Schrif­te­lijke inbreng over derogatie van de Nitraat­richtlijn


28 april 2022

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren stellen allereerst dat het kabinet uit zichzelf – en dus niet louter vanwege internationale afspraken – de waterkwaliteit, bodemkwaliteit en de natuur zou moeten beschermen en verbeteren. Als het kabinet die taak zelfstandig serieus had genomen, dan had het geen uitzondering op de Nitraatrichtlijn (derogatie) hebben aangevraagd om meer mest uit te mogen rijden. In plaats daarvan zou het kabinet het aantal dieren in de veehouderij jaren geleden al hebben beperkt, zodat we niet met een mestoverschot zouden kampen en zodat alle geproduceerde mest verantwoord op het land zou kunnen worden gebruikt.

Maar in plaats daarvan smeekt Nederland al jaren bij de Europese Commissie om die derogatie, in een poging om ten minste een deel van het mestoverschot daarmee weg te werken. De leden van de Partij voor de Dierenfractie waarschuwen al jarenlang dat deze gecreëerde afhankelijkheid van de EC boeren in een zeer kwetsbare positie brengt. Want wanneer de derogatie niet meer wordt verleend, komen de kosten op het bordje van de individuele melkveehouder: deze produceert dan van de ene op de andere dag te veel mest en moet vroegtijdig een deel van zijn koeien naar de slacht brengen, of excessieve kosten maken voor mestverwerking en/of –export. Kan de minister uitleggen waarom hij het risico heeft genomen door te blijven gaan met de derogatie-aanvraag, terwijl alle seinen al tijdenlang op rood stonden?

De minister schrijft in zijn brief terecht dat de EC de laatste twee keren geen derogatie heeft verleend voor de gebruikelijke vier jaar, maar slechts voor twee jaar. Dit werd gedaan omdat onze waterkwaliteit ruim ondermaats is. Erkent de minister dat indien bij de meest recente derogatie-verlening (in 2020, toen ook de stikstofcrisis al speelde) reeds was ingezet op een forse krimp van het aantal melkkoeien, de mestproductie mogelijk al zo ver was verminderd dat een derogatieaanvraag voor 2022 niet meer nodig was geweest? Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt de minister het inzicht dat dit een gemiste kans was, met kwalijke gevolgen? Deelt de minister het inzicht dat niet alleen vanwege stikstof en het klimaat, maar ook vanwege de waterkwaliteit een drastische krimp van het aantal dieren in de veehouderij noodzakelijk is? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben er de afgelopen anderhalf jaar ook meerdere malen op gewezen dat een late beslissing door de EC over de derogatie (die nu werkelijkheid wordt) een onacceptabele onzekerheid voor boeren met zich meebrengt. Waarschijnlijk zal nu pas half juni meer duidelijkheid komen, terwijl een groot deel van de mest dan al zal zijn uitgereden. Waarom heeft de minister melkveehouders niet al begin 2022, voor de start van het mestseizoen, duidelijk verteld dat Nederland (nog) geen derogatie had gekregen, wat de facto betekent dat boeren minder mest zullen kunnen uitrijden dan ze gewend waren, zodat boeren zich hierop konden voorbereiden? Waarom heeft de minister de boeren zo aan het lijntje gehouden? Hoe groot acht de minister de kans dat, bij verlies van derogatie, dieren vervroegd naar de slacht zullen worden gestuurd? Deelt de minister de mening dat het fokken van minder dieren altijd de voorkeur heeft boven het afvoeren van dieren naar de slacht?

Deelt de minister de zorg dat melkveehouders bij verlies van derogatie de verlaagde norm voor dierlijke mest op zullen vullen met kunstmest, wat zeer onwenselijk is vanwege de negatieve langetermijneffecten van kunstmest op de bodem en vanwege de grote hoeveelheden (deels Russisch) fossiel gas die nodig zijn voor kunstmestproductie? Bent u voornemens om (in nationale wetgeving) ook de bemestingsnormen voor kunstmest te verlagen, zodat de totale bemesting daadwerkelijk omlaag gaat en boeren de dierlijke mest niet zullen vervangen door kunstmest? Zo nee, waarom niet?

Tenslotte wijzen deze leden op het lock-in effect van investeringen in nieuwe mestverwerkingscapaciteit. De mestverwerkende industrie ziet bij verlies van derogatie uiteraard een gouden kans om meer mestfabrieken te bouwen. Tegelijkertijd weten we dat omwille van de stikstofcrisis, het klimaat, de natuur, de waterkwaliteit en het zoönose-risico het aantal dieren in de veehouderij – en daarmee de mestproductie – de komende jaren onontkoombaar zal moeten krimpen. Deelt u het inzicht dat investeringen die nu nog gedaan worden in mestfabrieken, niet meer terugverdiend zullen kunnen worden wanneer het mestoverschot in de toekomst niet meer bestaat? Deelt u het inzicht dat er in ieder geval geen belastinggeld meer gestoken moet worden in mestfabrieken, zoals waartoe de motie Ouwehand/Simons[1] en de motie Vestering[2] oproepen? Zo ja, hoe gaat u hier uitvoering aan geven?


[1] Kamerstuk 35925-31

[2] Kamerstuk 35925-XIV-13