Schrif­te­lijke inbreng over de wijziging van de Mest­stof­fenwet


5 november 2021

35 949

Wijziging van de Meststoffenwet in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen betreffende het stelsel van fosfaatrechten

Nr. VERSLAG

Vastgesteld 2021

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.



  1. I. ALGEMEEN

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met teleurstelling kennisgenomen van de wijziging van de Meststoffenwet in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen betreffende het stelsel van fosfaatrechten en hebben daarover nog enkele vragen.

1.1 Aanleiding en doel

De leden van de Partij voor de Dierenfractie stellen dat het anno 2021 overduidelijk is en niet meer te ontkennen valt dat de veehouderij – en zeker de rundveehouderij – diverse milieugrenzen (ver) overschrijdt, en dat er een brede roep uit de samenleving komt voor een transitie naar een duurzaam landbouwsysteem. Desalniettemin komt de regering met een wetswijziging die de reikwijdte en de afroming binnen het fosfaatrechtenstelsel beperkt. Deze leden vinden het werkelijk ongelooflijk dat de regering een dermate versnipperd beleid voert, dat het wél in het kader van de stikstofcrisis kijkt naar productiebeperkende maatregelen, maar niet het fosfaatrechtenstelsel inzet om datzelfde doel te bereiken.

Deze leden herinneren de regering eraan dat het fosfaatrechtenstelsel een mechanisme is waarmee de rundveehouderij gecontroleerd en beperkt kan worden. Gezien het feit dat de rundveehouderij een relatief grote veroorzaker is van broeikasgassen (methaan) en stikstof (ammoniak) en een relatief groot beslag legt op de ruimte in Nederland en elders (door het geïmporteerde sojavoer) stellen deze leden dat een beperking van deze sector hoogstnoodzakelijk is. Een koe is een koe is en mest is mest – onafhankelijk of het uit de melkvee- of de vleesveesector komt – en daarom pleiten deze leden voor een uitbreiding van het fosfaatrechtenstelsel naar de vleesveehouderij, in plaats van een inperking door het begrip ‘melkvee’ te vernauwen, zoals deze wetswijziging regelt. Zij ontvangen hierop graag een reactie van de regering.

Deze leden vragen de regering wat er gebeurt met de fosfaatrechten die momenteel in de markt zijn voor jongvee voor de vleesveehouderij en in de zoogkoeienhouderij. Worden deze rechten met deze wetswijziging ingenomen en doorgehaald?

Ook het mogelijk maken van de afromingsvrije lease zien deze leden als een uiterst onverstandige maatregel, waarmee de regering vraagt om nieuwe problemen. Dit cadeautje dat de leden Geurts en Lodders middels een motie (Kamerstukken II 2018/19, 33 037, nr. 317) aan veehouders wilden geven, zal als een boemerang op de sector terugkomen. Door niet bij alle transacties gebruik te maken van afroming, zal de hoeveelheid geproduceerde mest (fosfaat en stikstof) niet of nauwelijks afnemen. Als gevolg zullen grootschaligere uitkoopregelingen vanuit de overheid nodig zijn om de sector alsnog binnen de milieugrenzen te brengen.

1.2 Definitie ‘melkvee’

1.2.1 Fosfaatrechtenstelsel

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen in de Memorie van Toelichting dat het doel van het fosfaatrechtenstelsel is om de mestproductie, zowel in termen van fosfaat, maar ook van stikstof, onder het sectorale plafond te brengen en te houden. In 2020 en waarschijnlijk ook 2021 is het stikstofplafond voor de melkveesector overschreden. Deze leden vragen de regering waarom het op dit moment inzet op versoepelingen van het fosfaatrechtenstelsel (door de afromingvrije lease), terwijl het stikstofplafond nog wordt overschreden. Dezelfde zorgen gelden natuurlijk voor het moment dat de hoeveelheid fosfaatrechten in de markt het fosfaatplafond onderschrijden, en de regering het afromingspercentage terug wil brengen naar 10%. Kan de regering toezeggen dit in ieder geval nog niet te doen zo lang niet vaststaat dat de melkveesector het stikstofplafond onderschrijdt? Op welke andere manier voorziet de regering te waarborgen dat de melkveesector het stikstofplafond structureel gaat onderschrijden?

