Schrif­te­lijke inbreng over de verlenging subsidie indirecte kosten­com­pen­satie ETS


11 januari 2022

Inbreng schriftelijk overleg verlenging subsidiemodule Indirecte Kostencompensatie ETS - PvdD

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van de wens van het kabinet om de subsidiemodule Indirecte Kostencompensatie ETS (IKC ETS) met een jaar te verlengen, terwijl deze eigenlijk automatisch afliep. In de Miljoenennota 2022 had het demissionaire kabinet hier al € 81,6 miljoen voor gereserveerd. Klopt dat het vooral de grote, energie-intensieve bedrijven zijn die hiervan profiteren? Kan de minister een top 10 verstrekken van grootste aanvragers?

De leden van de PvdD-fractie twijfelen aan de nut en noodzaak van het verlengen van deze subsidiemodule. Ten eerste was het bij alle belanghebbenden van meet af aan bekend dat de subsidiemodule zou aflopen. In de Comptabiliteitswet is geregeld dat subsidieregelingen een vervaltermijn van maximaal vijf jaar hebben. Er kon daarom geen sprake zijn van bepaalde door de overheid onterecht gewekte verwachtingen, waarop een demissionair kabinet ondanks zijn demissionaire staat op moest acteren. Kan de minister bevestigen dat dit zo was? Zo niet, welke verwachtingen zijn er precies gewekt en waarom? Hoe democratisch vindt de minister het wekken van verwachtingen die de regeertermijn overstijgen en waar een volgend kabinet dus een vervolg aan moet geven? Hoe democratisch vindt de minister het dat haar demissionaire voorganger vooruitlopend op een besluit tot verlenging door het nieuwe kabinet,[1] vast bijna € 0,1 miljard heeft uitgetrokken voor 2022? Heeft de huidige minister hierdoor het gevoel dat zij nog terug kan? De Kamer heeft ingestemd met de in de Comptabiliteitswet vastgelegde maximale vervaltermijn van vijf jaar, maar wordt op deze manier voor een voldongen feit geplaatst.

Daarnaast schrijft de minister:

“Om te voorkomen dat bij een later besluit tot meerjarige verlenging opnieuw het traject voor verlenging van de IKC-ETS-regeling moet worden doorlopen, wordt de regeling met vijf jaar verlengd tot 1 januari 2026.”

Hieruit concluderen de leden van de PvdD-fractie dat alleen de budgettaire gevolgen beperkt zijn tot het jaar 2022, maar dat de verlenging zelf veel verstrekkender gevolgen heeft die de regeertermijn overstijgen. Kan de minister bevestigen dat zij de subsidieregeling met een termijn van vijf jaar verlengt? Zo ja, hoe democratisch is dat volgens hem, gelet op bovenstaande overwegingen? En klopt het ook dat er door dit voornemen van het vorige demissionaire kabinet makkelijker is om elk jaar zo’n omvangrijk bedrag uit te trekken voor het compenseren van grote vervuilers voor een systeem dat juist voor hen bedoeld is? Hoe verhoudt dit zich tot het budgetrecht van de Kamer die jaarlijks de Rijksbegroting moet goedkeuren en op deze manier eigenlijk al voor een voldongen feit wordt geplaatst? Zo nee, wat beoogt het kabinet dan precies met bovenstaand citaat? De leden zijn, al met al, van mening dat er met de verlenging afbreuk gedaan wordt aan het democratische gehalte van de regeling.

Ten tweede is deze subsidie vrijwillig. De Europese Commissie verplicht lidstaten niet om ETS-bedrijven te compenseren. Het idee achter ETS is dat door uitstoot te beprijzen het minder aantrekkelijk wordt om te vervuilen, waardoor bedrijven geprikkeld worden op zoek te gaan naar alternatieven en/of manieren om te besparen. Erkent de minister dat er vanuit het beprijzen van vervuiling een krachtige verduurzamingsprikkel kan gaan? En dat het compenseren van die extra kosten die juist bewust zijn geïntroduceerd, afdoet aan de werking van die potentieel krachtige verduurzamingsprikkel? Zo ja, waarom zou zij er dan vrijwillig voor kiezen om de kosten te compenseren? Zo nee, op welke manier brengt het compenseren van bewust geïntroduceerde kosten de doelstelling - het beprijzen van uitstoot – op een efficiënte manier binnen bereik?

