Schrif­te­lijke inbreng over de procedure aanvulling vergun­ning­aan­vraag Wet natuur­be­scherming en passende beoor­deling wijziging Lucht­ha­ven­ver­keer­be­sluit Schiphol


23 maart 2022

Inbreng PvdD - Procedure aanvulling vergunningaanvraag Wet natuurbescherming en passende beoordeling wijziging Luchthavenverkeerbesluit Schiphol

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren betreuren het dat dit schriftelijk overleg gevoerd moet worden. Zij hebben de minister al eerder gevraagd de uitgangspunten ten aanzien van de referentiesituatie en vlootsamenstelling die aan Schiphol zijn medegedeeld ook met het parlement te delen maar de minister heeft dat tot op heden geweigerd.

Voordat de leden beginnen aan hun inbreng willen zij de minister er nog op wijzen dat – gegeven de informatieplicht die volgt uit artikel 68 van de Grondwet – het verstrekken van de gevraagde informatie wat hen betreft eigenlijk geen punt van discussie zou behoren te zijn.
Artikel 68 van de Grondwet stelt: “De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat”.

Deelt de minister de analyse dat hij de gevraagde inlichtingen én de gevraagde documenten op verzoek van een lid aan de Kamer behoort te verstrekken? Zo nee, waarom niet?
Adviezen over hoe artikel 68 geïnterpreteerd moet worden van experts op dit gebied zijn namelijk ook duidelijk. Over de vraag of specifieke documenten op te vragen zijn door Kamerleden concludeerden de hoogleraren Bovend’Eert, Voermans, Munneke en Kummeling (respectievelijk (gewezen) hoogleraar Staatsrecht, hoogleraar Staats- en Bestuursrecht, hoogleraar Staatsrecht en hoogleraar Staats- en Bestuursrecht) in hun advies uit 2020: “aangenomen moet dus worden dat artikel 68 Grondwet zich, zoals het al in de brief uit 2002 stond, ook uitstrekt tot documenten”[1].
De Tweede Kamer nam ook in februari 2020 nog een motie Omzigt c.s. aan die de regering verzocht: “te bevestigen dat op grond van artikel 68 een individueel Kamerlid specifieke documenten binnen een redelijke termijn moet kunnen ontvangen, tenzij het belang van de Staat zich hiertegen verzet”.
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister in dit licht zijn weigering te herzien of alsnog te onderbouwen waarom dit informatieverzoek in strijd zou zijn met het belang van de Staat zodat de leden deze onderbouwing kan voorleggen aan externe experts.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien in ieder geval niet hoe het belang van de Staat zich zou verzetten tegen het delen van de gevraagde informatie met de Kamer. Zeker omdat het hier een zaak betreft tussen Schiphol (in meerderheid eigendom van de Staat) en de Staat zelf. Welke van die twee ‘staatsbelangen’ zou zich verzetten tegen openbaarheid?
Verder vragen de leden waarom de minister schrijft dat hij, nadat Schiphol de aanvulling op de passende beoordeling heeft aangeleverd, de Kamer wel kan informeren? Is er dan geen sprake meer van een lopende procedure?
En kan de minister aangeven waarom een groot aantal documenten[2] wél openbaar gemaakt kon worden maar specifiek de documenten over de referentiesituatie en de vlootsamenstelling niet?
Heeft de minister ook (juridisch of ambtelijk) advies ingewonnen over het wel of niet delen van deze informatie met de Kamer? En zo ja, wat werd er geadviseerd?
Concluderend op dit punt vragen de leden de minister aan te geven hoe hij denkt dat Kamerleden de regering kunnen controleren wanneer zij geen inlichtingen krijgen, zeker wanneer daar uitdrukkelijk om gevraagd wordt?

Het inhoudelijke verweer van de minister, dat het gaat om een lopende procedure en dat er daarom beperkingen zijn aan wat gedeeld kan worden, vinden de leden ook verwonderlijk. Niet alleen omdat veel andere stukken wél openbaar zijn en de minister belooft de Kamer over enkele maanden alsnog te informeren. Het is ook verwonderlijk omdat feitelijk het enige dat de leden vragen is om geïnformeerd te worden over het deel van de activiteiten van Schiphol dat men reeds vergund acht. Dat staat daarmee los van de vraag welk deel nog vergund zou moeten worden in een lopende procedure. Dus kan de minister aangeven welke (vermeend) bestaande rechten Schiphol verondersteld wordt te hebben? Voor bijvoorbeeld hoeveel vliegbewegingen heeft Schiphol op dit moment bestaande rechten, voor hoeveel kg stikstofemissies, of voor hoeveel mol stikstofdepositie per hectare per jaar? En kan de minister aangeven op basis van welke wettelijke regelingen of andere afspraken, convenanten, etc. deze rechten als ‘gegeven’ kunnen worden verondersteld? Is dat in het verleden wel eens wettelijk getoetst? Is de minister bereid de analyses die zijn gemaakt (door, of in opdracht van, het ministerie van IenW dan wel LNV) over de bestaande rechten van Schiphol te delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Indien de minister niet bereid is de door de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren gevraagde stukken te delen vragen de leden de minister op basis van welk wetsartikel hij zijn verweer baseert dat documenten die onderdeel zijn van zo’n lopende procedure niet gedeeld kunnen worden. De leden hebben zo’n wetsartikel niet kunnen vinden.
En kan de minister bevestigen dat, geheel los van een mogelijke vergunningsaanvraag die Schiphol indient, de Kamer gewoon geïnformeerd kan worden over de bestaande rechten die Schiphol (naar de mening van het kabinet) heeft?

Tot slot vragen de leden de minister nog waarom hij Royal HaskoningDHV verzocht heeft om in beeld te brengen welke maatregelen getroffen kunnen worden om de stikstofdepositie te mitigeren of compenseren. Is het gebruikelijk dat een bevoegd gezag voor de aanvrager van de vergunning opzoek gaat naar mitigatie- of compensatiemogelijkheden? Kunnen in het vervolg ook alle andere ondernemers in Nederland aankloppen bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om door derden dit soort onderzoeken te laten uitvoeren? Wat kost het onderzoek van Royal HaskoningDHV?




[1] https://www.tweedekamer.nl/dow...

[2] Ontwerpbesluit vergunningsaanvraag Royal Schiphol Group N.V.; Bijlage 1: Aanvraag vergunning Wet natuurbescherming Schiphol; Bijlage 2: Aanvulling aanvraag vergunning Wet natuurbescherming Schiphol; Bijlage 3: Tweede aanvulling aanvraag vergunning Wet natuurbescherming Schiphol; Bijlage 4: Rapport passende beoordeling; Bijlage 5: Milieueffectrapportage 2020 deel 3 Scenario’s; Bijlage 6: Milieueffectrapportage 2020 deel 4 Deelonderzoeken; Bijlage 7: Vergelijking op hexagoonniveau, resultaten Schiphol; Bijlage 8: Rekenresultaten AERIUS Calculator, berekening Bplus 10k ZM noordcircuit inclusief WABO; Bijlage 9: Rekenresultaten AERIUS Calculator, berekening Schiphol 480k en Schiphol 500k Deel 1; Bijlage 10: Rekenresultaten AERIUS Calculator, berekening Schiphol 480k en Schiphol 500k Deel 2; Bijlage 11: Rekenresultaten AERIUS Calculator, berekening Schiphol 480k en Schiphol 500k Deel 3; Bijlage 12: AERIUS Calculator berekening Bplus 10k ZM noordcircuit inclusief WABO; Bijlage 13: AERIUS Calculator berekening Schiphol 480k; Bijlage 14: AERIUS Calculator berekening Schiphol 500k