gedeeld?

5. Maakt het beëindigen van grootschalige op- en overslag daar onderdeel vanuit?

6. Welke alternatieven heeft de minister overwogen om de energie- en drinkwatervoorziening te garanderen?

7. Is hierbij rekening gehouden met de wereldwijde klimaatcrisis die om een wereldwijde energietransitie vraagt en de klimaatdoelen waar de minister zich aan gecommitteerd heeft?

8. Waarom is door de minister niet besloten om verder in te zetten op het verduurzamen van de energievoorziening op Bonaire, terwijl hier perspectief voor is en er bovendien nog een wereld te winnen valt? Wat waren de voors en tegens?

9. Met welke indicatoren is er precies rekening gehouden? Is hier ook rekening gehouden met de brede welvaart van Bonairianen, inclusief die van volgende generaties?

De leden hebben ook op onderstaande vragen geen antwoord gekregen:

10. Waarom gelden de klimaatdoelen niet voor Caribisch Nederland, waaronder Bonaire? Is de minister van mening dat het net zo belangrijk is om de inwoners van Caribisch Nederland te beschermen tegen klimaatverandering als om de inwoners van Nederland te beschermen?

11. Hoe kijkt de minister in dit licht aan tegen zijn besluit om de fossiele industrie met belastinggeld in stand te houden op het eiland?

12. Hoe is deze investering/staatsdeelneming te verenigen met de afspraken die de Nederlandse regering heeft gemaakt met het ondertekenen van het klimaatakkoord van Parijs?

13. Welke afweging heeft het bestuurscollege gemaakt en hebben zij, gelet op de ambitie van 100 procent duurzame energie, hierin duurzame alternatieven meegenomen? Zijn de risico's dat deze investering, vanwege klimaatbeleid of toenemende competitie van duurzame alternatieven, een ‘stranded asset’ wordt in kaart gebracht? Zo ja, kan deze analyse met de Kamer gedeeld worden?

14. Wanneer zal deze terminal weer gesloten moeten worden om te voldoen aan de klimaatafspraken van Parijs?

15. Zijn de duurzame alternatieven voor deze opslag terminal in kaart gebracht, onder andere investeringen in hernieuwbare energie, openbaar vervoer of elektrische voertuigen? Zo ja, zou deze analyse beschikbaar gemaakt kunnen worden?

16. Is er als onderdeel van eerder genoemde analyse ook gekeken naar rapporten die concluderen dat hernieuwbare energie nu in veel delen van de wereld de meest goedkope en aantrekkelijke optie is voor het voorzien in energiebehoeften?

Op de onderstaande vragen is ook geen antwoord gekomen, omdat de minister verwijst naar de business case. De business case is alleen ter inzage gelegd voor Kamerleden, terwijl de leden denken dat niet alle onderdelen van de business casevertrouwelijk hoeven worden behandeld:

17. Wat is precies het effect van de fossiele beleidsdeelneming op de leveringszekerheid? Hoeveel olie bereikt het eiland per jaar?

18. Hoeveel van deze olie blijft er per jaar op Bonaire voor eigen gebruik op het eiland? Hoeveel van deze olie wordt er per jaar door getransporteerd naar andere eilanden binnen het Koninkrijk voor eigen gebruik aldaar en hoeveel olie per jaar die opgeslagen is geweest op Bonaire verlaat het Koninkrijk? Voor hoeveel olie bieden de opslagterminals straks plaats op enig moment?

19. Wie zullen de toeleveranciers en afnemers zijn van de opslagterminals.

20. Ondanks het belang van Bonaire voor de olie-industrie en oliemultinationals is het niet gelukt om nieuwe brandstofopslagterminals door particuliere investeerders te financieren. Heeft dit ermee te maken dat het rendement te onzeker is?

21. Kan de minister, zo vragen deze leden, vertellen of dit ermee te maken kan hebben dat het door de jarenlange opeenstapeling van problemen commercieel niet interessant meer is?

22. Hoe keken commerciële partijen tegen de business case aan? Waarom vonden zij deze niet levensvatbaar en waarom gaan zij het risico niet aan?

23. Waarom vindt de minister dat de businesscase wel levensvatbaar is? En waarom gaat de Nederlandse overheid het risico wel aan? Voldoet de business case aan het deelnemingenbeleid? Waarom wel of waarom niet? Denkt de minister van Financiën er net zo over? Wat vindt de minister van Financiën van de oprichting van de fossiele beleidsdeelneming? Hoe heeft de minister van Financiën de businesscase beoordeeld?

24. Hoe lang is de minister van plan om de beleidsdeelneming voort te laten bestaan, gezien zijn bereidheid om de eigen bijdrage te verhogen?

25. Is de eventuele verhoging van het eigen vermogen via een aanvullende kapitaalinjectie door EZK, valt dat onder het budgetrecht van de Kamer?

26. Wat zijn redenen om te stoppen en wat gebeurt er dan met de mensen op het eiland die voor hun inkomen afhankelijk zijn geworden van de beleidsdeelneming?

27. De minister schrijft dat de noodmaatregelen niet voldoende betrouwbaar zijn als oplossing op de lange termijn en dat met het oprichten van de fossiele beleidsdeelneming wordt voorkomen dat de energie- en brandstofvoorziening op Bonaire – ook op de lange termijn – in gevaar komt. Over welke lange termijn heeft de minister het precies?

28. Heeft de minister bij het komen tot deze conclusie ook meegewogen dat olie niet de toekomst is en dat de handel vroeg of laat definitief instort en dat fossiel, zeker op de lange termijn, niet de oplossing is maar een probleem?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie zijn er niet van overtuigd dat BBT moet worden opgericht.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn van mening dat een duurzaam toekomstperspectief voor Bonaire ontbreekt en verwachten een grotere ambitie van het kabinet in de klimaatcrisis en energietransitie.

De leden hebben aanvullende vragen. Het valt hen op dat het veiligheidsargument gemakkelijk gebruikt wordt, terwijl de gevaren niet worden toegelicht en de noodvoorziening met dieselleveringen al langere tijd goed en veilig werkt, volgens het kabinet.

29. Bent u het eens met de stelling dat de huidige tussenvoorziening met dieselleveringen per definitie veilig is, omdat anders geen vergunning had mogen worden verleend hiervoor?

30. Waarom is het vanuit veiligheidsoogpunt en financieel oogpunt niet verantwoord om de korte termijnsituatie en noodmaatregelen te laten voortduren?

31. Hebben zich in het afgelopen jaar dat de huidige tussenoplossing in werking is, veiligheidsincidenten voorgedaan en kan de minister de formele meldingen/rapporten daarvan overleggen?

32. Heeft u bij deze als onveilige situatie gekwalificeerde tussenoplossing dan ook politiebegeleiding ingezet? Indien nee, waarom niet?

33. Zou dezelfde tussenoplossing in Nederland óók als een onveilige situatie gekwalificeerd worden? Indien nee, waarom niet?

34. Waarom is het risico groot dat de elektriciteit langdurig stilvalt en de drinkwaterproductie langdurig stil komt te liggen en geen wegverkeer meer mogelijk is, met alle maatschappelijke ontwrichting van dien, terwijl u ook zegt dat u hebt gezorgd voor een goed functionerende noodoplossing met dieselleveringen?

Zij hebben er ook sterke twijfels bij of de lange termijnoplossing die het kabinet beoogt wenselijker is dan het voortzetten van de huidige noodvoorzieningen met dagelijkse dieselleveringen.

35. Klopt het dat er in de tussenoplossing gebruik wordt gemaakt van LSD (Low Sulfar Diesel)? Waarom moet voor een structurele oplossing worden overgestapt van LSD op HFO (Heavy Fuel Oil), een van de meest vervuilende brandstoffen dat ook een lager energierendement heeft?

36. Klopt het dat het tijdelijk gebruikte LSD duurder is dan het goedkopere HFO? Speelt dit financiële aspect voor de minister een rol in de wens om snel tot oprichting van BBT over te gaan?

37. Klopt het dat in de huidige tussenoplossing per dag 3 tankautoritjes van +- 20 km worden gemaakt met diesel naar de elektriciteitscentrale? Kunt u een overzicht geven van de kosten hiervan per week of per maand?

38. Op welke termijn is de investering van € 10 miljoen voor nieuwe brandstoffaciliteiten voor HFO financieel gezien voordeliger t.o.v. deze tussenoplossing met diesel? In welk jaartal is dit? Kunt u dit laten zien en in uw berekeningen niet alleen rekening houden met de hogere prijs van de diesel, maar ook met het lagere energierendement van HFO t.o.v. LSD?

39. Is het vanuit financieel oogpunt niet juist raadzaam om wat extra tijd te nemen en de nieuwe situatie die is ontstaan bij Bopec beter te bestuderen als een mogelijk alternatief? Indien nee, waarom niet?

De leden van de partij voor de dieren zijn van mening dat het faillissement van Bopec een belangrijke niet te negeren nieuwe context vormt, die aanleiding vormt om opnieuw te bezien wat de beste oplossing is voor Bonaires energieprobleem.

40. Is de minister het ermee eens dat het faillissement van Bopec niet genegeerd kan worden in de besluitvorming over de energievoorziening op Bonaire?

De leden vinden dat, zolang Bonaire afhankelijk is van fossiele brandstoffen, gebruik moet worden gemaakt van de bestaande faciliteiten op het Bopecterrein, die waar nodig gerenoveerd moeten worden zodat ze voldoen aan de veiligheids- en milieuvoorschriften. Immers, nieuwe infrastructuur aanleggen zonder de oude op te ruimen legt een groot beslag op de natuur en de leefomgeving. Terwijl het kabinet zich inzet voor duurzamere vormen van energieopwekking heeft het gebruik van de bestaande faciliteiten de minste impact op natuur, milieu en klimaat.

41. Kan het zijn dat het renoveren van alleen het benodigde gedeelte van de voormalige Bopec faciliteiten voor olietransport naar de elektriciteitscentrale een goedkoper alternatief is? Indien ja, waarom wordt daar geen onderzoek naar gedaan? Indien nee, hoe komt u tot deze conclusie? Heeft u hier onderzoek naar gedaan? Kunt u dit onderzoek met de Kamer delen?

42. Bent u van mening dat het hergebruiken van een gedeelte van voormalig Bopec veel beter voor het milieu en het beschermde koraalrif zou zijn? Indien nee, waarom niet?

43. Zijn er volgens u aantoonbare redenen waarom hergebruik (na renovatie waar dat nodig is) van de voormalige Bopecfaciliteiten in de komende jaren niet mogelijk zou zijn? Zijn hier stukken van die u met de Kamer kunt delen?

Daarnaast vragen de leden zich af waarom de minister de vergunningverlening laat afhangen van een deelneming die nog moet worden opgericht en waar de Kamer nog over geïnformeerd moest worden en waar hij gezien de klimaat- en biodiversiteitscrisis veel kritiek op had kunnen verwachten.

44. Waarom heeft het kabinet ervoor gekozen om de vergunningverlening te laten afhangen van het zicht op een structurele oplossing en dat die structurele oplossing is het nog op te richten Bonaire Brandstof Terminals?

In zijn reactie op de Kamervragen van het lid Van Raan van de Partij voor de Dieren over de bouwprojecten op Bonaire staat dat het Rijk verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en handhaving als het gaat om milieu-, en maritieme thema’s bij de realisatie van grote brandstofopslagen in Caribisch Nederland op grond van het Besluit grote inrichtingen Milieubeheer en de Wet Maritiem Bes.

45. Waarom is het zo moeilijk om de vergunning voor de tijdelijke situatie voor olietransport naar de elektriciteitscentrale te verlengen?

46. Klopt het dat de minister van I&W de vergunningen verstrekt?

47. Kan de minister uitleggen waarom deze vergunningen tot respectievelijk 17 juni en 13 augustus lopen en aan welke belangrijke gebeurtenissen/criteria/argumenten deze specifieke data gekoppeld zijn?

48. Kan de minister uitleggen welke onwenselijke situatie er zou ontstaan als deze vergunningenverlengd zouden worden?

Op vraag 33 uit de set Kamervragen over de bouwprojecten op Bonaire schrijft de minister: “Het OLB heeft de voorkeur uitgesproken voor een nieuwe doorstart van de terminal.”

49. De leden vragen zich af: wat betekent dit precies?

50. Kan de minister in de beantwoording van deze vraag aangeven of het zo kan zijn dat er kan worden gekozen voor een doorstart van de terminal op het Bopecterrein, waardoor straks een nieuwe terminal van BBT in gebruik wordt genomen én daarnaast ook de Bopecterminal in gebruik wordt genomen? Zo nee, wat wordt hier dan mee bedoeld?

51. Indien ja, welke redenen zijn er dan nog dat BBT deze terminal dan niet in gebruik kan nemen?

52. En wat verklaart dat er zo veel fossiele opslagcapaciteit nodig is op het kleine eiland Bonaire?

Op de vragen van 3 december 2020 over hoeveel olie er op het eiland aankomt, daar blijft, en wordt doorgevoerd heeft het kabinet gereageerd met een verwijzing naar de businesscase, die alleen voor Kamerleden ter inzage ligt. De leden zijn van mening dat deze feitelijke gegevens niet vertrouwelijk hoeven te worden behandeld en willen graag alsnog een antwoord op deze vragen.

53. Kan de minister aangeven hoeveel olie er de afgelopen tien jaar per op het eiland aankwam, bleef en werd doorgevoerd? Welk percentage van alle olie die aankwam op het eiland per jaar was puur voor de energievoorziening van het eiland bestemd?

54. De minister schreef dat BBT niet de doorvoer van olie moet regelen die niet bestemd is voor energievoorziening voor Bonaire. Is hier nog een markt voor, en waar en door wie zou de doorvoer dan verzorgd worden? Kan de minister uitsluiten dat dit opgevangen gaat worden elders binnen het Koninkrijk?

In antwoord 39 van de set Kamervragen over bouwprojecten op Bonaire geeft de minister aan dat de haalbaarheidsstudie naar Ocean Thermal Energy Conversion (OTEC) niet is uitgevoerd omdat er geen draagvlak bleek te zijn bij het openbaar lichaam Bonaire. Hij schrijft ook dat bestuur en energiebedrijven op Bonaire de voorkeur geven aan verdere verduurzaming van zon en wind.” De leden zijn van mening dat de urgentie van de energietransitie te groot is om deze haalbaarheidsstudie niet te verrichten.

55. Waarom is er voor en technisch onderzoek eigenlijk draagvlak nodig?

56. Waarom woog voor de minister het draagvlak op lokaal niveau zwaarder dan de urgentie van de energietransitie en het publieke belang?

57. Is de minister van mening dat draagvlak in dit geval niet het belangrijkste is?

De leden vinden het een goed idee als de minister inzet op energieopwekking uit zon en wind. Zij zien alleen een probleem met de opslag en toevoer voor de momenten waarop de zon en wind er niet is.

58. Welke duurzame alternatieven zijn er nog meer?

59. Is de minister bereid om alsnog de haalbaarheidsstudie naar OTEC te doen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer?

De leden krijgen signalen vanuit verschillende hoeken dat er breder getwijfeld wordt, ook op Bonaire, aan de noodzaak om nieuwe fossiele infrastructuur aan te leggen. De minister heeft ook geen groeipad gegeven om zo snel mogelijk naar een duurzame toekomst voor Bonaire te bewegen.

60. Welke visie heeft het kabinet voor Bonaire als het gaat om duurzame energievoorziening voor het eiland?

61. Is het aanleggen van nieuwe fossiele infrastructuur, binnen een groeipad naar een duurzame toekomst voor Bonaire, echt de beste overbruggingsmaatregel?

62. De leden zijn juist bezorgd over de verstorende werking die BBT B.V. kan hebben in de energietransitie van Bonaire. Is de minister bereid om een second opinion op dit punt te vragen bij een Europees-Nederlandse instantie, bijvoorbeeld het PBL? Zo nee, waarom niet?

De leden maken zich ook zorgen over de impact van nieuwe fossiele infrastructuur op natuur en milieu. De leden merken op dat de minister van I&W samen met de ministers van LNV en BZK zeggen dat ze de bescherming van het koraal prioriteit geven en hiertoe het Natuur-, en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030 hebben vastgesteld. De leden begrijpen daarom niet waarom de ministers inzetten op het oprichten van nieuwe fossiele infrastructuur die mogelijke het koraal aantast. Bovendien blijkt uit beantwoording van de schriftelijke vragen over bouwprojecten op Bonaire van de Partij voor de Dieren dat er wederom ontwijkend is geantwoord op veel vragen. De leden zien zich daarom genoodzaakt om sommige vragen weer te stellen.

63. Hoe sluit het verkennen en bouwen van een nieuwe verladingspier (stookoliepier) en een fossiele brandstof terminal aan op het Natuur-, en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030?

64. Beamen de ministers dat er momenteel verkend wordt waar de permanente stookoliepier gebouwd kan worden en dat hierbij ook gekeken wordt naar de locatie bij Karpata, welke gelegen is in het Koning Willem Alexander Natuurreservaat? Zo ja, hoe strookt dit met de ambitie van de minister om bescherming van koraal prioriteit te geven?

65. Wat is de stand van zaken aangaande alle benodigde milieu- en omgevingsonderzoeken met betrekking tot de locatie voor de stookoliepier?

66. Welke locaties worden/zijn onderzocht, wat zijn de resultaten en wat zijn de gevolgen voor het koraal en de natuur, graag per locatie uitgesplitst?

67. Indien de onderzoeken nog niet voltooid zijn, wanneer zullen deze klaar zijn en kunnen de resultaten met de Kamer gedeeld worden?

68. Beamen de ministers dat de Raad voor Rechtshandhaving stelt dat “bouwprojecten langs de kust van Bonaire negatieve gevolgen kunnen hebben voor het koraal in het Bonaire National Marine Park” dat tussen de Karpata en Hato is gelegen?

69. Beamen de ministers dat wanneer gekozen wordt om de permanente stookoliepier te bouwen bij Karpata (in het Koning Willem Alexander Natuurreservaat) het koraal aangetast kan worden?

70. Erkennen de ministers dat bij mogelijke aantasting van het koraal een ontheffing en/of een uitzondering aangevraagd zal moeten worden, aangezien het koraal niet achteruit mag gaan?

71. Kunnen de ministers aangeven op basis van welke onderzoeken aangenomen is dat de bouw van een stookoliepier en een brandstof terminal (graag per item reageren) geen risico heeft op het kwetsbare koraal, op de vissen, haaien, schildpadden, roggen en zeezoogdieren en op de natuur op land, graag de reactie uitgesplitst naar risico’s voor koraal, vissen, haaien, schildpadden, roggen en zeezoogdieren en de natuur op land?

72. Erkennen de ministers dat het bouwen van een nieuwe stookoliepier, die het koraal kan aantasten, lijnrecht staat tegen het beschermen van koraal en de doelstelling om koraalrifdegradatie om te keren? Zo nee, waarom niet?

73. Beamen de ministers dat het koraalrif rondom Bonaire zeer hard is achteruit gegaan in de laatste 40 jaar en dat elke vorm van negatieve druk weggenomen moet worden? Zo nee, waarom niet?

74. Beamen de ministers dat er niet nog meer natuur en kwetsbaar koraal verloren mag gaan en dat daarom de faciliteiten van het failliete Bopec benut moeten worden in plaats van het aanleggen van een nieuwe fossiele infrastructuur (stookoliepier)?

75. Onderschrijven de ministers dat het aanleggen van een stookoliepier in een gebied waar het koraal vernietigd wordt, waarna het de komende 100 jaar niet terugkomt, niet wenselijk is? Zo ja, ben u bereid om te voorkomen dat deze pier er komt? Zo nee, waarom niet?

76. Uit welke concrete acties en met welk resultaat blijkt dat de ministers bescherming van koraal prioriteit geven?

77. Beamen de ministers dat waar de meeste menselijke activiteiten plaatsvinden het rif nauwelijks groeit of zelfs af kavelt ?

78. Zijn de ministers het met de Partij voor de Dieren eens dat het niet bouwen van een nieuwe stookoliepier aantoont dat bescherming van koraal prioriteit geniet?

79. Klopt het dat de faciliteit (laad- en losfaciliteit voor olie/stookoliepier/verladingspier) nog in aanbouw is en naar verwachting in het voorjaar in gebruik genomen zal worden, zoals wordt aangeven in antwoord op vraag 23 van de Partij voor de Dieren? Zo ja, hoe strookt het in aanbouw zijn van de faciliteit met het verkennen van de locatie?

80. Wat is de staat van het aanbouw van de faciliteit?

81. Zijn alle benodigde vergunningen al verstrekt voor de aanbouw van de faciliteit?

82. Is er een milieueffectenrapportage gemaakt? Zo ja, kan de minister de milieueffectenrapportage z.s.m. met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet?

83. Kan de minister aangeven op welk onderzoeken de milieueffectenrapportage is gebaseerd?

84. Klopt het dat er nog steeds grote kennislacunes bestaan, zoals WUR aangaf in 2018 , over veel soorten, soortgroepen en/of habitats en dat aanvullend onderzoek voor veel groepen noodzakelijk is?

85. Wat is de stand van zaken rondom de kennis aangaande koraalrif, vissen, haaien, roggen, schildpadden en zeezoogdieren?

86. Wat zijn de grootste drukfactoren voor het koraalrif, vissen, haaien, roggen, schildpadden en zeezoogdieren?

87. Hoe garanderen de ministers dat er geen olie in de zee lekt vanaf de stookoliepier of brandstof terminal, welke negatieve gevolgen zal hebben voor het leven onder water?

88. Wat is de stand van zaken met betrekking tot monitoring van natuur en milieu in Bonaire op land en zee?

89. Hoe vaak wordt de stand van zaken gemonitord en door wie? Worden lokale natuurorganisaties bij het monitoren betrokken? Zo ja, wie en hoe vaak?

90. Beamen de ministers dat het aanleggen van een permanente pier voor stookolie, een fossiele brandstof, tegenstrijdig is aan het behalen van de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen van de Nederlandse overheid?

91. Op basis van welk onderzoek vormt het verbranden van fossiele brandstoffen en de uitstoot van CO2 geen rem om de verduurzamingsontwikkelingen?

De minister van EZK schreef in zijn brief van 9 november 2020 over de oprichting van BBT B.V.: “Ik vind het belangrijk dat de nieuwe beleidsdeelneming gezond en financieel zelfredzaam is. De door KPMG doorgerekende businesscase laat zien dat dit mogelijk is.”

92. Kan de minister aangeven of de businesscase uitsluitend positief was?

93. Wat is de kans dat de beleidsdeelneming niet gezond en financieel zelfredzaam is/wordt?

94. Kan de minister uitsluiten dat de beleidsdeelneming niet gezond en financieel zelfredzaam is/wordt?

Het kabinet verwijst vaak naar de businesscase, die vertrouwelijk is.

95. Is de minister bereid om de businesscase alsnog openbaar te maken?

96. Zo niet, is de minister dan bereid om opnieuw te bezien welke delen wel en niet openbaar gemaakt kunnen worden en is hij bereid om deze delen mee te sturen met de beantwoording van deze vragen?

De leden van de Partij voor de Dieren vinden dat er te weinig inzicht is in de besluitvorming omtrent Bonaire Brandstof Termials B.V.

97. kan de minister, gelet op het voornemen geformuleerd in de kabinetsreactie op de parlementaire onderzoekscommissie kinderopvangtoeslag en vooruitlopend op 1 juli, de stukken van alle ministeries met de Kamer delen die ten grondslag liggen aan het kabinetsbesluit om BBT B.V. op te richten?

Tot slot hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen omtrent Curoil.

98. In het rapport ‘Kleinschaligheid vergt ondersteuning’ van ADBTOPConsult staat “De elektriciteitsvoorziening op Bonaire is grotendeels (70%) afhankelijk van het stoken van fossiele brandstof door Contour Global. De brandstof wordt geleverd via Curoil en Overheids-NV Oil Trading Bonaire (OTB). Deze overheids-NV functioneerde echter niet goed doordat voorwaarden in statuten niet werden nageleefd. Een probleem daarbij is het gebrek aan geschikte bestuurlijke capaciteit.” Hoe kan de minister garanderen dat de bestuurlijke capaciteit nu wel aanwezig is en de statuten wel nageleefd worden? Hoeveel van het beoogde BBT-personeel is afkomstig van OTB?

99. In hetzelfde rapport staat ook: “Door het geconstateerde onvoldoende functioneren van OTB en de moeizame relatie met Curoil werden door de ILT gesignaleerde problemen niet opgelost en dreigden rampen”. Waarom is het, hierop gelet, volgens u logisch om juist CurOil een monopoliepositie te geven voor alle brandstoffen op Bonaire? Klopt het dat OTB juist was opgezet om marktwerking te genereren. Wordt dat met BBT tenietgedaan? Kan de minister garanderen dat deze monopoliepositie niet gaat leiden tot te hoge prijzen en inferieure kwaliteit als er geen alternatieven meer mogelijk zijn?

100. De CurOil olie die geleverd wordt aan Bonaire wordt op Curaçao op kwaliteit gecontroleerd door de firma BTP. Wordt deze firma steekproefsgewijs ook gecontroleerd? Kunt u dit aantonen?