Ten derde lezen de leden van de PvdD-fractie dat de basis voor de verlenging de beleidsdoorlichting uit 2017 is, waarin geconcludeerd is dat de subsidiemodule indirecte kostencompensatie effectief was in het tegengaan van carbon leakage, ofwel koolstoflekkage. De leden van de PvdD-fractie zijn echter niet overtuigd dat dit een juiste basis is. Zij vragen zich af of dit er nog wel toe doet. Inmiddels is het namelijk 2022 en sinds 2017 is er veel gebeurd. Zo heeft de Europese Commissie in het kader van de Green Deal een pakket aan maatregelen aangekondigd, waarin ook de CBAM als onderdeel van fit-for-55 wordt geïntroduceerd. Deze maatregel wordt geïntroduceerd precies om koolstoflekkage te voorkomen. Aangezien implementatie niet al te lang meer op zich kan laten wachten aangezien de EU in 2030 al ‘fit for 55’ moet zijn – wat volgens de leden overigens ontoereikend is voor het klimaat – zal er dus spoedig al een maatregel zijn om koolstoflekkage tegen te gaan. In het BNC-fiche over de CBAM legt het kabinet het in eigen woorden als volgt uit:

“Op dit moment wordt het risico op koolstoflekkage (vooral) gemitigeerd via het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) door bedrijven die gevoelig zijn voor carbon leakage een deel van hun benodigde emissierechten op basis van CO2-benchmarks gratis te verstrekken. Het is de bedoeling van de Commissie dat de CBAM deze gratis allocatie gaat vervangen als instrument om koolstoflekkage te voorkomen. Deze vervanging acht de Commissie wenselijk omdat gratis allocatie bij EU-producenten leidt tot een zwakker prijssignaal en daarmee een zwakkere prikkel vormt om te investeren in CO2-reductie.”

Ook geeft het kabinet in het BNC-fiche aan positief te staan tegenover de CBAM:

“Het kabinet is positief over het voorstel een CBAM in te voeren, en onderschrijft de doelstelling van de Commissie: carbon leakage voorkomen en aanzetten tot klimaatactie in derde landen, door zowel overheden als bedrijven. Het kabinet is het met de Commissie eens dat een vorm van beprijzen aan de buitengrens van de EU, zeker op termijn, kan leiden tot een effectievere manier om koolstoflekkage te voorkomen dan het huidige stelsel met gratis allocatie van ETS-rechten.”

Aangezien uit het officiële standpunt van het kabinet blijkt dat het kabinet van mening is dat de prikkel die vanuit ETS moet komen versterkt moet worden in plaats van verzwakt en aangezien het kabinet ook overtuigd is van de werking van de CBAM op het tegengaan van koolstoflekkage, lijkt het erop dat het kabinet zelf ook vindt dat het helemaal niet nodig en zelfs onwenselijk is om de subsidiemodule indirecte kostencompensatie ETS te verlengen. Kan de minister dit bevestigen? Zo ja, is zij bereid af te zien van de voorgenomen verlenging? Zo nee, kan zij dan uitleggen waarom zij voornemens is te handelen op een manier die tegenstrijdig is aan haar eigen overtuigingen en doelen?

Daarnaast vragen de leden van de PvdD-fractie zich af waarom de resultaten van de energiebesparingsconvenanten niet als basis zijn gebruikt bij de besluitvorming, zoals de brief ‘‘Resultaten 2020 Meerjarenafspraken energie-efficiëntie MJA3 en MEE’’ die de demissionaire staatssecretaris van EZK in november 2021 naar de Kamer stuurde.[2] In de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 17 oktober 2013, nr. WJZ / 13047307, tot wijziging van de Subsidieregeling energie en innovatie in verband met energiebesparing door ondernemingen die worden blootgesteld aan een CO2-weglekrisico als gevolg van doorberekende EU-ETS-kosten[3] staat:

“De ondernemingen die voor subsidie in aanmerking willen komen, dienen als tegenprestatie hun energie-efficiëntie te verbeteren. Door deel te nemen aan de bestaande meerjarenafspraak energie-efficiëntie 2001- 2020 (MJA3) of de meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS ondernemingen (MEE) wordt aan deze voorwaarde voldaan en committeren bedrijven zich aan het opstellen en uitvoeren van een energie-efficiëntieplan en het nemen van maatregelen met een zogenaamde terugverdientijd van minder dan 5 jaar.”