1.2.2 Stelsel van verantwoorde en grondgebonden groei

1.3 Jongvee voor de zoogkoeienhouderij

1.4 Afromingsvrije lease

1.4.1 100 kg lease

De leden van de Partij voor de Dierenfractie vinden het uiterst onverstandig om deze optie voor afromingsvrije lease te creëren. Het afromen van fosfaatrechten bij transacties is namelijk een effectieve en rechtvaardige manier om de mestproductie te laten krimpen. In het milieubeleid geldt over het algemeen dat de vervuiler betaalt: bedrijven die milieuschade veroorzaken, moeten daar zelf financieel voor opdraaien. Zo werkt het ook met het afromen van fosfaatrechten: de veehouder die uit wil breiden en dus meer wil vervuilen, betaalt voor het uit de markt halen van een deel van die fosfaatrechten. Een alternatieve maatregel om de melkveehouderij binnen de milieugrenzen te brengen (waarbij ook gedacht moet worden aan de ammoniakuitstoot en de broeikasgassen), is het uitkopen van veehouderijen met belastinggeld. Deze leden wijzen erop dat het in dat geval de belastingbetaler is die op moet draaien voor de milieuschade, en niet de vervuiler zelf. Deze leden vinden dat daarom een minder rechtvaardige maatregel en vragen de regering om een reactie hierop.

Bovendien zien de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een ander probleem met de mogelijkheid van het leasen en verleasen van fosfaatrechten. Bij de Saneringsregeling varkenshouderij (Srv) hebben we gezien dat bedrijven met belastinggeld worden uitgekocht, maar dat niet 100% van de op het bedrijf aanwezige varkensrechten kon worden ingenomen en doorgehaald, omdat een deel van deze rechten was geleased. Die rechten vloeien daarmee weer terug naar de eigenaar, waardoor het aantal varkens dat in totaal gehouden kan worden, minder krimpt dan verwacht. Als die varkensrechten namelijk wel in eigendom van de uitgekochte varkenshouder waren, hadden ze wel kunnen worden ingenomen en doorgehaald. Met deze wetswijziging wordt ook het leasen van fosfaatrechten mogelijk gemaakt en kan hetzelfde probleem zich voordoen wanneer melkveehouders worden uitgekocht. Ziet de regering dit probleem ook en kan zij hierop reageren? Deelt zij het inzicht dat belastinggeld voor uitkoopregelingen hierdoor minder efficiënt ingezet zal worden?

1.4.2 Renovatielease

De leden van de Partij voor de Dierenfractie lezen met grote teleurstelling dat de regering het verplaatsen van veehouderijen nabij Natura2000-gebieden daadwerkelijk gaat stimuleren in het kader van de stikstofmaatregelen. Deze wetswijziging maakt namelijk specifiek ‘renovatielease’ mogelijk voor onder andere dit doeleinde. Deze leden wijzen de regering erop dat over heel Nederland een stikstofdeken ligt, die niet alleen schade toebrengt aan Natura 2000-gebieden, maar ook aan overige natuur. Bovendien is de stikstofdeken slecht voor de volksgezondheid, kunnen veehouderijbedrijven dichtbij woongebieden (in plaats van dichtbij natuur) juist stankoverlast veroorzaken, en is een generieke krimp van het aantal koeien ook nodig omwille van de klimaatdoelen. Deze zaken in acht nemend, stellen deze leden dat het verplaatsen van melkveehouderijen neerkomt op het verplaatsen van een probleem. Er zijn in Nederland nauwelijks plaatsen te bedenken waar melkveehouderijen géén probleem zullen veroorzaken voor beschermde of onbeschermde natuur, of voor omwonenden. Deze leden roepen de regering op om geen belastinggeld te steken in het verplaatsen van problemen, en ontvangen hierop graag een reactie.

1.5 Terugwerken registratie van kennisgeving tot overgang van productierechten

2. Europese aspecten

3. Regeldruk

4. Uitvoering en handhaving

5. Consultatie

6. Inwerkingtreding

  1. ARTIKELSGEWIJS

Artikel I, onderdeel A

Artikel I, onderdeel B

Artikel I, onderdeel C, D en E

Artikel I, onderdeel F

Artikel I, onderdeel G

Artikel II