De effecten van de tegenprestatie die als voorwaarde was gesteld zijn dus minstens zo belangrijk als de effecten van de subsidieregeling op het voorkomen van koolstoflekkage. Is de minister het ermee eens dat er aan de voorwaarden moet worden voldaan? Hoe kijkt zij aan tegen de resultaten? In de brief van november 2021 wordt hierover gerapporteerd. Uit de resultaten blijkt dat niet alle doelstellingen zijn gehaald. Kan de minister dit bevestigen? En wat vindt zij ervan dat de behaalde resultaten betrekking hebben op energie-efficiëntie, waardoor er alleen sprake is van energiebesparing per geproduceerde eenheid, maar niet per se van een vermindering van het totale energieverbruik? Het totale energieverbruik is gestegen, ondanks de MJA3 en de MEE.[4] De tegenprestatie die voorwaardelijk was heeft dus de onwenselijke toename van het totale energieverbruik niet kunnen voorkomen. Waarom heeft de minister dit inzicht niet betrokken bij de besluitvorming over het verlengen van de subsidieregeling indirecte kostencompensatie?

Ten vierde vragen de leden van de PvdD-fractie zich af hoe het eigenlijk kan dat de indirecte kostencompensatie verlengd wordt, terwijl de energiebesparingsconvenanten al wel zijn afgelopen en niet zijn verlengd. Klopt het dat de koppeling tussen indirecte kostencompensatie en energiebesparingsmaatregelen volledig wegvallen? Zo ja, kan de minister dan bevestigen dat er dus onvoorwaardelijke subsidie wordt gegeven aan grote vervuilende bedrijven op kosten van de belastingbetaler waar geen tegenprestatie tegenover staat? Zo nee, welke tegenprestatie op het gebied van verduurzaming en/of energiebesparing is er dan gekoppeld aan de verlengde subsidiemodule? Kan zij in het verlengde hiervan aangeven om welke afspraken gaat het hier precies gaat, welke afrekenbare doelen zijn er gesteld, en hoe wordt er gehandhaafd? Is zij bereid om een tegenprestatie te eisen?

Bij de leden van de Partij voor de Dieren is de indruk ontstaan dat er eigenkijk niet zo zeer sprake is van een verlenging van een subsidieregeling, maar van het introduceren van een nieuwe regeling die bedoeld is om stand te houden tot na de regeertermijn van het kabinet, die in strijd is met geaccepteerde overtuigingen en kennis over prijsprikkels en gedragseffecten, en waarbij er zelfs geen tegenprestatie meer vereist is op het gebied van energiebesparing. Dit alles ten gunste van het vervuilende grootbedrijf en ten koste van gewone Nederlandse belastingbetalers. Zolang dit het geval is kunnen zij het voorstel niet steunen.


[1] https://energeia.nl/energeia-artikel/40097915/compensatie-co-kosten-op-stroomfactuur-grootverbruikers-met-een-jaar-verlengd#:~:text=Prinsjesdag%202021-,Compensatie%20CO%E2%82%82%2Dkosten%20op%20stroomfactuur%20grootverbruikers%20met%20een%20jaar%20verlengd,blijkt%20uit%20de%20Miljoenennota%202022.

[2] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/11/26/kamerbrief-over-resultaten-2020-meerjarenafspraken-energie-efficientie-mja3-en-mee/kamerbrief-over-resultaten-2020-meerjarenafspraken-energie-efficientie-mja3-en-mee.pdf

[3] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2013-29895.html

[4] https://energeia.nl/energeia-artikel/40099803/ezk-moeilijk-te-zeggen-wat-convenanten-precies-bijdroegen-aan-energie-efficientie#:~:text=Duijnmayer%20%E2%80%A2%20Energeia-,EZK%3A%20moeilijk%20te%20zeggen%20wat%20convenanten%20precies%20bijdroegen%20aan%20energie,periode%202017%2D2020%20ruimschoots%20gehaald.&text=Dat%20blijkt%20uit%20een%20overzicht%20van%20de%20behaalde%20resultaten%20van%20beide%20convenanten.

Interessant voor jou

Schriftelijke inbreng over de Landbouw- en Visserijraad van 17 januari 2022

Lees verder

Schriftelijke inbreng over de Vaststelling Regeling groenprojecten 2022

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer